De Oudere mens


Door Anna Lamb

Het eindexamen van het leven

In deze tijd worden ouderdomsverschijnselen vaak te eenzijdig negatief gekoppeld aan verval van geestelijke en lichamelijke mogelijkheden.

Hierbij wordt de spirituele dimensie niet waargenomen.

De ouderdom is, gezien vanuit een spirituele achtergrond, een voorbereidende fase om te komen tot herstel van het contact met de geestelijke wereld, waar men oorspronkelijk van afkomstig is.

Waar kleine kinderen van het licht komende zich langzaam gaan verbinden met de stoffelijke wereld, is de oudere mens aan het overgaan naar de geestelijke wereld toe.

Dit vindt plaats doordat zich ervaringen via oplichtende energieën voordoen  die de grovere materie helpen af te breken om deze naar een verfijndere frequentie toe te brengen.

Na 60 levensjaren ontstoffelijken we meer en meer.

Onze levensopdracht gaat steeds fijngevoeliger doorwerken  en wordt minder stoffelijk zichtbaar.

Het leven richt zich meer naar een innerlijk gericht zijn.

Grove structuren worden bij het ouder worden minder goed verdragen en verwerkt. (zoals bij kinderen)

Zo heeft men eerder last van indringende geluiden, zwaar voedsel, heftige emoties, veelvuldige indrukken.

De menselijke structuur verijlt steeds meer, en steeds verder. Alles dient verwerkt te worden d.m.v. steeds ijlere mechanismen.

Opgedane ervaringen bv. emotioneel onverwerkte zaken,die in het lichaam als grovere energieën liggen opgeslagen, dienen verwerkt te worden, zodat zo min mogelijk onverwerkte zaken achterblijven.

Er is op dit moment over het algemeen in de ouderwordende mens sprake van het bezitten van onvoldoende levensmoed ten aanzien van de laatste levensfase.

We zullen onszelf nu al dienen toe te staan tevreden te zijn met eenvoudige dingen.

Simpele dingen waar we van kunnen genieten.

Ook zullen we eerst dienen te komen tot innerlijke zelfherkenning.

Belangrijk is dat we gaan doorzien hoe nodig het is ons leeg te maken van herinneringen uit het verleden voordat we dood gaan zodat er zo min mogelijk bagage mee hoeft.

Ouderen vinden het daarom vaak fijn om in herhalingen te spreken over wat zij eens meegemaakt hebben.

Hier in het westen is men de mening toegedaan dat als je oud bent je het wel gehad hebt, en dat de jongeren voorrang verdienen. Waardoor de ouderen zich vaak te inschikkelijk opstellen naar de jongeren toe en hun eigen behoeften onvoldoende uitspreken.

De jongeren worden hierdoor onvoldoende geïnformeerd vanuit de levenservaringen van de ouderen.

En de oudere voelt zich steeds minderwaardiger doordat hij zelf onvoldoende zijn eigenwaardig zijn beseft.