Alle berichten van admin

Intuitief zijn: een innerlijke levenshouding

  • Door Anna Lamb

vlinderdblauw(Uit de cursus “Mystiek”)

Het is alsof in ons een nieuwe wijdere dimensie opengaat.Wij vermoeden nu, sommigen weten het zelfs zeker, dat de realiteit meer is dan wat we zien. Wij gaan dit ook meer en meer in onszelf ervaren; ook wij zijn groter, meer dan dat wat zichtbaar is.
Onze intuïtie is een van de kenmerken van een opengaan voor subtiele innerlijke zintuigen. Hierdoor komen we meer en meer in contact met een diepere werkelijkheid In onszelf; buiten onszelf; in alles!!! Dat kan zich tonen als een plotseling voelen of weten wat gebeuren gaat, maar ook als een innerlijke stem, die leiding geeft. Geestelijke begeleiding vindt altijd plaats via een dieper contact in jezelf; als een soort innerlijk gesprek, soms persoonlijk, soms onpersoonlijk, ook als een plotseling voelend weten. Dit noemen wij intuïtie.

Wat is nu eigenlijk intuïtie?

vlinderblauwWe kunnen  aan de werking van de intuïtie herkennen wat intuïtie eigenlijk is.Via de intuïtie krijgen we toegang tot een alles doordringende geestelijke wereld. Door de intuïtie voelen we op dieper niveau; doorzien we de diepste samenhang. Intuïtie is dan ook niet aan taal gebonden. De wereld die je via de intuïtie verkent, wordt geordend  via beelden, geluiden, geuren, smaken en zelfs via het lichamelijk voelen, Of via een direct weten.
Het gebeurt gewoon. De informatieve weg is veel langer. Bij waarnemingen via de intuïtie worden ervaringen rechtstreeks door het zenuwgestel opgevangen en verwerkt. Intuïtief ervaren is niet gebonden aan ruimte en tijd, zoals heden, verleden en toekomst. Intuïtief ervaren toont verbanden die anderen ontgaan. Binnen intuïtief ervaren maakt men gedachtesprongen, die anderen niet maken.
Kan men op verrassende wijze zaken aan elkaar koppelen, die voor anderen niets met elkaar te maken hebben. Binnen intuïtief ervaren en/of waarnemen doorleeft men meerdere zaken tegelijkertijd, die verband  met elkaar verband houden en een betekenisvol geheel vormen. Intuïtief ervaren is abstracter dan taal. Ervaringen worden teruggebracht tot hun essentie. bv. zoals men die beleeft bij het waarnemen van symbolen.  Complexe situaties worden snel overzien.

Intuïtief ervaren is gebaseerd op de herkenning van eerder opgedane ervaringen. Zo kan men komen tot een intense verbinding met zijn medemens,  maar ook met een steen, dier of plant.
Wat men ervaart wordt als iets van zichzelf. In onze samenleving wordt de intuïtie dikwijls als onbetrouwbaar, niet-hanteerbaar, beoordeeld.

vlinderoranjeMaar juist onze intuitieve mogelijkheden leiden ons naar een hogere intelligentie en uiteindelijk naar de universele liefde. Via de intuitie openen zich onze innerlijke vermogens tot het ontvangen van geestelijke krachten als vrede, liefde en wijsheid.
Intuitie sluit aan op het vrouwelijk aspect in ons, waardoor we ons openen om te ontvangen. Daarna kunnen we deze energien, inspiraties d.m.v. onze mannelijke aspecten in daden omzetten. Pas dan zijn we in evenwicht.

Orgaandonatie ja of nee!?

  • Auteur: Peter Lamb

vlinderblauwBij het gesprek over orgaandonatie wil ik drie kanttekeningen plaatsen. Als eerste, dat het mij opvalt dat, bij alle argumenten pro en contra orgaandonatie,  er een is die, voor zover mij bekend, ontbreekt en wel de meest voor de handliggende: de aanvaarding dat het leven zoals het zich aandient en verloopt, nu eenmaal beperkt in jaren is. Vanuit deze visie is het voor te stellen dat orgaandonatie noch orgaanacceptatie een plaats hebben.

Ik realiseer me goed dat deze gedachte wel heel haaks staat op de heersende trend van ‘Make me beautifull’, om zo lang mogelijk mooi, jong en gezond te lijken. Het is een handelwijze die de ‘Maakbaarheid van het leven’ propageert en waaraan niet te ontkomen lijkt.

Begrijp me goed, ik sta open voor elke argumentatie organen te schenken en te ontvangen, zelfs voor de gedachte dat ook de medische mogelijkheden in deze (al dan niet bewust) inspiratief ontvangen zijn, legitiem en te waarderen. Ik wil alleen maar aan bovenstaande gedachte een eigen waarde toekennen. Dat het leven, oneerbiedig gezegd, beperkt houdbaar is; voor elk mens, met een onbekend, verschillend aantal jaren. En dat hij ‘t daar mee doet.

Naast het toevoegen van nog een argument in de discussie wel of geen donatie, is er een ander punt dat het denken en beslissen in deze kwestie kan vertroebelen.

