Spiritualiteit rondom de geboorte

Door Coby de Jong

Het besef van spiritualiteit geeft een nieuwe dimensie aan de beleving van zwangerschap, geboorte en  de opvoeding van  kinderen.

Wat is nu eigenlijk spiritualiteit?

Het besef dat wij leven vanuit een geestelijke oorsprong. En dat een mens meerdere levens heeft waarin de mens verbonden met zijn geestelijke oorsprong zichzelf tot realisatie brengt in het leven. (evolutiedrang van de ziel)

Het besef dat een kind zowel een volwassen ziel heeft als wel een kind overeenkomstig zijn/haar leeftijdsfase is heeft gevolgen voor  de opvoeding.

De ziel is vaak al aanwezig voor de conceptie.

De ziel communiceert met de ouders nog voor de conceptie om zich in te leven in de relatie van de gezinsleden zodat de ziel zich kan voorbereiden op het komende leven; de incarnatie.

De ziel heeft voor de conceptie en vlak voor de geboorte een overzicht over het komende leven en overziet ook de thema?s die in dit leven aan bod gaan komen. Wij zouden de baby hier veel meer in kunnen steunen als wij onszelf hier meer van bewust zouden zijn.

De ziel kiest (bewust – onbewust) de ouders die bij haar levensopdracht passen. Levensopdracht wil eigenlijk zeggen: een pakket met levenslessen.

Ouders helpen dit (mede) bij een kind tot bewustwording te brengen, zodat het zijn levensopdracht herinnert. Je zou kunnen zeggen dat de levensopdracht een verzamelnaam is voor een aantal items die jouw richting geven in je leven. Je ziel wordt voortgestuwd een bepaalde richting uit te gaan. Dat kunnen allerlei thema?s zijn; zelfrespect – minachting, liefde – miskenning, geduld – ongeduld, leiderschap, vreugde, liefde, discipline.

Voor de conceptie helpen voorouders mee aan de vorming van het astrale lichaam, zodat het kind mede hierdoor zich z?n levensopdracht gemakkelijker zal herinneren. Het kind voelt zich godgelijk? bij conceptie, zwangerschap, geboorte en in zijn jongere leven; het kind is vooral nog geestelijk en maakt  uittredingen en ziet bijvoorbeeld zijn eigen geestelijke begeleiding; hiervoor hoeft het kind niet – zoals wij dat benoemen – paranormaal begaafd te zijn. Het kind heeft diep in zichzelf nog een gevoel van eenheid met al wat leeft en voelt ook innerlijk de verbinding met zijn oorsprong.

Het kind heeft een eigen innerlijke sturing door het contact met het eigen hoger zelf. Het hoger zelf zou je kunnen omschrijven als dat deel van ons dat verbonden is met onze ziel.

Het kind heeft ook vaak herinneringen aan de geestelijke wereld en kan die ook beschrijven aan de ouders als het kind iets ouder is. (Boek van Johanna Klink: “Vroeger toen ik groot was”, en Rozemarijn Roes: “Mama, luister je”. Omdat wij hier niet voor open staan, luisteren we vaak niet goed naar wat het kind vertelt. Het kind heeft (doordat het een wijze ziel is) ook vaak veel inzichten in de persoonlijkheid van de ouders. Het kind wil ons vaak helpen in onze persoonlijke ontwikkeling en ons daarin liefde en steun geven. Het kind is in dat opzicht -geestelijk- vaak verder ontwikkeld dan wij zijn. Omdat wij hier vaak niet voor open staan en denken dat wij vanuit onze rol als opvoeder het kind moeten opvoeden en stimuleren is het meestal een eenrichtingsverkeer; vanuit ons naar het kind toe. Wij kunnen het kind hierin heel erg betuttelen. Het kind kan zich hierin erg verlaten voelen omdat het zich niet gehonoreerd voelt in wie het wezenlijk is.

Vanuit het besef van spiritualiteit ga je ook je kinderwens anders beleven.

Waarom wil je graag een kind? Vanuit een behoefte om jezelf te bevestigen? Vanuit een behoefte om liefde te ontvangen en te geven? Vanuit een gevoel van liefde voor jezelf – het leven – je partner?

Als je jezelf bewust wordt van de diepere betekenis van mens-zijn is het ook heel anders om zwanger te worden. Je begrijpt bijvoorbeeld dat het krijgen van een kind jou kan aanzetten tot bepaalde leerprocessen en dat het kind jou in bepaalde pijnen zal aanraken. En dat het uiteindelijke doel van ouderschap niet is dat je kind hoge cijfers haalt of carrière maakt en een groot huis koopt, maar dat het innerlijke vervulling vindt in zijn leven, en hopelijk ook met jou samen deze vervulling zal kunnen ervaren.

