Alle berichten van admin

Donor zijn, ja of nee?

Door Anna Lamb

Waar de ene groep zich beijvert zoveel mogelijk mensen op te roepen vanuit liefdevolle betrokkenheid een donorcodicil in te vullen, daar beijvert een andere groep zich dit tegen te gaan.

De eerste groep doet dit vanuit een behoefte en het geloof dat het het beste is als het leven, zolang als maar enigszins mogelijk is, op aarde wordt doorgebracht.

Uit liefde voor de zieke medemens voelt men zich geroepen zijn ?overbodige? organen na zijn dood af te staan.

De tweede groep doet dit juist niet en dit vanuit het nieuwe weten dat organen persoonsgebonden zijn; dat diepe ervaringen in het leven als trillingen hun weerslag hebben gekregen in het orgaan dat met bepaalde emoties verband houdt. Deze trillingen worden over het algemeen in de loop van het leven verwerkt en dan dus weer losgelaten, maar veel wordt niet direct verwerkt, dus niet losgelaten en blijft als trillingen achter in het daar voor bestemde orgaan.  Deze trillingen komen vrij als de mens overleden is en zijn lichaam het verteringsproces doorgaat. Alsnog komen dan oude processen uit dit leven tot verwerking en zal een nieuw leven daardoor niet extra belast worden.

Wanneer een mens zijn orgaan afstaat, blijven de onverwerkte trillingen achter in het dan nog wel levende orgaan in de ontvanger en komen zo niet tot verwerking.

De overledene blijft zo verbonden met de levende mens die het orgaan heeft ontvangen. Men spreekt zelfs menigmaal over eigenschappen die naar boven komen, die de zieke persoon voorheen niet had en dus via het donororgaan lijken los te komen.

Maar dood is geen afscheid voor altijd; we moeten dan ook niet kost wat het kost vast willen houden aan het leven, aldus de visie van deze laatste groep mensen.

Onlangs zag ik een zeer ontroerende documentaire op de televisie waarin een 10 jarig jongetje zijn organen na zijn naderende dood wenste af te staan.

Zo konden vijf mensen een van zijn organen krijgen en ?gered? worden. Een van hen was een jongetje van zes.

Het voelde zo goed en bijzonder; zowel wat het overleden jongetje had gedaan alsook de ouders en medische staf en toch….

Nog steeds heb ik en velen met mij het donorcodicil niet ingevuld.

Dit is niet zo maar gemakzucht of egoïsme.
Ik voel een diepe weerzin wanneer ik me voorstel een orgaan van een ander te ontvangen. Ik denk dat ik liever doodga. Maar ik voel wel een bereidheid om een orgaan te schenken aan een kind of een moeder met kinderen of wie dan ook.

Waar moet ik naar luisteren?

Naar mijn verstand, dat zegt dat ik zelf dan wel eens de dupe zou kunnen worden van dit besluit?

Naar mijn angst voor mogelijke gevolgen? Naar mijn schuldgevoel dat ik mensen kan ‘redden’ en dit uit egoïsme niet doe?
Naar mijn intuïtie dat zei dat ik geen donororgaan wil.

Ik besluit tot het laatste.
Mijn intuïtie is verbonden met mijn weten; met mijn bewustzijnsniveau want…
Wie zegt me dat er geen karmische banden lopen tussen donoren en hun ontvangers die op deze wijze worden uitgewerkt.
Wie zegt me dat er veel mensen door hun vergevorderde geestelijke ontwikkeling, na het sterven niet al gelijk hun processen kunnen loslaten en dus niets meer achter laten?

Wie zegt me dat dit niet een mogelijkheid is om in een leven meerdere ontwikkelingen door te maken, zonder telkens weer een nieuw leven te hoeven aangaan?

Wie zegt me dat dit niet een proces is waarin de mensheid vanuit nieuwe inzichten geholpen wordt tot meer eenheid en mededogen met elkaar te komen?

Alleen ons eigen weten is in staat deze vragen aan onszelf te beantwoorden, want ons eigen dieper weten komt voort uit onze levensopdracht en ons individuele ontwikkelingsniveau.. Dat vraagt verdieping; zelfkennis; eigen verantwoordelijkheid en trouw aan het eigen weten.