De druk die in alle toonaarden, vanuit overheid, maatschappelijke stromingen en kerkgenootschappen wordt uitgeoefend om orgaandonatie te promoten, kleurt veelal een ander standpunt in deze als bijna mens-vijandig, of doet deze tenminste op grond van een morele plicht af  wijzen. Een in vrijheid, vanuit eigen keuze (anders) genomen besluit, krijgt nauwelijks een kans.

‘Wie in onze heer Jezus Christus gelooft, die zijn leven tot redding van alle mensen heeft gegeven, zou in de dringende behoefte aan tijdig te verkrijgen organen een oproep moeten zien tot edelmoedigheid en broederlijke liefde’, aldus Johannes Paulus II.

Er wordt hier vanuit gegaan dat sindsdien een verhulde natuurwet in de mens ligt, als vaststaand gegeven, dat elk mens de ander z’n naaste is. Om dit toe te lichten wordt verwezen naar het verhaal van de barmhartige Samaritaan uit het Nieuwe Testament. (voor de tekst zelf: zie onderaan)

M.i. gaat het daarin niet om de bevestiging dat ieder mens de ander z’n naaste is, wel dat een ander z’n naaste kan worden, afhankelijk van de relatie die hij aangaat. Alleen zo is de vraag:  ‘Wie is de naaste van de man die overvallen werd?’ te begrijpen. De Samaritaan dus, en niet de leviet en de priester.( die ook de vrijheid hadden ‘t wel of niet te worden, maar er voor kozen ‘t niet te zijn). Je komt iemand nabij, wordt zijn naaste, als je iets met hem aan wilt gaan, op grond van een keuze, een eigen beslissing.

Deze gedachte werkt bevrijdend, ontlast je van de dodelijke verplichting elk mens te moeten mogen en welwillend te moeten zijn. Natuurlijk is het goed in voorkomende gevallen ‘iemand in nood’ te helpen, maar niet als vanzelfsprekend, alleen vanuit een innerlijke overweging en vrije keuze, welke dus nooit afgedwongen kan worden.

Als derde punt het volgende. Onlangs trof mij een genuanceerde spirituele kijk op de kwestie orgaandonatie. Zoals bekend wordt vanuit een holistische visie niet alleen de eenheid van spirituele dimensie van leven en natuur gesteld, maar ook hoe ‘t menselijk lichaam en zijn organen vanuit bewustzijn gevormd worden. Dat geeft ook de heel eigen energie van organen aan die daarom niet zomaar als auto-onderdelen ver- en uitgewisseld kunnen worden. Ze zijn stof en bewustzijnseenheid tegelijkertijd, uniek in elk individu. Dit pleit tegen de uitwisseling van belangrijke, menselijke organen, ook vanwege de verstoring tussen de fysieke en spirituele dimensie, zowel bij de gever als de ontvanger. Dit heeft zelfs zijn doorwerking naar familieleden en omstaanders.

In een boek ‘Over de Goddelijkheid van de mens’ dl II, van Gabriela en Rein Gaastra-Levin, wordt,  op grond van ontvangen inspiraties, o.a. over het onderhavige onderwerp, een visie naar voren gebracht, waarop ik u graag attent maak.

Het gaat met name over de vraag  hoe het eventueel toch mogelijk is tot donorschap en donorontvangst te komen zonder dat de eigenheid van de donor in z’n organen verloren gaat, dan wel die van de ontvanger onmogelijk wordt. Om, bij het afstand doen van een orgaan, verlies van eigen bewustzijnsenergie ( in dit of komend leven) te voorkomen, kan de donor heel bewust de overgang van het fysieke niveau naar het spirituele maken door het orgaan te vragen tot overdracht bereid te zijn en zich van eigen bewustzijn vrij te maken om zo open te staan voor die van de toekomstige ontvanger. Dit wordt dan een proces van leegmaken en opnieuw vullen. Ook degene die de donatie gaat ontvangen dient zich bewust te worden waarom zijn orgaan ziek is en om eenzelfde probleem in de toekomst te vermijden en zo open te staan voor de gave.

Voor familieleden geldt eigenlijk hetzelfde:  zo bereiden zij mede een goede ontvangst voor. Aan de hand van een beschreven ritueel wordt deze gang van zake concreet en beleefbaar gemaakt.

(Over de Goddelijkheid van de mens, deel II; ISBN 90-807478-2-3) (‘Eens viel iemand die op weg was van Jeruzalem naar Jericho in de handen van rovers. Ze plunderden en mishandelden hem en lieten hem half dood liggen. Bij toeval kwam er juist een priester langs die weg; hij zag hem wel, maar liep in een boog om hem heen. Zo deed ook een leviet; hij kwam daar langs, zag hem, maar liep in een boog om hem heen. Toen kwam er een Samaritaan die op reis was bij hem; hij zag hem en kreeg medelijden; hij trad op hem toe, goot olie en wijn op zijn wonden en verbond ze; daarna tilde hij hem op zijn eigen rijdier, bracht hem naar een herberg en zorgde voor hem.( )

Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in de handen van de rovers gevallen is? Hij antwoordde: Die hem barmhartigheid betoond heeft. Lucas 10-25)

Overpeinzingen over orgaandonatie

  • Auteur: Ed Brink

cirkel1Orgaandonatie is momenteel een onderwerp van gesprek. Al vele jaren wordt gedacht over orgaandonatie als een methode om mensen langer te laten leven. Vanuit overheidswegen zijn diverse regelingen getroffen om het aantal donoren te doen verhogen. Wat juist opvalt is dat ondanks de vele maatregelen er niet meer donoren komen. Wat kan hier de oorzaak van zijn? Wat wordt niet gezien? Vanwaar de vele aarzelingen? Wat beweegt ons om er niet voor te kiezen?