En wat als je kindje gehandicapt is? Ben je dan nog steeds blij met je zwangerschap?

Waarom zou deze ziel een gehandicapt lichaam of verstand kiezen om zichzelf mee uit te drukken? Wat wil de ziel hiermee zeggen? Welk leerproces wil de ziel hiermee in zichzelf en in relatie tot haar medemens?

In een leven met een verstandelijke of lichamelijke handicap komen we zoveel leermomenten tegen dat dit een voorbereiding kan vormen voor een volgend leven waarin veel wilskracht of overgave of liefde nodig is.

Aan de andere kant kunnen ouders zelf kiezen of zij wel of niet het leven aan zouden kunnen met een gehandicapt kind.

In ons streven naar perfectie, macht en kennis neemt soms de (medische) techniek een te grote vlucht boven de menselijke kwaliteiten van het leven zoals; medemenselijkheid, acceptatie en mededogen.

Als we uitgaan van de keuze van de ziel voor een bepaald leven hebben wij dit als (a.s.) ouders te respecteren. Dit kan ook inhouden dat de ziel bijvoorbeeld te vroeg wordt geboren of moeizaam geboren wordt. Deze bijzondere complicaties tijdens zwangerschap en geboorte zijn allemaal een unieke uitdrukking van de gevoelsmatige en lichamelijke ontwikkeling van de ouders in samengaan met de baby die geboren gaat worden.

Je kunt niet zeggen: “O, de baby ligt in een stuit, dus dat zal wel betekenen dat er sprake is van angst”. Dat is heel liefdeloos en helemaal niet spiritueel dat zo te zeggen! Je kunt wel invoelen (als vader, moeder van dit kind) waardoor die complicaties zijn ontstaan en je afstemmen op de baby in een gevoel van acceptatie en met begeleiding van de medische kennis ten dienste van moeder, vader en kind en niet zoals het nu is: De medische wetenschap  die bepaalt wanneer en hoe er ingegrepen wordt tijdens een zwangerschap en bevalling. De kwaliteit van leven is hier niet altijd mee gebaat. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor genetische manipulatie in relatie tot erfelijke afwijkingen. In hoeverre beïnvloedt je karma?

Ouderschap heeft in diepte te maken met jezelf te openen voor de kinderen die bij je komen en de processen aan te gaan die deze kinderen je brengen;  te vertrouwen dat hetgeen wat er in jouw leven gebeurt dat dat  voor jou een positieve ontwikkeling zal brengen die je diep in je ziel verlangt en nodig hebt om te groeien, zonder voorwaarden. Op een dieper niveau heeft dit met overgave aan het leven te maken. Dat je je openstelt voor het leven zoals dat zich aan je voordoet en van daaruit creatief met deze levenslessen omgaat. Je schenkt een kind het leven en je schenkt jezelf in overgave aan het leven.

Zoals we er nu vaak mee omgaan is dat wij nu wel graag een kind willen, maar dan een kind onder bepaalde voorwaarden: dat niet gehandicapt is, en bijzondere talenten heeft  en misschien hebben we qua uiterlijk ook nog bepaalde wensen.

In onze hang naar perfectie verliezen we onze menselijke waardigheid, onze menselijke natuur, onze vriendelijkheid.

We discussiëren nu heel veel over het milieu, en of het wel zin heeft om op deze wereld nog kinderen te zetten met alle oorlogen en milieurampen en voedselschaarste en onrechtvaardige  welvaart verdeling. We twijfelen ook heel erg aan onze eigen capaciteiten als opvoeders.

Uitgaande van een spirituele visie krijgt alles een heel nieuw perspectief.

Wij zijn scheppers van ons eigen leven……..  en onze kinderen die bij ons komen zijn dit dus ook. En zij hebben ons als ouders uitgekozen om dat wij de mogelijkheden in onszelf hebben die zij nodig hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.

Wat betekent deze zienswijze nu voor jou als je naar je eigen ouders kijkt?

En ook als je kijkt naar hoe je geboren bent en hoe je je in je leven ontwikkeld hebt? Deze visie vanuit een spiritueel mensbeeld helpt je je eigen keuzes in relatie tot je kinderwens te doorzien.

Tijdens een lezing die ik bijwoonde vertelde een jongen een verhaal dat hij zich steeds weer aan  getrokken voelde om naar de plek toe te gaan waar hij geboren was en hij vroeg zich af hoe dat kwam. De leraar die de lezing hield gaf als antwoord dat de betreffende jongen zichzelf tijdens de geboorte heel erg bewust was van zijn geestelijke oorsprong en dat hij tijdens de geboorte ook in die eenheid van geest en lichaam had kunnen blijven. Omdat dit in het normale leven heel moeilijk te realiseren is had deze jongen als het ware een stukje heimwee naar dat gevoel van eenheid.