We zullen onze eigen valkuilen goed moeten herkennen en doorzien. En dat we uitgaan van een algemeen zo maar aangenomen gemeenschappelijk
standpunt, daartoe heb ik het hart niet!

Orgaandonatie, een visualisatie

Door Miep Verhoef
(lid van de werkgroep ”De laatste levensfase en spiritualiteit”)

Ik wil je vragen rustig te gaan zitten en eerlijk te kijken naar de
antwoorden die in je opkomen als je onderstaande vragen leest.

Stel je voor: je weet dat je niet lang meer te leven hebt en je hebt een
paar organen die nog bruikbaar zijn voor iemand anders.
Stel je ze beschikbaar?

zo nee,
stel je voor dat iemand uit je familie- of vriendenkring ziek wordt en een
orgaan “nodig heeft”. Verandert dat iets aan je standpunt?

Zo ja,
stel je dan voor dat het zover is. Je ligt op je sterfbed en je weet dat er een operatiekamer klaargemaakt wordt waar je lichaam, zodra je overleden bent, heen zal worden gebracht. Je blijft aan allerlei apparaten gekoppeld totdat
de benodigde onderdelen uit je lichaam zijn verwijderd. Kon je onder deze
omstandigheden rustig afscheid nemen en op je eigen tijd en wijze
overlijden?

Hoe is het dan om met een incompleet lichaam in de geestelijke wereld te
arriveren? (in zoverre je daar nog mee verbonden bent)?
Kun je waarnemen aan wie je organen worden gegeven? Ben je het daar mee eens of interesseert het je niet? Wil je in de buurt blijven van je organen of
kun je je ervan losmaken om je eigen weg te gaan in de geestelijke wereld?
Sta je nog steeds achter je beslissing of neem je je voor om het in een
volgend leven anders te doen?

Wat voor gevoelens heb je voor de ontvanger? Empathie? Of wil je je met
zijn/haar leven bemoeien? Ben je trots op jezelf?

Wilde je bij een hogere geestelijke macht in een goed blaadje komen?
Was het uit plichtsgevoel of uit angst voor schuldgevoel als je ’t niet zou
doen?

Stel je voor,
je bent ziek en hebt een orgaan nodig. Wil je er wel een van iemand die net
is overleden (of zelfs van een dier)?

Zo nee,
wat is je motivatie om het niet te doen, om gewoon aan je ziekte te sterven?
En als het zover is: hoe erg is het eigenlijk om dood te gaan en in de
geestelijke wereld te vertoeven?

Zo ja,
voel je je beter met je nieuwe orgaan?
Wat doe je eraan om te voorkomen dat ook dit orgaan weer ziek wordt?

Heb je inmiddels inzicht in de mogelijke oorzaken van de ziekte?
En als het orgaan toch weer afgestoten wordt? Wat heeft die extra tijd je
opgeleverd?

Wat voor gevoelens en gedachten heb je voor je donor? Dankbaarheid is
voor-de-hand-liggend. Misschien vond je ook wel dat je er recht op had; die ander is immers toch dood …

Zoveel kanten en nog meer zitten er aan orgaandonatie. We zullen er
voorlopig nog niet over uitgepraat zijn.

Spiritualiteit in het dagelijks leven

Door Anna Lamb

Kristallen bruggen bouwen, d.w.z. het bouwen van bruggen tussen twee oevers; de oever van het gebied van het reguliere denken en de oever van het gebied van de nieuwe spirituele kennis. Bruggen als van kristal,  zonder de versluiering van eigenbelang of elke andere vorm van liefdeloosheid ook.

Hoe kunnen we zo’n brug slaan tussen het reguliere denken en vernieuwende spirituele kennis?

Er werd me gevraagd een lezing over het sterven te geven aan de groep vrijwilligers van een hospice. Natuurlijk wilde ik dat. Wat een uitdaging. Immers de medewerkers van een hospice komen dagelijks in aanraking met processen rond het sterven. Het zullen bewust levende mensen moeten zijn die hiervoor hun hart, energie en vrije tijd beschikbaar stellen. Dacht ik.