Zelf heb ik jaren lang met een donorcodicil rondgelopen. Ik was overtuigd dat het zinvol was om me als donor te laten registreren. Immers als ik eenmaal dood ben dan heb ik niets meer aan mijn organen en als een ander er dan langer door kan leven leek mij dat een goede mogelijkheid. Ik leefde in die tijd vanuit een meer materialistische visie. Alles is beredeneerbaar en staat los van elkaar.
Later is mijn blik verruimd. Ik ben meer het totale van het leven en de wereld gaan zien. Ik ben mijn lichaam meer als een geheel gaan zien en dat er overal verbinding met het geheel is. Ik ben mijzelf meer gaan beschouwen als leerling die in een wereld staat om in verwondering van de leren. Mijn idee van het grote niets is veranderd in een visie met voortgang van het leven na de dood. Alles in mijn leven heeft een diepere betekenis, die ik vaak niet overzie.

Veelal achteraf worden de verbanden tussen diverse gebeurtenissen mij duidelijk.

De dood is voor mij veranderd in een overgangfase. Het is niet iets om bang voor te zijn. Het is een moment van transformatie. Zelf heb ik een keer op de rand van de dood gestaan en het bleek helemaal niet angstaanjagend te zijn.

Als ik nu terug kom op orgaandonaties dan zijn er een aantal zeer fundamentele vragen die ik zou willen stellen. Waarom zou ik een leven verlengen dat aan zijn of haar eind is gekomen? Waarom zou ik mijn of een ander leven zo lang mogelijk rekken? Is het verlengen van het leven vanuit het hogere bewustzijn aan te bevelen of is het slechts een voortvloeisel vanuit mijn ego dat wil leven? In hoeverre mag ik in het leven ingrijpen? Deze vragen zijn niet eenvoudig te beantwoorden. Er is geen algemeen principe voor orgaandonaties wel of niet.

Vanuit spiritueel oogpunt zijn er vele punten van zorg bij orgaandonatie. Omdat de spirituele kant van orgaandonatie niet betrokken wordt bij de donatie kunnen er verwarringen ontstaan.

De donor geeft een deel van zijn spirituele bagage via het orgaan aan de ontvanger. Het is niet zeldzaam dat een ontvanger na de ingreep vreemde aspecten in zichzelf ontdekt die bij de donor horen.

Gezegd wordt dat de donor niet geheel zijn proces kan afmaken na de dood, doordat een deel van zijn of haar informatie nog aanwezig is in de ontvanger. Er ontstaat een vermenging van energieën.
Als ik dat hoor dan lijkt mij dat onwenselijk en zou de conclusie zijn geen donatie.
Echter alles op deze aarde bestaat uit keuzen die wij zelf hebben te maken. Ik denk dat er niet een eensluidend antwoord gegeven kan worden op de vraag. Het blijft een persoonlijke afweging vanuit mijzelf hoe het voelt om te doneren. De gedachte om een orgaan te ontvangen staat mij op dit moment niet aan. Wel weet ik dat dit makkelijk zeggen is als je niet in de positie verkeerd waarin een transplantatie nodig is om verder te kunnen leven.
Door contact te hebben met personen die een orgaan hebben gekregen kan ik niet  zeggen dat de keuze er makkelijker op wordt. Mijn grootste aarzeling bij donatie is de waardigheid waarop met mijn lichaam omgegaan zal worden mocht de situatie ontstaan dat mijn fysieke dood daar is. Als ik zou weten dat er ook vanuit een spirituele visie er gezorgd zou worden voor een goede overgang van een orgaan van mij naar een ontvanger zou mijn voorbehoud al minder zijn. Naar mijn mening hebben veel mensen onbewust het weten dat doneren meer inhoudt dan alleen het overzetten van een orgaan en stokt dat voor een groot deel het werven van donoren. Als de spirituele kant van de donatie meer zijn intree zou doen dan kan het zijn dat er meer mensen bereid zijn om te doneren of juist niet?
Het blijft een persoonlijke keuze.
Zoals het er voor mij  nu uitziet vertrouw ik op het leven en dat mijn dood op het juiste moment komt en dat daar geen donatie bij nodig is. Of toch……

Leven vanuit het Hoger bewustzijn

Door Anna Lamb

Een casus

Ziekenhuisbezoek tijdens de kerstdagen

De jongste broer van een vrouw heeft een ernstige vorm van darmkanker.