De baby bereidt zich tijdens de zwangerschap voor op het komende leven en neemt afscheid van de geestelijke wereld.

Hoe kun je een kind zo bewust mogelijk ontvangen?

Tijdens de conceptie:

Het is een misvatting te denken dat je relatie eerst heel harmonisch moet zijn voordat je zwanger kunt raken. Het is ook een vergissing te denken dat je vanaf het moment dat je zwanger bent je thuis op de bank moet gaan zitten en je vooral niet op te winden, dat zou de baby negatief beïnvloeden en trauma?s veroorzaken.

Als je ervan uitgaat dat de baby bij jou en je partner komt om een bepaald leerproces door te maken en daarvoor een gezamenlijke weg met jou kiest dan ben jij precies geschikt voor je baby zoals je bent op dat moment. Dus het hele proces van zwanger worden heeft veel te maken met zelfbewustwording en zelfacceptatie. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat als jij en je partner een relatie hebben met veel conflicten en af en toe harmonie dat je baby (een volwassen ziel) ook een aantal leerprocessen wil doormaken die raken aan het thema “conflicten”. Dit wil ook niet zeggen dat je er maar onverantwoordelijk op los moet leven; en al je problemen onder het hoofdstukje “karma” kan wegmoffelen.

Tijdens de seksuele gemeenschap vormen de man en vrouw een energieveld waardoor een ziel wordt aangetrokken die hiermee resoneert. Dit energieveld dat gevormd wordt reikt tot in de (geestelijke) sferen.

De periode voor de geboorte waarin de ziel nog vertoeft in de geestelijke wereld – oftewel in een geestelijk volwassen sfeer – oftewel in een kinder hemel – is een plek die bij de ontwikkelingsweg van de ziel past; afhankelijk van het vorige leven, de periode van verwerking die de ziel nodig heeft, de wijze van sterven in het voorgaande leven, de tijdsspanne tussen twee levens in en het verlangen van de ziel om een nieuw leven te beginnen.

De levensopdracht van de ziel is afhankelijk van hetgeen de ziel tot ontwikkeling wil brengen in zichzelf – in de wereld – in relatie tot anderen. En vlak voor de conceptie en de geboorte krijgt de ziel hier een overzicht van in samengaan met de geestelijke begeleiding. Omdat de ziel alle kwaliteiten die nodig zijn om deze levensopdracht aan te gaan nog dient te ontwikkelen kan zij behoorlijke processen van ontmoediging, eenzaamheid en machteloosheid ervaren die zich kunnen uiten in onverwachte bewegingen van de baby of juist het niet bewegen, het zich ongemakkelijk voelen van de moeder en allerlei zwangerschapskwaaltjes (zoals hoge bloeddruk, harde buiken, zwangerschapsvergiftiging).

Wat hierbij helpend kan zijn is o.a. het wiegen van het lichaam, de tijd nemen om naar je dromen te luisteren, de tijd nemen om je even op je partner af te stemmen voordat je gaat slapen. Veel te neuriën zodat je kindje zich welkom ontvangen kan voelen. Praten en innerlijk communiceren met je kindje. Je eigen gevoelens accepteren. Je voorbereiden op je ouderschap. Tijd nemen om beelden gedachten en gevoelens die je hebt omhoog te laten komen. Vrij uit te spreken met anderen over je gevoelens en gedachten.

De ziel heeft volwassen en kinderlijke behoeften aan communicatie tijdens de zwangerschap.

Dit kun je ervaren door ingevingen in je gevoelsbeleving. Je baby is via een etherisch netwerk verbonden met jouw energielichaam en jullie vangen elkaars gevoelens – gedachten op via allerlei lijntjes die tussen jullie lopen. Misschien krijg je hele andere ingevingen dan toen je nog niet zwanger was. Je wilt bijvoorbeeld ineens veel in de natuur zijn. Of je bent heel assertief tegen mensen. Of je gaat intensiever naar muziek luisteren, of je wordt ineens heel gevoelig. Dat zijn niet alleen je hormonen, maar ook de aanwezigheid van je baby die jou aanraakt in jouw etherisch lichaam. Doordat je je openstelt voor je baby voelt het zich reeds gezien door jou en bevestigd in zijn/haar hele kleine persoonlijkheid.

De aanwezigheid van de baby kan ook hele onprettige associaties bij je oproepen; zoals het besef dat je je vrijheid kwijtraakt; het gevoel dat je lichaam in dienst staat van een ander mens die wil groeien; je veranderende lichaam waar je blij en minder blij mee kunt zijn; je bent minder mobiel en flexibel en op je werk kunnen ze niet meer alle grote opdrachten aan jou geven; kortom een zwangerschap heeft veel consequenties voor jouw persoonlijke leven.