Zowel de persoon die mij uitnodigde als, de coördinator die mij later belde, vroeg ik nadrukkelijk of ik vrijuit over de nieuwetijds gedachten kon praten.

Beiden verzekerden me dat ik dit kon doen daar deze mensen zoveel ervaringen hebben met het zien van reeds overleden familieleden door patiënten en verhalen over paranormale ervaringen; kortom bijzondere ervaringen tijdens het sterven, dat hierdoor hun visie zodanig zou zijn dat een lezing als ik over het algemeen geef, voor hen vooral herkenning zou oproepen. Ook het bespreken van een gegeven als reïncarnatie zou zeker geen problemen geven. Het moest juist een reden worden om tot discussie te komen met elkaar. Mijn gevoel zei echter iets anders.

Ongeveer een jaar geleden was me terloops door een paragnost gezegd dat ik er rekening mee moest houden dat ik meer en meer lezingen zou gaan geven voor een regulier publiek. Iets waar geen enkele spreker van de onderwerpen die ik geef, op zit te wachten.

Immers er moet zeer voorzichtig en uitgebalanceerd, een brug geslagen worden tussen het reguliere denken en de vernieuwende kennis. Mensen worden anders dikwijls agressief of lacherig als je hierbij over zaken als reïncarnatie en/of levensopdrachten e.d spreekt. Hiermee had en heb ik inmiddels al een aantal ervaringen gehad. Maar het leek me een verrijking als de nieuwe kennis in het omgaan met stervenden mee uitgedragen zou gaan worden.

Ik besloot de lezing enigszins aan te passen.

Zo begon ik met een brede uitleg van waaruit onze visie ontstaan was en hoe wij onze inspiraties ontvangen. Ook op het gegeven reïncarnatie ging ik uitgebreider in dan anders.

De reactie van een deel van het publiek was heel naar.

Er werden zowel boze reacties gegeven, als zaken belachelijk gemaakt. Een aantal geïnteresseerde mensen durfde hun vragen niet meer openlijk te stellen.Zoiets verwacht je niet van ?n groep, meestal al wat oudere mensen, die zulk bijzonder werk doen.

Wat aangeslagen reden we naar huis.

In de week hier op volgend, sprak ik er over met een aantal geestverwanten. Ook hier hoorde ik van familieleden en collega?s die in gesprekken over spirituele onderwerpen met minachting en spot reageerden. Een leerkracht werd zelfs verboden er over te spreken met de kans op ontslag. Ik hoorde al eerder over partners die weigeren te luisteren naar bepaalde ervaringen, waar nog al eens relatieproblemen uit voort vloeien. Ook ouders of oudere kinderen keren zich rond deze thema?s menigmaal af van hun dochter, zoon, moeder of vader.

Toch is er een sterke behoefte bij velen, bijzondere ervaringen en nieuwe inzichten te delen, bij familie, op het werk; bij vrienden en juist bij degene die hen het meest na staan. We werden en worden diep in onze ziel geraakt door spirituele ervaringen, inspiraties, meditaties, vieringen e.a. Hierdoor kan onze essentie meer en meer ervaarbaar worden in ons dagelijks leven en zo naar buiten toe zichtbaar worden. Juist de innerlijke vervulling die daar het gevolg van is, dikwijls gepaard gaand met een gevoel van geluk, wil je delen met je meest nabije naasten.

Zohra Noach,( initiator van Psychosofia) waarmee ik hier eens over sprak, zei dat men een kristallen brug moest slaan tussen de reguliere wereld en inzichten van de nieuwe tijd tijdens  lezingen en ander werk.

Voor mij kunnen we deze kristallen brug pas betreden, wanneer we ons respectvol afstemmen op waar de ander staat en daarna in eenvoud, stap voor stap zichtbaar maken waar wij staan. Dit zo aan te reiken, wel krachtig en met zelfrespect, maar in vrijheid naar de ander, zonder ons op wat voor een manier ook op te dringen of ons meer en beter te voelen. Anders kunnen we onszelf zelfs beter terug houden.

Ben ik dus ver genoeg uitgereikt naar waar de ander stond tijdens de lezing voor de medewerkers van het hospice? Nee.