De man is gescheiden en woont alleen. Hij heeft behalve een oudste zuster ook nog een oudere broer en een jongere zus. De oudere zus steunt haar broer in het proces door hem ook praktisch bij allerlei zaken te helpen. Dat betekent dat zij met hem mee is gegaan tijdens de bezoeken aan de dokter; hem helpt bij de benodigde administratie en hem tenslotte voor operatie naar het ziekenhuis brengt. De jongere zus woont verder weg en steunt hem door dagelijks urenlang met hem te bellen.

De ziekenhuisopname zal twee weken duren.

Om te zorgen dat haar broer regelmatig bezoek zal ontvangen ondanks het kleine aantal familieleden en kennissen, vraagt de oudste zus het bezoek te spreiden zodat haar broer in elk geval dagelijks eenmaal bezoek zal kunnen krijgen. Vooral tijdens de kerstdagen vindt zij bezoek voor hem belangrijk. Zij belt de oudere broer en jongere zuster om af te spreken op welke dagen elk van hen zou kunnen gaan.

De jongste zus weigert dit echter. Zij gaat wanneer zij wil. De oudste zus zegt dat dit zou kunnen betekenen dat haar broer tijdens een van de kerstdagen geen bezoek zal krijgen en op een andere dag vier mensen tegelijk kunnen komen. Dit interesseert haar niet. Ook ruilen met een dag wil zij niet.

De emotionele reactie van de oudste zuster( vanuit het lagere bewustzijn)

De oudste zus is woedend. Zij is de contactpersoon met het ziekenhuis en wil op de dag van operatie haar zus eigenlijk nu niet meer informeren. ‘Laat zij nu ook zelf maar naar het ziekenhuis bellen.’ is haar reactie.

De emotie die daar onder ligt en sturing dreigt te geven aan haar handelen

Dan herkent zij dat zij vanuit een oud zeer vanuit het verleden reageert.

Haar jongere zuster heeft door vlijen en paaien eerst haar vader en later haar broers naar zich toe trachten te halen om zo aandacht te krijgen. En dat is haar tot ergernis van de andere kinderen goed gelukt.

Nu zij deze volle aandacht dit keer niet krijgt, probeert zij haar gram te halen.

Vraag:

Hoe kan de oudste zuster zonder mee te gaan in dit machtsspel, maar ook niet te verdoezelen en te onderdrukken, vanuit een hoger bewustzijn hier mee omgaan?

Kerstgedachten

Door Martiny Keur-van Velden

Terwijl ik dit opschrijf gaan mijn gedachten gelijk naar de tijd  begin jaren zestig, dat ik deel uitmaakte van een maatschappijkritisch cabaretgroepje.

We zongen daarin rond de  kerst het volgende liedje dat slaat op de uiterlijkheden van het kerstfeest zonder verdere diepgang.

KERSTGEMIS:

Wij hebben de boodschap ontvangen , Gloria

en toen een bal in de kerstboom gehangen

Vervolgens vervolgden we ons bestaan

de tijd dient tenslotte verder te gaan

al is er een sterre stil blijven staan , Gloria.

Wij hebben de boodschap ontvangen , Gloria

en toen een kip aan het spit gehangen

Vervolgens chambreerden we onze wijn

tot viering van het geboortefestijn

en aten tot schade van onze lijn , Gloria

Wij hebben de boodschap ontvangen, Gloria

en toen de hoorn weer opgehangen

We luisterden naar de Maastrichter Staar

die zingt er het kerstfeest zo vloeiend en klaar

en roddelen dan nog wat over elkaar , Gloria

De kerstdagen zijn weer verstreken Gloria

we zijn op de boom al uitgekeken

Nu duurt het weer een hele poos

we bergen ons kerstfeest in de doos

De kip was taai dit jaar zei Koos , Gloria

Ja, zou er eigenlijk veel veranderd zijn ? In de kersttijd zie je mensen met boze gezichten

achter hoogopgestapelde winkelwagentjes lopen duwen en zuchtend in de rij bij de kassa staan.

Maakt welvaart wel zo gelukkig? In ontwikkelingslanden zie je altijd stralende gezichten boven een kommetje eten, of lijkt dit maar zo?

Maar wat is die boodschap dan wel van Kerstmis of is het een romantische legende ?

Is Jezus eigenlijk wel op kerstmis geboren en was hij nu Jezus of Christus?

Op 25 december vieren we eigenlijk de geboorte van het licht; de zon die haar levensbrengende stralen naar de aarde zendt. Maar niet alleen van de uiterlijke zon, want die is slechts het symbool van de geestelijke zon; de Christusenergie, die de geesteskiemen de materie inzendt

De oude volkeren ,die smalend zonaanbidders werden genoemd, hadden waarschijnlijk een diepere verbinding met en besef van de Christuszon der wereld als levensbrenger in ziel en lichaam, als de westerse volken binnen hun kerken

In deze klimaatcirkel werd overal op midwinter een geboortefeest gevierd. Bij Syriërs Attis,

bij de Phrygiërs Adonis,  bij de Assyrrs Thammus enz.

De verhalen rond de goddelijke geboorte zijn in al deze godsdiensten en religies ongeveer hetzelfde.

In Bethlehem was een Adonis heiligdom. Daar werd elk jaar de geboorte van de nieuwe eenjarige verschijningsvorm van Christus, de levensgeest of jaargod, op aarde gevierd.

