Orgaandonatie

Door  Johanna Beaart

Tijdens de laatste bijeenkomst van de werkgroep “De laatste Levensfase”, vlak na de BNN stunt over orgaandonatie, verdiepten wij ons in dit onderwerp, waarna er aan ieder van ons gevraagd werd daar een stukje over te schrijven voor de BIS nieuwsbrief.

Ik wil niets doneren en ook niets gedoneerd krijgen. Johanna Beaart
Een goede kennis van ons zou op korte termijn geopereerd worden aan een van zijn gewrichten. De behandelende arts had gevraagd of de patiënt, na het verwijderen van het versleten bot, het oude wilde doneren voor de botbank.

Onze goede kennis had hier direct zijn toestemming voor gegeven, want ja vond hij, hij had er toch niets meer aan hij en als hij daar dan een ander mee kon helpen, prima toch?

Vroeger dacht ik daar zelf ook zo over, maar sinds een paar jaar toch een beetje anders .
Ik, die jaren met een donorcodicil op zak heb gelopen waarin ik volmondig ja zei tegen het gebruik van al mijn organen, huid en netvlies, wil nu niet eens meer mijn botresten doneren! Mijn antwoord nu is geheel tegengesteld aan mijn vrijgevige aard van vroeger, dus zou een duidelijk nee zijn!

Ik zou het indien mogelijk voor mezelf wel willen hergebruiken, maar het idee dat er een deel van mij achter blijft op aarde als ik eerder dood zou gaan dan de ontvanger, ook al is het een minimaal en te verwaarlozen beetje vermalen bot, dat staat mij niet meer aan.

Mijn energie zit in dat bot, maar ook mijn pijn! Ik heb in mijn leven heel veel lichamelijke pijnen moeten doorstaan. Het laatste wat ik wil is mijn pijn doorgeven aan een ander, want ook al is die kans misschien minimaal, alleen al het idee dat ik dat zou doen, staat mij tegen. Het zou mijn zielenrust in het hiernamaals verstoren denk ik. Ik wil ook zelf geen donorbot van een ander getransplanteerd krijgen.

Voor sommigen ga ik misschien wel te ver in mijn afwijzing van donorbot voor mezelf, maar voor mij voelt het op dit moment zo.