Ongemakken die je ervaart tijdens je zwangerschap kunnen ook ingegeven worden doordat je in elkaars energieveld pijnplekken aanraakt die nog om nadere uitwerking vragen. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in zwangerschapsvergiftiging, hoge bloeddruk of harde buiken. Ook kan de baby – die in zichzelf twijfelt aan zijn eigen vermogen om de levensopdracht aan te kunnen – zich tegen het komende leven keren door zich om te draaien (stuitligging), of zich uitdrukken in allerlei complicaties bij de bevalling of vroeggeboorten. Dit beseffende zou betekenen dat er tijdens de zwangerschap en bevalling meer aandacht zou moeten komen voor de baby die zich voorbereidt om het leven aan te gaan. De medici, verpleegkundigen, vroedvrouwen en omstanders zouden zich veel meer kunnen realiseren wat de geboorte werkelijk betekent voor ouders en baby: Een werkelijke geestelijke en gevoelsmatige verbinding wensen aan te gaan van de ziel met het stoffelijke leven.

Tijdens de geboorte vindt de werkelijke  – eerste – integratie plaats van de ziel met het lichaam. Nu is het medische aspect te veel op de voorgrond en het geestelijk gevoelsmatige te veel op de achtergrond.

Als er zich complicaties voordoen tijdens de zwangerschap en geboorte wordt er medisch gelijk handelend opgetreden, zonder afstemming op de moeder/vader en de baby. Dit zou uitgebreid moeten worden. Bijvoorbeeld als de ontsluiting niet vordert zou er contact gelegd kunnen worden met het kindje door het bewust uit te nodigen te komen, of naar de moeder toe meer in haar overgave te komen.

Ook de wijze waarop de baby zich ontwikkelt in de eerste 3 maanden en verder naar het eerste levensjaar toe, zou niet alleen via lichamelijke maatstaven gemeten moeten worden, ook de geestelijke en gevoelsmatige aspecten vragen om aandacht.

De eerste 7 dagen na de geboorte zijn de geestelijke begeleiders nog aanwezig bij het kind en de ouders om de baby te helpen met het aangaan van het leven.

De eerste 6 weken zijn belangrijk voor de gevoelsontwikkeling. Als er bijvoorbeeld te veel kraambezoek is kan de baby zich niet openen naar buiten toe; het is te druk en te lawaaiig.

Non-verbale communicatie: In de eerste weken na de bevalling is het belangrijk om veel oogcontact te maken en te praten met de baby. Door het oogcontact voelt de baby zich gezien. In de communicatie kun je je richten op het volwassen deel van de ziel en het kinderlijke deel van de ziel. Door vanuit gelijkwaardigheid met de baby om te gaan ontstaat er een geheel nieuwe relatie. Ook door in de dagelijkse verzorging niet alle problemen voor de baby op te lossen maar in je communicatie naar de baby toe mee te nemen dat de baby zelf ook een eigen verantwoordelijkheid aangegaan is voor zijn eigen leven. Door ook aandacht voor de geestelijke ontwikkeling van de baby te hebben geef je de baby de tijd om te acclimatiseren in zijn nieuwe omgeving. Dit betekent niet dat we “soft” moeten worden.

De baby leeft in twee werelden: de geestelijke wereld (waar zij vandaan komt) en de stoffelijke wereld (waar zij nu is aangekomen). Als mens probeer je die twee werelden in jezelf in balans te brengen in je hele leven. (en dat doe je niet door een deel te ontkennen!)

Vooral voor de baby is de periode na de geboorte een moeilijke periode. De baby is een pasgeboren engeltje. (zonder vleugeltjes) Etherisch nog heel verfijnd. (een kind tussen twee werelden)

Je kunt het energieveld en de verschillende energie lagen daarin van de baby vergelijken met de blaadjes van een klaproos, heel teer. Je zou kunnen zeggen dat de baby nog heel transparant is; doorzichtig. Alle laagjes van zijn persoonlijkheid zijn nog transparant en nog niet gevormd. Daarom kan de baby ook zo gemakkelijk van stemming veranderen. De baby glijdt van de ene gevoelsstemming naar de andere en ook van het onderbewuste naar het hoger bewustzijn en weer terug. In de komende drie jaren gaat de baby zijn kleine “ik” vormen in relatie met de ouders en andere gezinsleden.

Literatuur: Rozemarijn Roes: “Mama, luister je?” Johanna Klink: “Vroeger toen ik groot was.” Givaudan: “De negen maanden”