.Overal wordt het nieuwe jaar als een pasgeboren kind, een zoon van het oude jaar; als oude man voorgesteld. Ook het kerstkind dus en St. Jozef in de stal met een herdersstaf in de vorm van het gaffelkruis. Dat is de oeroude rune van de geboorte van de lente.

In de meester Jezus werd na zijn doop in de Jordaan, de laatste drie jaren van zijn leven, de Christusenergie werkzaam, hij werd toen Jezus de Christus genoemd.

Iemand die zich verbindt met zijn inwonende geest, de Christus, spreekt vanuit die Geest.

Als Jezus dus later spreekt van Ik en Mij bedoelt hij niet zijn persoon , maar zijn Goddelijke Vonk zijn Geest.

Zijn persoon is dan de spreekbuis van die Goddelijke Geest geworden. Dit kan bij elk mens zo zijn die zich bewust wordt van zijn Goddelijke Vonk en zich daarmee identificeert.

Jezus heeft door zijn leven en sterven waarbij hij zelfs zijn angst kon loslaten en in liefdevolle

vergeving naar zijn vijanden kon zijn, laten zien hoe de goddelijke liefde werkt.

Zodoende is het nu voor ons ook mogelijk geworden ons te verbinden met onze goddelijke bron die in ieder van ons aanwezig is.

Dat is wat we met kerstmis eigenlijk vieren de geboorte van het Licht in ieder van ons.

We hebben er alleen 2000 jaar over gedaan om dit te beseffen.

Kerstmis: Vrede op aarde?

Door Johanna Beaart

Hoe vaak hebben wij elkaar al vrede op aarde gewenst? Hoe vaak zijn wij ons echt bewust van wat wij op dat moment zeggen? Vrede op aarde, droom of een mogelijke werkelijkheid? Als wij alleen al in onze eigen kleine kring kijken dan beseffen wij dat echte vrede alleen bereikt kan worden door keihard aan onszelf te werken. Elke “oorlog” begint met twee personen. Een klein conflict is altijd het begin. Doordat wij mensen de onhebbelijke gewoonte hebben ons meer of minder dan een ander te voelen, schieten wij regelmatig in een conflict. Vrede op aarde is daardoor steeds meer een droom dan werkelijkheid.

Het goede nieuws is dat, als wij met elkaar in het klein beginnen, wij in staat zijn die vrede op aarde te verwezenlijken. Wij moeten dan beginnen met te accepteren dat iedereen anders is. Tevens onderkennen wij tegelijkertijd, dat de ander gelijk aan onszelf is. Als je dat beseft vanuit jouw eigen diepste weten dan ga je niet meer boven of onder die ander staan. Je voelt je zijn gelijke en behandelt de ander, zoals jezelf behandeld wil worden. Of die ander nou blank, bruin, zwart of geel is, dat maakt je dan niet meer uit. Ook niet uit welk land hij of zij afkomstig is. Of het een allochtoon of een autochtoon is. Of iemand rijk of arm is, dat doet er allemaal niet meer toe. Jouw wereld is zijn wereld en andersom. Je wilt dat iedereen het goed heeft. Als wij elkaar met kerstmis vrede op aarde wensen dan geldt dat voor alle mensen, waar ook ter wereld.

Al die oorlogen zijn begonnen met een ziekelijke gedachte: ik wil slimmer, mooier, beter, rijker, machtiger zijn dan de ander. Echte vrede is alleen te bereiken door dat los te laten. Door jezelf en de ander totaal te accepteren. Jezelf uit te delen in onbaatzuchtige liefde. Alleen Liefde overwint elke oorlog. Laten wij in het klein beginnen door die Liefde uit te stralen naar een ieder in onze omgeving.

Je zult ontdekken hoeveel oorlogzuchtige gedachten in een ieder van ons leven en hoe moeilijk het is om in het klein vrede op aarde te brengen. Moeilijk, maar niet onmogelijk!

Probeer het gewoon eens en doe steeds opnieuw je uiterste

best om jouw eigen grote ego op zij te zetten. Met elke liefdevolle poging komen wij met z’n allen steeds dichter bij die door ons zo gewenste vrede op aarde.

Ik wens u allen een liefdevolle vredige Kerst en een tolerant 2007.

Heer van het Licht

geef mij inzicht

in mijn totale zijn

maak mijn donkere kanten rein

door Uw Zuivere Licht naar mij uit te stralen

laat mij in dit leven, mijn Zielendoel halen

waarvoor ik naar de aarde gekomen ben

zorg dat ik mezelf in diepte herken

zodat ik mijn Zielendoel waar kan maken

laat Uw Zuivere Liefdeslicht mijn hart raken

waar Uw Licht in mij leeft

dat mij het Eeuwige leven geeft

raak mij elke dag even aan

dan zal mijn aardse bestaan

steeds lichter en Liefdevoller gaan

Dank U Heer van het Licht

voor elk nieuw inzicht.

Overpeinzingen

Door Ed Brink

Lieve mensen,

Vrede hoort bij de Kersttijd.

Het is een behoefte die in deze periode van inkeer en rust naar boven komt.

De kortste dagen zijn aanwezig en laten we het gezellig en goed hebben.

