Rode strepen

Door Anna Lamb

Dinsdagochtend, rekenles.
Dionne staat naast mijn bureau en haar lip gaat steeds meer hangen als ik onder bijna al de door haar gemaakte sommen een rode streep zet.

‘Begrijp je ze niet, Dion?’ vraag ik zacht.
Met vochtige ogen schudt zij haar hoofd.
‘Dan leg ik ze gewoon nog eens voor je uit.’

Op een oefenblaadje zet ik wat voorbeelden en ik laat de berekeningen zien.

Daarna maakt zij met veel moeite zelf enkele voorbeelden.

Zuchtend gaat ze zitten. Ik ga verder met de andere kinderen die een voor een bij mijn tafel komen om hun werk te laten controleren.

Als laatste komt Dionne weer met de ‘verbeterde’ sommen en weer verschijnen onder alle sommen rode strepen.
We kijken elkaar aan.

Ik zie de trieste blik in haar anders zo vrolijke gezicht.

Heel haar zelfvertrouwen is verdwenen.
Dit is te gek, flitst het door me heen.

Wat doen we onze kinderen aan?

Ik leg een paar eenvoudigere vormen van de sommen uit.

En weer gaat ze naar haar plaats om enkele sommen nu zelf te proberen.

Met tegenzin zet ik even later opnieuw rode strepen onder bijna alle door haar gemaakte sommen.

Ze krimpt bijna ineen.

We kijken elkaar aan. Ik voel hoe er heel langzaam een lach in me opwelt.

‘Het staat wel fleurig al dat rood, Dionne’ fluister ik.
En verder: ‘Je bent wel een wonder, maar geen rekenwonder. Je zult het in je leven waarschijnlijk met een rekenmachientje moeten doen.

Je hebt geen 1 maar een 2..Het lijkt wel een mars!’

Dan schiet ik in de lach.

Voorzichtig komt er ook een glimlach op het gezicht van het kind. We beginnen allebei uitbundiger te lachen.

De andere kinderen stoppen met hun werk en grijnzen met vragende ogen mee.

Als altijd is de klas wel in voor een lolletje.

Nog even aarzelt Dionne: ‘Juf ik kan het echt niet’

‘Ach kind, het is maar rekenen’, schokschouder ik.

Ze knikt opgelucht en met rechte rug en geheven hoofd gaat ze naar haar plaats.