Maar ik wil ook geen zieltjes winnen, die behoefte heb ik absoluut niet, daarvoor heb ik bovendien teveel respect voor de eigenheid van de mens. Een aantal signalen uit de zaal getuigde van angst. Voor een aantal toehoorders was het te veel, onveilig, te bedreigend, werden te veel, voor hen dagelijkse, aanvaardbare goede gewoontes door de nieuwe inzichten onderuit gehaald.

Wat was mijn eigen aandeel daar in? Hoewel ik zo integer mogelijk met mensen om wens te gaan, ben ik opnieuw in mijn oude valkuil gestapt nl: Waarom heb ik niet beter naar mijn eigen gevoel geluisterd?

Antwoord: Omdat ik opnieuw de ander, in dit geval de organisatoren, meer serieus nam dan mezelf. Mijn oude pijnplek: ‘miskenning’ heeft me uiteindelijk doen besluiten te veel concessies te doen aan de mening van de leiding van de groep medewerkers aan het hospice, waardoor de lezing jammerlijk mislukte. Deze dwingende emotie had ik moeten herkennen bij de voorbereiding en ik had bij mijn Hoger bewustzijn te raden moeten gaan.

Wat zou ik dan anders hebben gedaan?

Een mooie vraag voor de volgende terugkomdag van de Inwijdingsschool.

Kristallen bruggen bouwen binnen het onderwijs

Door Anna Lamb

Hoe kunnen we ‘n brug slaan tussen het reguliere denken en vernieuwende spirituele kennis binnen het onderwijs?

Menigmaal worden mij voorvallen medegedeeld van leerkrachten die vanuit hun nieuwe inzichten, hun leerlingen en het onderwijs benaderen en daar grote problemen door krijgen.

De inspiratie waardoor de nieuwe inzichten ontstaan, geeft natuurlijk informatie, maar zoals bekend is, is kennis nemen hiervan alleen onvoldoende.

Het is de integratie van dit gegeven in herkenning in jezelf en in contact met anderen in dit geval binnen het onderwijs, wat je in staat stelt in voldoende mate anderen te kunnen begeleiden of anderen inlichtingen te verschaffen.

Dit is de diepere reden van de wens van veel leerkrachten die kennis hebben van het nieuwetijdskind, om deze kennis tot integratie te willen brengen binnen de leerstof en binnen het pedagogisch handelen.

Daar is het onderwijs en het totale schoolsysteem niet aan toe.

Het nieuwe onderwijs heeft als basisuitgangspunt dat wat reeds slapend in het kind aanwezig is, geactiveerd dient te worden en daarna in de praktijk gebracht dient te worden. Dit is onderwijs waarin als uitgangspunt wordt genomen dat een kind zichzelf laat ontplooien Er wordt hierbij niet opleggend gewerkt door anderen. Zij stemmen zich af op het niveau dat het kind aangeeft is dus niet dwingend.

Kinderen van nu zullen steeds meer zelf doende zijn, zelfondernemend, zelfverkennend. Hiervoor zullen leerkrachten de ruimte dienen te geven in het aanbieden van de leerstof.

Het zal zo verschillen dat sommige zaken zullen ge-ent zijn op werkelijke leeftijd van het kind en andere zaken zullen hun leeftijd zelfs ver te boven gaan. Leeftijden zullen meer en meer verbonden zijn met de innerlijke ontwikkeling. Er zullen kinderen komen die meervoudig ontwikkeld zijn op een zeer jonge leeftijd. Daardoor zullen deze kinderen onvoldoende ontwikkeling krijgen binnen het reguliere, algemene onderwijs.

Kinderen van nu zijn sowieso sneller van begrip. Zij kunnen vluchtig, maar diepgaand processen doormaken. Hierdoor is er een verandering noodzakelijk binnen het onderwijs en opvoedingszaken daar deze kinderen vaak leerprojecten krijgen die voor hen geen uitdaging meer betekenen.

Men zal zich binnen het nieuwe onderwijs overwegend moeten richten op het kind als geestelijk wezen. Van hieruit zal een afstemming op een dieper niveau volgen. Binnen deze afstemmingen kunnen dan diverse vormgevingen plaatsvinden. Deze afstemming schept dan ruimte zodat velen afzonderlijk een eigen weg kunnen gaan.