Meditaties van vrede voor de wereld in een wereld die lijkt verscheurd te worden door geweld en oorlogen.

Door de media zijn we volop betrokken bij allerlei gewelddadige conflicten. Ons land is zelfs militair betrokken bij het beteugelen van conflicten. We willen geen conflicten maar zitten er midden in.

De westerse wereld lijkt verlamd door de dreigingen van terreuraanslagen. De vrijheden van de burgers worden ingeperkt om terreur aan te kunnen pakken. Het lijkt allemaal alsof het ons overkomt en we er niets aan kunnen doen.

Hoe is het zover kunnen komen? Wat is er eigenlijk aan de hand?

Als we kijken naar de wereldgeschiedenis dan zijn er altijd conflicten geweest. In de ene periode meer dan de andere. Kennelijk hoort het bij ons; hoort het bij deze wereld waarin we leven. Het is een deel van ons. Tegelijk is er de grote behoefte aan vrede. Behoefte aan het stoppen van de conflicten.

Wat is nodig om de conflictcultuur te stoppen?

De uitspraak ‘zo binnen zo buiten’ geldt ook voor wat we om ons heen zien gebeuren. De wereld laat de conflicten in onszelf zien; laat zien wat er in onszelf aanwezig is. Zolang er conflicten in onszelf aanwezig zijn zullen ze zichtbaar worden om ons heen. Wanneer we in staat zijn onze interne conflicten op te lossen, zullen de uitwendige conflicten verdwijnen.

Vanuit mijn ervaringen met ‘familieopstellingen’ (Dit is een therapievorm om relaties binnen jezelf, binnen de familie, op het werk etc. te onderzoeken en tot een heilzame oplossing te komen)worden de volgende aspecten gezien die nodig zijn voor vrede.

Het eerst wat nodig is, is eerbied voor een ieder en voor het hele leven. Zonder eerbied is geen oplossing van een conflict mogelijk. Eerbied is iets wat velen de laatste tijd verloren hebben.

Ben je instaat vanuit eerbied naar de ander te kijken; met eerbied te kijken naar je voorouders, naar andersdenkenden, naar jezelf, je eigen schaduwkanten, naar een misdadiger?

Dit is meestal geen eenvoudige opgave. Het is wel een begin om te gaan zien wat er is. Dit geldt ook in relatie met anderen. Wanneer we vanuit eerbied naar de ander kunnen kijken, kunnen we de ander en onszelf ook echt zien. Gezien worden is een van de grootste helende krachten die er is. Wanneer dit gebeurt lost al veel op.

Veelal worden binnen families personen niet gezien, vermeden, doodgezwegen. Het kunnen personen zijn die gestorven zijn, personen die iets onvergeeflijks gedaan hebben, een geaborteerde vrucht, etc.. Het bijzondere is dat de spanningen binnen een familie verdwijnen zodra alles wat er is, er ook echt mag zijn. Dit kan heftige emoties met zich meebrengen, maar uiteindelijk verlichting geven en vrede met dat wat is.

Wat is er nog meer nodig? Het is belangrijk dat een ieder zijn of haar  plek heeft. Iedereen heeft recht op zijn eigen plek. Bijvoorbeeld een kind hoort t.o.v. de ouders de kindplek in te nemen en niet die van de ouder. Het eerste kind is het eerste kind en niet de tweede etc. Het innemen van je eigen plek is essentieel. Nemen dat wat is.

Zodra iemand geen plek krijgt ontstaat er een ontwrichting in het geheel; het geheel wordt vervormd. Als dan tijdens een familieopstelling een ieder binnen de familie zijn eigen plek inneemt dan klopt het en treedt er een ontspanning op in het geheel. Vrede is mogelijk.

Een derde ingrediënt is dat er een evenwicht moet zijn tussen geven en nemen. Het komt nogal eens voor dat personen meer geven dan terugkrijgen of juist meer vragen dan geven.

Als er een evenwicht is dan ontstaat ook hier een ontspanning. Vrede is mogelijk.

Als we allen instaat zijn om vanuit eerbied naar elkaar te kijken, een ieder een plek op deze aarde te gunnen en bereid zijn te geven en te ontvangen dan wordt de vrede op aarde mogelijk.

IK WENS U ALLEN EEN VREDIGE TOEKOMST

Spiritualiteit in het onderwijs

Universeel Kerstmis

Door Anna Lamb

De klas was gehuld in het warme licht van tientallen kaarsvlammetjes. Elke morgen in de kersttijd werd er een verhaal voorgelezen, afgewisseld met het zingen van kerstliedjes.

Ieder kind had zijn eigen kaarsje voor zich.

Doodstil en vol aandacht keken de grijze, blauwe, donkere en vele bruine ogen mij aan. Zestien nationaliteiten in Eén klas, met vele verschillende culturele achtergronden en religies. Hoe kon je als leerkracht en leerlingen elkaar in eenheid ontmoeten tijdens het Kerstfeest?

Het licht ging weer aan. Ieder kind kreeg een blad voor zich met daarop een cirkel. Voor hem stond een mandje met kleurpotloden.

