Kristallen bruggen bouwen binnen het onderwijs

Door Anna Lamb

Hoe kunnen we ‘n brug slaan tussen het reguliere denken en vernieuwende spirituele kennis binnen het onderwijs?

Menigmaal worden mij voorvallen medegedeeld van leerkrachten die vanuit hun nieuwe inzichten, hun leerlingen en het onderwijs benaderen en daar grote problemen door krijgen.

De inspiratie waardoor de nieuwe inzichten ontstaan, geeft natuurlijk informatie, maar zoals bekend is, is kennis nemen hiervan alleen onvoldoende.

Het is de integratie van dit gegeven in herkenning in jezelf en in contact met anderen in dit geval binnen het onderwijs, wat je in staat stelt in voldoende mate anderen te kunnen begeleiden of anderen inlichtingen te verschaffen.

Dit is de diepere reden van de wens van veel leerkrachten die kennis hebben van het nieuwetijdskind, om deze kennis tot integratie te willen brengen binnen de leerstof en binnen het pedagogisch handelen.

Daar is het onderwijs en het totale schoolsysteem niet aan toe.

Het nieuwe onderwijs heeft als basisuitgangspunt dat wat reeds slapend in het kind aanwezig is, geactiveerd dient te worden en daarna in de praktijk gebracht dient te worden. Dit is onderwijs waarin als uitgangspunt wordt genomen dat een kind zichzelf laat ontplooien Er wordt hierbij niet opleggend gewerkt door anderen. Zij stemmen zich af op het niveau dat het kind aangeeft is dus niet dwingend.

Kinderen van nu zullen steeds meer zelf doende zijn, zelfondernemend, zelfverkennend. Hiervoor zullen leerkrachten de ruimte dienen te geven in het aanbieden van de leerstof.

Het zal zo verschillen dat sommige zaken zullen ge-ent zijn op werkelijke leeftijd van het kind en andere zaken zullen hun leeftijd zelfs ver te boven gaan. Leeftijden zullen meer en meer verbonden zijn met de innerlijke ontwikkeling. Er zullen kinderen komen die meervoudig ontwikkeld zijn op een zeer jonge leeftijd. Daardoor zullen deze kinderen onvoldoende ontwikkeling krijgen binnen het reguliere, algemene onderwijs.

Kinderen van nu zijn sowieso sneller van begrip. Zij kunnen vluchtig, maar diepgaand processen doormaken. Hierdoor is er een verandering noodzakelijk binnen het onderwijs en opvoedingszaken daar deze kinderen vaak leerprojecten krijgen die voor hen geen uitdaging meer betekenen.

Men zal zich binnen het nieuwe onderwijs overwegend moeten richten op het kind als geestelijk wezen. Van hieruit zal een afstemming op een dieper niveau volgen. Binnen deze afstemmingen kunnen dan diverse vormgevingen plaatsvinden. Deze afstemming schept dan ruimte zodat velen afzonderlijk een eigen weg kunnen gaan.

Het is dus meer de afstemming van de leerkracht die het mogelijk maakt dat het kind zijn eigenheid kan behouden. Ook al is er een strakke vormgeving.

Wanneer de leerkracht onvoldoende in staat is zijn eigenheid te behouden binnen beperkende omgevingen, dan zal deze ook de eigenheid ontnemen aan het kind. Ongeacht welke leermethodiek dan ook.

Een beperkende omgeving is een omgeving waarin het kind niet in staat wordt geacht zijn eigen weg te ontwikkelen, maar die wordt aangereikt via hele strakke schematische vormgevingen, zoals methodieken.

Echter ongeacht waar het kind al toe in staat is, is het ook binnen deze beperking mogelijk om het kind zijn eigenheid te laten behouden. Dit is essentieel binnen spirituele ontwikkeling.

Hoe kan de leerkracht dit bereiken?

Het heeft te maken met daar waar de leerkracht de accenten legt. Dit valt niet aan te leren, maar het zit in je. Het is dus zinloos anderen mee te willen nemen in deze overtuiging.

de leerkracht moet in staat zijn

zelfonderzoek te verrichten.

Leerkrachten dienen voor alles zichzelf te zijn.

Zichzelf te geven binnen de mogelijkheden die zij zelf hebben. In hen is karma werkend in relatie tot het kind, in relatie tot de omgeving, in relatie met de ontwikkeling van de tijd, waarin we nu staan.

Door deze beperking dienen we als het ware ondergeschikt te zijn aan het resultaat. Dit staat in verband met de eisen van de school. De leerkracht dient zijn eigen kwetsbaarheid, zijn eigen beperking, zijn eigen schijnwaarden onder ogen te zien.

Dit houdt in dat de leerkracht in staat moet zijn zelfonderzoek te verrichten. Hij dient te accepteren wat hij in zichzelf vindt en van daaruit zichzelf wensen vorm te geven op een wijze die hem eigen is.

Wanneer hij hiertoe in staat is, zal hij ook vorm kunnen geven binnen de beperking van methodieken op een wijze die geschikt is voor de kinderen van de nieuwe tijd.

…En van de kenmerken van mensen die spreken over kenmerken van de kinderen van de nieuwe tijd dient te zijn; volledig ingesteld te zijn op de eigen intuïtie.

Dus ook dient de leerkracht zich te laten leiden door de intuïtie, omdat door de kinderen veel intuïtief wordt ervaren en er dus in kind en volwassenen een herkenning zal ontstaan waardoor je eerder zal komen tot een diep gelegen contact en een verfijning in handelen naar beide kanten toe.

Het onderwijs dient zich meer te richten op de totaliteit van ontwikkeling van het kind als geestelijk wezen.

Degene die deze vorm geeft, zal dus zelf vanuit deze visie in het leven moeten staan.

Pas wanneer je dit geïntegreerd hebt in herkenning in het diepste van jezelf, zul je dit daadwerkelijk uit kunnen dragen.

Dus wanneer de leerkracht in staat is, zijn eigen wezen te vervullen en deze zodanig serieus te nemen en vorm te geven in zijn eigen leven, dan zal deze leerkracht een volmaakte leerkracht zijn in welke omstandigheid dan ook.

We hebben dan ook geen nieuwe scholen nodig. Ook zullen we onwilligen niet moeten wensen te overtuigen.

Wel zullen we ons meer en meer af moeten gaan vragen:  “Wie vertrouwen we onze kinderen toe?”