Het is dus meer de afstemming van de leerkracht die het mogelijk maakt dat het kind zijn eigenheid kan behouden. Ook al is er een strakke vormgeving.

Wanneer de leerkracht onvoldoende in staat is zijn eigenheid te behouden binnen beperkende omgevingen, dan zal deze ook de eigenheid ontnemen aan het kind. Ongeacht welke leermethodiek dan ook.

Een beperkende omgeving is een omgeving waarin het kind niet in staat wordt geacht zijn eigen weg te ontwikkelen, maar die wordt aangereikt via hele strakke schematische vormgevingen, zoals methodieken.

Echter ongeacht waar het kind al toe in staat is, is het ook binnen deze beperking mogelijk om het kind zijn eigenheid te laten behouden. Dit is essentieel binnen spirituele ontwikkeling.

Hoe kan de leerkracht dit bereiken?

Het heeft te maken met daar waar de leerkracht de accenten legt. Dit valt niet aan te leren, maar het zit in je. Het is dus zinloos anderen mee te willen nemen in deze overtuiging.

de leerkracht moet in staat zijn

zelfonderzoek te verrichten.

Leerkrachten dienen voor alles zichzelf te zijn.

Zichzelf te geven binnen de mogelijkheden die zij zelf hebben. In hen is karma werkend in relatie tot het kind, in relatie tot de omgeving, in relatie met de ontwikkeling van de tijd, waarin we nu staan.

Door deze beperking dienen we als het ware ondergeschikt te zijn aan het resultaat. Dit staat in verband met de eisen van de school. De leerkracht dient zijn eigen kwetsbaarheid, zijn eigen beperking, zijn eigen schijnwaarden onder ogen te zien.

Dit houdt in dat de leerkracht in staat moet zijn zelfonderzoek te verrichten. Hij dient te accepteren wat hij in zichzelf vindt en van daaruit zichzelf wensen vorm te geven op een wijze die hem eigen is.

Wanneer hij hiertoe in staat is, zal hij ook vorm kunnen geven binnen de beperking van methodieken op een wijze die geschikt is voor de kinderen van de nieuwe tijd.

…En van de kenmerken van mensen die spreken over kenmerken van de kinderen van de nieuwe tijd dient te zijn; volledig ingesteld te zijn op de eigen intuïtie.

Dus ook dient de leerkracht zich te laten leiden door de intuïtie, omdat door de kinderen veel intuïtief wordt ervaren en er dus in kind en volwassenen een herkenning zal ontstaan waardoor je eerder zal komen tot een diep gelegen contact en een verfijning in handelen naar beide kanten toe.

Het onderwijs dient zich meer te richten op de totaliteit van ontwikkeling van het kind als geestelijk wezen.

Degene die deze vorm geeft, zal dus zelf vanuit deze visie in het leven moeten staan.

Pas wanneer je dit geïntegreerd hebt in herkenning in het diepste van jezelf, zul je dit daadwerkelijk uit kunnen dragen.

Dus wanneer de leerkracht in staat is, zijn eigen wezen te vervullen en deze zodanig serieus te nemen en vorm te geven in zijn eigen leven, dan zal deze leerkracht een volmaakte leerkracht zijn in welke omstandigheid dan ook.

We hebben dan ook geen nieuwe scholen nodig. Ook zullen we onwilligen niet moeten wensen te overtuigen.

Wel zullen we ons meer en meer af moeten gaan vragen:  “Wie vertrouwen we onze kinderen toe?”

Een moeizame weg

Door Johanna Beaart

Vanuit onze werkgroep de laatste levensfase zijn wij druk aan het brainstormen over hoe wij een brug kunnen slaan tussen wat regulier gebruikelijk is en wat wij vanuit onze spirituele visie graag regulier gebruikelijk zien worden.

Allereerst zijn wij als Laatste Levens Fase werkgroep bezig met het schrijven van een reader die voor zowel de niet- als wel spiritueel geïnteresseerde een brug kan zijn naar het anders denken over hun eigen laatste levensfase. In de huidige media wordt er zeer negatief gesproken over de ouder wordende mens. Meestal in de zin van “de Grijze Golf”, die zwak, ziek of misselijk is en een economische barrière vormt voor onze “welvaart”-maatschappij. Een loden last voor de jongere generatie.