Ik sprak met hen over vrede; dat wij bij de vrede in onszelf kunnen komen als we onze gedachten en gevoelens even proberen stil te leggen. Zo kun je contact krijgen met een diep gevoel van vrede in jezelf.

‘Als je wilt, sluit je je ogen, zodat je niet afgeleid wordt en zal ik een muziekje aanzetten dat ook ‘Vrede’ heet. Als je wilt, mag je in de cirkel gaan tekenen hoe jouw vrede er uitziet. Ik heb een potje met echte gouden verf en een penseel waarmee je het mooiste plekje in je tekening goud mag maken’, besloot ik.

Zonder enig commentaar sloot ieder zijn ogen. Er daalde een gezegende stilte in de klas. Ontroerd keek ik naar de verstilde gezichtjes, die vol overgave hun eigen innerlijk pad betraden.

Bij Lonneke stroomden spontaan de tranen over de wangen. Ik ging naast haar zitten en vroeg of alles goed ging.

“Ik voel zo veel verdriet, juf”, fluisterde zij. “Kijk er eens onder” sprak ik zacht terug. Even was het stil. “O juf, ik zie allemaal licht, goud..” en toen “ juf, ik zie twee handen. Ze willen mij helpen.”Door haar tranen heen, straalden haar ogen. “Als je wilt, mag je het tekenen”, zei ik. Zo ging ik naar ieder kind.

“Ik zie alleen maar een grijze mist”, sprak een jongen, van wie ik wist dat hij heel veel verdriet in zich had. “Ga maar tekenen”, zei ik, en laat onder die mist de zon eens schijnen.”Blij verbaasd tekende hij vol overgave zijn eigen, voor hem nu zichtbaar geworden licht.

“Juf”, giechelde een klein ondeugend meisje, “Ik zie alleen maar sterretjes fonkelen.” Haar cirkel was vol getekend met allemaal prachtige, gouden sterretjes.

Louis zijn tekening was voor een groot gedeelte gevuld met zwart. Het centrum bestond uit een grote, gouden ster.Louis keek stil met een ernstig gezicht naar zijn tekening. Met betraande ogen keek hij mij aan. Het verdriet dat de scheiding van zijn ouders hem had aangedaan, lag nog vers op zijn gezicht. “Nu weet je Louis, dat als je verdriet hebt je vrede en rust kunt vinden bij die gouden ster van vrede in jezelf.” Hij knikte en gerustgesteld tekende hij weer verder.

Als laatste kwam ik bij Sandra. In haar cirkel straalde een prachtige gouden ster als een explosie van het mooiste gouden vuurwerk. Aan de randjes had zij rode hartjes getekend.

“En San, hoe ging ‘t bij jou”, fluisterde ik zacht. Met een gelukkige glimlach keek zij mij aan en wat verbaasd zei ze zacht: “Juf, er is binnen in mij alleen maar liefde!”

Ik knikte ontroerd.

Begrijpt U nu waarom ik zo lang schooljuffrouw bleef? Vooral met Kerstmis?

Orgaandonatie

Door  Johanna Beaart

Tijdens de laatste bijeenkomst van de werkgroep “De laatste Levensfase”, vlak na de BNN stunt over orgaandonatie, verdiepten wij ons in dit onderwerp, waarna er aan ieder van ons gevraagd werd daar een stukje over te schrijven voor de BIS nieuwsbrief.

Ik wil niets doneren en ook niets gedoneerd krijgen. Johanna Beaart
Een goede kennis van ons zou op korte termijn geopereerd worden aan een van zijn gewrichten. De behandelende arts had gevraagd of de patiënt, na het verwijderen van het versleten bot, het oude wilde doneren voor de botbank.

Onze goede kennis had hier direct zijn toestemming voor gegeven, want ja vond hij, hij had er toch niets meer aan hij en als hij daar dan een ander mee kon helpen, prima toch?

Vroeger dacht ik daar zelf ook zo over, maar sinds een paar jaar toch een beetje anders .
Ik, die jaren met een donorcodicil op zak heb gelopen waarin ik volmondig ja zei tegen het gebruik van al mijn organen, huid en netvlies, wil nu niet eens meer mijn botresten doneren! Mijn antwoord nu is geheel tegengesteld aan mijn vrijgevige aard van vroeger, dus zou een duidelijk nee zijn!

Ik zou het indien mogelijk voor mezelf wel willen hergebruiken, maar het idee dat er een deel van mij achter blijft op aarde als ik eerder dood zou gaan dan de ontvanger, ook al is het een minimaal en te verwaarlozen beetje vermalen bot, dat staat mij niet meer aan.

Mijn energie zit in dat bot, maar ook mijn pijn! Ik heb in mijn leven heel veel lichamelijke pijnen moeten doorstaan. Het laatste wat ik wil is mijn pijn doorgeven aan een ander, want ook al is die kans misschien minimaal, alleen al het idee dat ik dat zou doen, staat mij tegen. Het zou mijn zielenrust in het hiernamaals verstoren denk ik. Ik wil ook zelf geen donorbot van een ander getransplanteerd krijgen.

Voor sommigen ga ik misschien wel te ver in mijn afwijzing van donorbot voor mezelf, maar voor mij voelt het op dit moment zo.

