door Joanne Lamb

Ik stap de kamer van zorghotel Cadenza binnen.

Mijn vader zit in elkaar gedoken voor de openslaande deuren van zijn kamer in zijn rolstoel.

In amper twee weken is hij heel hard achteruit gegaan.

Onvoorstelbaar eigenlijk.

Hij kan niet meer lopen en zijn stem is weg. De koortsaanvallen zijn langduriger en hij is nog maar nauwelijks verstaanbaar.

Met regelmaat bekruipt mij het gevoel van angst wanneer ik mij realiseer dat ik nooit meer zijn stem zal horen.

En ik realiseer mij bij binnenkomst dat hij steeds minder de man is die hij was.

Mijn vader begroet mij met “Hallo kind.” Hij strekt zijn arm naar mij uit en knijpt stevig in mijn hand.

Ik geef hem een knuffel en voel zoveel liefde voor hem.

Ik probeer met regelmaat dankbaar te zijn voor deze momenten. Omdat ik vind dat het een voorrecht is. Ik weet heel goed dat sommige mensen “ineens” iemand verliezen en dat mijn vader dankbaar is voor het leven dat hij heeft gehad. Maar toch. Het liefst zou ik heel hard willen huilen en schreeuwen dat ik niet wil dat hij gaat …

Ik slik mijn verdriet weg en kijk mijn vader in zijn ogen.

- “Gaat het met je pap?”

- “Ja hoor kindje” … “Ik mankeer niks”.

Gevolgd door een cynische blik en een grinnik.

Ik weet even niets te zeggen. Voel mij intens verdrietig worden, leg mijn hand op zijn schouder en zeg;

- “Kom pap, ik ga lekker koffie voor ons halen” ….

Joanne Lamb heeft op haar side op hyves het verloop van de ziekte van haar vader bijna dagelijks beschreven.

Reacties zijn gesloten.