Wat mensen uit de politiek en de media schijnen te vergeten is dat zij vanzelf ook tot die “Grijze Golf”gaan behoren. Jezelf verplaatsen in diegene of in die nu nog niet voor jou toepasselijke situatie, blijkt voor velen een brug te ver te zijn.

Hoe zouden wij daar verandering in kunnen brengen? Zelf denk ik dat wij dat via diezelfde media op den duur voor elkaar kunnen krijgen. Natuurlijk roept dat eerst weerstand op, want, oh jee, afwijken van de gangbare alom geaccepteerde denkwijze van de massa is “gevaarlijk” of erg “dom” Als pionier zul je stevig in je schoenen moeten staan en een huid als een olifant moeten hebben om alle agressieve kritiek te weerstaan.

Ik heb dat zelf meerdere malen onder vonden.
Eerst in mijn familiekring, ook in mijn “vriendenkring” en via een ingezonden stukje naar een tijdschrift. Toch houd ik mijn innerlijke vuur brandende door daar steeds meer uiting aan te durven geven, ondanks alle pijnlijke kritiek.

Misschien dat ik daarom wel eerder naar een krant of tijdschrift schrijf om mijn spirituele visie onder de aandacht te brengen. Want eerlijk gezegd voelt dat veel veiliger dan in een zaal vol kritische mensen, die je direct van repliek dienen. Dat is voor mezelf nog een onneembare brug.

In het bejaardenhuis waar mijn moeder woont, probeer ik in het persoonlijke contact met het verzorgende personeel, wel steeds heel voorzichtig, een opening te vinden naar onze spirituele visie op de ouder wordende mens.

Er deed zich een mooie gelegenheid voor, nadat mijn moeders broer was overleden. Na de crematie logeerde ik bij mijn moeder om haar in haar verdriet om het verlies van haar broer bij te staan. Midden in de nacht hoorde ik haar huilen, dus ging ik naar haar toe.

Ze vertelde mij in tranen dat ze haar broer Jan aan haar voeteneind had zien staan. Ze beschreef hem als een geestverschijning en daar was ze zowel bang, verdrietig als totaal verbaasd over. Mijn moeder bleef maar herhalen dat ze hem echt gezien had en dat ze echt niet gek aan het worden was. Hij lachte naar haar en toen was hij ineens verdwenen.

Ze vroeg constant hoe kan dat nou? Ik heb haar eerst gerustgesteld dat ze echt niet gek aan het worden was en dat oom Jan nog even speciaal afscheid van haar kwam nemen omdat hij zoveel van haar hield, alvorens verder van de aarde naar de hemel te vertrekken. Gerust gesteld ging zij weer slapen en toen ik later in de nacht nog een keer bij haar ging kijken, lag zij met een glimlach op haar gezicht te slapen.

De volgende dag was zij er nog vol van, dus prompt vertelde zij haar ervaring aan de eerste de beste verpleegster die op haar pad kwam. Helaas voor haar was dat een zeer cynisch type die haar vertelde dat ze dat alleen maar gedroomd had. Nadat die verpleegster vertrokken was zei ze in tranen: “Zij denkt dat ik gek ben, maar ik heb hem echt gezien”. Na een uitvoerig gesprek over dat wat zij gezien had, was ze weer gelukkig. Toen de volgende verpleegster kwam, stond ze al veel zekerder in haar schoenen en opende ze meteen met:” u denkt vast dat ik gek ben, maar dat ben ik niet”, waarna zij haar verhaal in geuren en kleuren vol overtuiging vertelde. Niemand die haar vanaf dat moment nog van het tegendeel kon overtuigen en dat was maar goed ook.

Door dat voorval kwam ik regelmatig met de verpleging in gesprek over verschillende spirituele onderwerpen, zoals is een geestverschijning nou een hallucinatie of niet? Bestaat er leven na de dood en is reïncarnatie fantasie of werkelijkheid? De zin of onzin van reanimeren bij oudere mensen die dat niet willen.