Heeft u al een donorcodicil?

Door Anna Lamb

Al lange tijd worden we via de media bestookt met de vraag onze organen na onze dood af te staan. (zie mijn artikel in de Nieuwsbrief maart 2005)

Een aantal mensen heeft mij opnieuw gevraagd wat ik van orgaandonatie vind en wat ik met mijn organen doe, wanneer ik kom te overlijden.

Het is niet gemakkelijk deze vragen vanuit ons hoger bewustzijn te beantwoorden.

Meestal beginnen we met rationele overwegingen zoals:
Je bent toch dood, dus heb je je organen niet meer nodig.

Ben je wel echt dood wanneer ze je organen uitnemen?
Maar ook: De trillingen van je niet aangegane processen liggen besloten in je organen. Die moet je eerst uitwerken voor je het aardse verlaat. Dat kan ook na de dood nog gebeuren. Echter dit kan niet meer wanneer je je organen gedoneerd hebt. Je blijft dan verbonden met de ontvanger van het donororgaan tot deze sterft. Zo kom je niet tot totale verwerking van je levensopdracht.

We worden ook emotioneel aangesproken: o.a.door verhalen over en beelden van zieke mensen, zelfs kinderen, die na donatie van een orgaan weer werken en voetballen. Je moet wel een hart van steen hebben om dan nog nee tegen het invullen van een donorcodicil te kunnen zeggen.

En stel dat een van je kinderen of kleinkinderen bv een nier zou moeten hebben. Ik denk dat ik naar het ziekenhuis zou rennen, ongeacht mijn overtuigingen.

Wij mensen zijn nog steeds zo gehecht aan het aardse leven.Wij mensen zijn nog steeds zo gehecht aan het aardse leven. We doen er alles aan om het aardse leven te verlengen. Maar het werkelijke leven gaan we toch in na onze dood?

Velen geloven in het hiernamaals, maar is het ook een weten vanuit de ziel? Bij mij in elk geval niet zo diep dat ik vanuit die overtuiging mijn kinderen onder mijn handen zou kunnen laten sterven.

Toch is donatie ook een daad van liefde.

Ik denk aan de spirituele betekenis van mijn organen. Mijn nieren. Wat stel ik me hierbij voor? Twee boonvormige organen die alle vocht uit mijn lichaam ontdoen van afvalstoffen en dus ook van al mijn geestelijke onzuiverheden.

In gedachte zie ik mijn lever; 65 jaar beroering vanuit mijn onderbewustzijn hebben mijn lever al gepasseerd. Wat zal dat voor effect gehad hebben op dit donkerbruine grote orgaan. Zouden mijn angsten en tobberijen zichtbaar zijn bv als grote donkere vlekken of verschrompelingen.

(En dan heb ik het maar niet over mogelijke gevolgen voor mijn lever van die vele heerlijke glaasjes rode wijn!)

Mijn longen zijn nog het meest voelbaar als ik in-of uitadem. Mijn levensadem heeft daar zijn werking gedaan.
En dan mijn hart. Waarvoor en voor wie heeft dit allemaal liefdevol geklopt? Wie heb ik in mijn hart gesloten. Hoe vaak en hoe diepgaand heb ik in liefde vanuit mijn hart gesproken, geleefd, naar mezelf gekeken?

Ik voel me heel dichtbij mijn lichaam komen nu ik dit schrijf.
Het is alsof ik me hierdoor van binnenuit met elk orgaan gaandeweg het schrijven, dieper verbind. Ik streel hierdoor als het ware de plaats van mijn longen; verwarm mijn lever en mijn nierstreek; koester mijn hart in mijn handen.

Zou iemand nog iets aan dit gebutste maar door mij geliefde lichaam kunnen hebben?

En, wil ik dat wel?

Zelf weet ik het zeker. Ik wil geen donororgaan. Maar ik heb dan ook al 65 jaar geleefd.

Ik weet het, voor een wezenlijk antwoord moet ik naar binnen.
Voorbij mijn denken en mijn emoties, voorbij mijn diepste gevoel.

Daar onder ligt het echte antwoord.
Ik weet niet wat ik verwacht. Ik leg mijn vraag in mij neer en breng mijn gedachten tot zwijgen en verstil. Ik open mij voor mijn diepste zelf; mijn hoger bewustzijn.
Dan komt vanuit een totaal weten het antwoord uit mijn ziel.

Veel zal afhangen of ik al mijn processen ben aangegaan op het einde van mijn leven.

Het antwoord is geen direct nee maar ook geen uitgesproken ja.

Mijn hogere bewustzijn zal dat weten. Ik zal daar dan ook opnieuw bij te raden moeten gaan.
En wanneer ik dan besluit tot donatie, dienen er voorwaarden verbonden te zijn aan de ontvanger. Hij of zij zal zich bewust moeten te zijn van de bijzondere waarde van wat hij of zij ontvangt.Respect moeten hebben voor dit deel van mijn lichaam.

En ik, Ik zal in overgave mijn orgaan dienen af te staan, zonder verder voorbehoud. In vertrouwen mij terugtrekken, zodat de ontvanger het orgaan totaal kan bewonen. Als was het nieuw.