Toen mijn kind gepest werd, voelde ik mij ook gepest

Anoniem

Mijn zoon van acht was twee jaar geleden regelmatig het middelpunt van pesten. Mijn dochter die een paar jaar ouder is, werd enkele jaren geleden ook gepest door zusjes van de jongetjes die nu mijn zoontje pestten, dus het had al een bepaalde voorgeschiedenis.

Op een gegeven moment toen m’n zoontje buiten speelde, hoorde ik al aan de kinderstemmen dat er iets aan de hand was. Mijn zoontje kwam huilend binnen en buiten hoorde ik de kinderen joelen; ‘Michael is zielig, Michael gaat naar z’n moeder’. Michael zei tegen mij: ‘Mam , je moet iets doen’. Ik ging op hoge poten naar buiten, Michael verstopte zich achter m’n benen en zat aan m’n rok te trekken terwijl hij wanhopig bleef roepen; ‘mam, doet iets, doe iets’.

Toen ik in de ogen keek van de kinderen die aan het pesten waren, zag ik minachting en spot, en ik voelde de moed in m’n schoenen zakken. Ik kreeg ook het gevoel het liefste hard te willen wegrennen. Ik voelde me angstig en tegelijkertijd besefte ik dat ik voor mijn kind moest opkomen. Ik verhief m’n stem en zei iets in de trant van: dat het kinderachtig was met z’n allen tegen een te gaan; ik vroeg waarom ze dat deden, waarop ik natuurlijk geen antwoord kreeg.

De gezichtsuitdrukking van de kinderen veranderde ook niet.

Ik zei dat het afgelopen moest zijn met het gepest, en ging met Michael naar binnen. Hij voelde zich vernederd en verdrietig en ik voelde me mislukt en machteloos. De kinderen gingen door met joelen en ze gebruikten nu ook mijn naam in hun uitjouwspelletjes: Lida is gek.

M’n dochter, m’n zoontje en ik lagen op een gegeven moment op onze buik op de grond voor het raam om af te luisteren waar de kinderen over praatten. Ik vond het toen te gek worden en belde de ouders van de kinderen op en vroeg hen of ze wisten waar hun kinderen mee bezig waren.Toen werd het rustig in de straat.

’s Avonds ging ik bij mezelf te rade over wat er nu gebeurd was en waarom het zo geëscaleerd was. Er schoten gedachten door m’n hoofd van vroeger, als m’n vader en moeder ruzie hadden en ik als kind met m’n oor tegen de grond aangedrukt lag om te kunnen verstaan wat ze zeiden. Ik dacht dan dat ze ruzie over mij hadden. Dat ik iets verkeerds gedaan had of zo. Of aan die keer toen ik met mijn zusje gepest werd in het kleedhokje van het zwembad, en een vervelende grote jongen met een haarkammetje over mijn vingers kraste, zodat ik het haakje los zou laten waarmee ik de deur op slot probeerde te houden.

Ik herinnerde me ook dat ik als meisje gepest werd toen ik op een verjaardagspartijtje kwam van een vriendinnetje en ik genegeerd werd (of me genegeerd voelde) door haar andere vriendinnetjes. En, omdat ik als kind van 10 jaar nog in mijn bed plaste, op school ook gepest werd. En dat ik mezelf vrij ongelukkig gevoeld heb als kind, omdat ik vrij weinig mocht en m’n ouders niet zo in mij geïnteresseerd waren. Allemaal situaties waarin ik mij ook machteloos gevoeld had. Ik voelde een groot haatgevoel opwellen tegen de kinderen die mijn zoontje hadden gepest. Ik wist heel diep in mezelf dat deze kinderen in de straat mij en mijn zoontje iets spiegelden over onszelf. Ik wist dat ik bij mezelf m’n gevoelens zou moeten onderzoeken die ze bij me opriepen, zoals gevoelens van minachting en machteloosheid en haat.

Minachtte ik mezelf?

Voelde ik me machteloos?

Haatte ik mezelf?

Wat kon ik er mee doen? Waar ik achter kwam was dat de kinderen mij vooral m’n gevoelens van onveiligheid en onzekerheid naar mijzelf en m’n kinderen toe spiegelden. Ik was destijds alleenstaande moeder en de kinderen kwamen allemaal uit volledige gezinnen met een vader en een moeder.

Ik voelde me hierin kwetsbaar en een uitzondering. Met deze kinderen is het nog steeds niet opgelost, ik vind het ontzettend moeilijk. Het heeft met zelfacceptatie te maken. En daar werk ik hard aan……… (bovenstaande tekst is geschreven in 1997)

Inmiddels is m’n zoon een stevige puber van 15 jaar die een krachtige persoonlijkheid is geworden ondanks of misschien juist dankzij? het pesten. Hij is dikke vrienden met een van de jongens die hem destijds het meeste gepest heeft en hij heeft de ingrediënten ontdekt die je tot een populair iemand maken. Wat ik als moeder in de jaren dat hij gepest werd met hem als activiteiten ondernomen heb zijn:

* Een stappenplan maken met de juf/meester en overblijfouders.

* leuke activiteiten met hem ondernemen waardoor hij versterkt wordt in z’n eigenwaarde in z’n kracht en vooral in z’n stoerheid! (Ik gaf hem bijvoorbeeld op bij de padvinders en wat gebeurt er…… hij wordt verliefd op een meisje!)

* sport beoefenen waarin doorzettingsvermogen, plezier en vriendschap belangrijk zijn en hem daarin ook steunen (door veel bij de wedstrijden aanwezig te zijn en bij doelpunten te juichen, zonder hierin te overdrijven.)

* de juf heeft hem heel goed in de gaten gehouden en hem ook op non-verbale manier veel steun laten voelen.(b.v. door oogcontact) Hij kan zich dat ook heel goed herinneren als ik nu met hem over die periode praat. Op een dag kwam hij naar me toe met de opmerking: ‘Mam, nu weet ik hoe je populair wordt!’ En hij noemde achter elkaar een aantal eigenschappen op die hij verworven had of aan het oefenen was.

De eigenschappen die hij opnoemde waren:

goeie moppen kunnen vertellen als iemand je uitscheldt, gewoon nog erger terugschelden. Als iemand je slaat, terugslaan.

Zorgen dat je er leuk uitziet. Niet bang zijn.

Ik wist dat de pestperiode voorbij was……… Wat ik zelf heb ondernomen om m’n eigen eigenwaarde te versterken zijn;
*      De gevoelens te accepteren die in me leven/leefden
*      mezelf te realiseren dat m?n gebrek aan eigenwaarde is ontstaan doordat  ik  als kind onvoldoende veiligheid en bevestiging heb ervaren, omdat mijn ouders mij niet begrepen en ik dit ten onrechte als een afwijzing naar mezelf had geïnterpreteerd.

(vanwege privacy  zijn de namen gefingeerd en is het artikel anoniem gepubliceerd