De spirituele reden waarom oudere mensen minder behoefte aan voedsel krijgen en de zin van een ogenschijnlijk niet meer zinvol leven. Het is nog een zeer tere brug in opbouw, maar elke steen die daar nu als fundament gelegd wordt, draagt bij aan een steviger brug op een later tijdstip, die dan wel leidt naar een andere meer spirituele omgang met de ouder wordende mens. Het is een moeizame weg, maar de moeite meer dan waard.

Hoe kun je vanuit een alternatieve praktijk vertellen dat je spiritueel werkt?

Door Martiny Keur

De cursisten van de Landelijke Opleiding Spirituele Kinderbegeleiding – en hulp; de LOSK, vinden het vaak moeilijk om in de naamgeving van hun praktijk het woord spiritueel te gebruiken. Ze denken dan dat het woord ‘spiritueel’ mensen afschrikt om te bellen of te komen.

Zelf heb ik daar andere ervaringen mee in de praktijk.

De mensen die daar niets van afweten en een afspraak willen maken vragen daar door de telefoon al naar zodat je dan gelijk al een goed contact met deze mensen hebt. Je merkt dat ze aan spiritisme denken of iets dergelijks.

Ik leg hen dan uit dat ik er vanuit ga dat wij als mens, dus ook een kind, op de eerste plaats  geestelijke wezens zijn  en dat  als het om kinderen gaat, het kind bovendien kind en volwassen tegelijkertijd is. Volwassen in zijn diepste wezen; zijn ziel als je het zo wilt noemen en kind in de dagelijkse processen van het leven.

Het kind krijgt dan ook in contact met zijn wezenlijke kern zelf sturing in het dagelijks leven.

Kinderen die komen met psychische- of lichamelijke ‘kwalen’ hebben deze meestal om iets over zichzelf te leren zien of om de ouders/opvoeders iets duidelijk te maken. Ik vertel dat ik dus niet in de eerste plaats de klacht zo snel mogelijk wil laten verdwijnen, maar naar de achtergrond van de klachten kijk samen met hen om zodoende bewust te worden van wat er eigenlijk aan ten grondslag ligt, want dan pas kan je er werkelijk iets aan doen.

Ik werk in de praktijk ook met andere disciplines zoals b.v. kinesiologie. De mensen komen dan met klachten van spieren of voeding en zijn in de eerste plaats niet geïnteresseerd in spiritualiteit. Ik begin dan ook niet zelf direct over geestelijke zaken te praten maar laat wel tussen het behandelen door wat vallen als: mensen zitten soms niet goed in hun lijf of houden niet goed genoeg van zichzelf of zo, als ze komen met klachten van vaak vallen of problemen met de voeding hebben bijvoorbeeld.

Dit ontgaat de meeste mensen die alleen maar voor hun spieren komen of iets ander lichamelijks in eerste instantie. Toch is daardoor een zaadje gevallen, want heel vaak komen ze er later op terug zo van: Je zei de vorige keer van niet goed in je vel zitten, maar wat bedoelde je daar eigenlijk mee? Dan kan je met deze mens verder doorgaan op de spirituele achtergrond van de kwaal van henzelf of hun kind.

Er zijn ook mensen die niet geloven in meerdere levens en dan noem ik het de aard van het kind of het karakter van het kind waarin al zaken besloten liggen als het geboren wordt.

Toch maak ik zelf weinig mee dat mensen daar moeite mee hebben. Ik laat ze natuurlijk vrij om te geloven wat zij willen geloven maar zeg dan meestal wel dat ik zelf er vanuit ga dat we meerdere levens hebben.

Als therapeut moet je aanvoelen wat je daarover kwijt kunt. Ik geloof wel dat je zelf die mensen aantrekt die qua energie bij je passen en dat zodoende

die mensen bij je komen die daar toch bewust of onbewust voor open staan.

Een brug slaan naar de reguliere geneeskunde?

Door Ed Brink

In mijn dagelijkse praktijk ben ik arts voor homeopathie en bioresonantie. Dat is t.o.v. de reguliere geneeskunde al zeer alternatief. Heden ten dage praten we lieven in onze beroepsgroep over complementaire en additieve geneeskunde om de aanvullende waarde ervan te laten weerklinken.

Van uit mijn beroep ben ik al jaren geconfronteerd met afwijzing van de additieve geneesmethoden. En dan heb ik het nog niet eens over spiritualiteit in de geneeskunde. Mijn ervaring tot nu toe is dat echte tegenstanders niet van hun plek af te brengen zijn en rotsvast blijven zitten op de afwijzing. Welke argumenten ook gebruikt worden, geen ervan hebben effect. Tenminste niet op korte termijn. Wel is het mogelijk dat op langere termijn er iets van doorkomt en begrip ontstaat. Het is een kwestie van zaaien.

In het algemeen is het voor een ieder angstig geconfronteerd te worden met iets wat hij niet kent en eventueel zijn hele wereldbeeld op zijn kop kan zetten. Dan kan je beter alles ontkennen en doen alsof die andere manier van kijken niet bestaat.

Zij die het hardst roepen zijn vaak degenen die later toch overstag gaan. Er zo hard tegenaan schoppen betekent vaak dat ze er al iets mee hebben maar het nog niet willen toe laten.

Laatst heb ik in een groep de tegenstelling regulier en homeopathie onderzocht om te kijken wat er aan de hand is. Een van de verrassingen uit dit onderzoek was, dat we ons te veel vastzetten met oude beelden van strijd. Terwijl als je je openstelt en serieus je eigen wijze van werken en zijn brengt, er juist interesse is.

Echter zolang je zelf vasthoudt aan dit oude strijdbeeld, blijft deze ook in takt. Jezelf laten zien in waarachtigheid geeft uiteindelijk de doorslag voor acceptatie.

In mijn eigen praktijk kom ik juist veel mensen tegen die al bereid zijn naar hun eigen leven te kijken. Ik verbaas me er dan over hoe gemakkelijk het opgepikt wordt om verbindingen te leggen tussen klachten en leefwijzen en of psychische problemen. Menigmaal is het bespreken van reïncarnatie mogelijk en geeft het meer helderheid in aanwezige problemen.

Deze week had ik twee katholieke zusters in de praktijk die zeer geïnteresseerd waren in de tanga die in mijn praktijk hing en of ik ook een winkel wist waar boeddhistische zang te koop is. Ze vonden dat zo mooi. Geen moment iets van dat is niet katholiek. Gewoon geïnteresseerd!

Artsen in het reguliere zijn individueel vaak makkelijker te benaderen dan als groep. Menig arts heb ik in de praktijk gehad die het voor zijn mede collega’s het verborgen houdt dat hij bij een homeopathisch arts geweest is. Hier geldt sterk de groepsdwang en de angst uit de groep te vallen.

Toch zou het mij niet verbazen als op niet zo’n lange termijn er grote veranderingen optreden. Het bewustzijn dat in de huidige tijd iets snel aan het veranderen is, kan plots een kritiekpunt voorbij gaan en dan is het ineens de gewoonste zaak van de wereld.

Zoals het ijzeren gordijn plots in een korte tijd verdween,  zo kunnen ook plots de bruggen al blijken te bestaan waarbij de andere wijze van kijken geaccepteerd is.

Een hoopvolle gedachte.

Theologie en nieuwe spiritualiteit

Door Peter Lamb

Wat in het artikel “Hoe een brug te slaan tussen het reguliere denken en de vernieuwende spirituele kennis?” elders in de Nieuwsbrief is beschreven, ervaar ik ook, zij het op een ander vlak.

Vorig jaar plaatste ik een boekbespreking in een landelijk tijdschrift voor theologie. Voor een studiegroep van psychologen, theologen, politicologen e.a. te Utrecht een aanleiding mij uit te nodigen van hun groep lid te worden. Daar ben ik op in gegaan.

In een bijeenkomst om de twee maanden wordt een thema aangesneden dat – voor mij aanvankelijk onverwacht – relatie zou kunnen leggen tussen theologie en nieuwe spiritualiteit. Dit gebeurt niet zonder slag of stoot. Ook hier gaan “heilige huisjes” tegen de vlakte.

Tot ver in de middeleeuwen gold de natuur en de bijbel als een open boek, waaruit de zin van het leven gelezen kon worden. Nieuwe inzichten, vanuit de natuurwetenschap als eerste, maakten het echter noodzakelijk een religieuze duiding van mens en wereld kritisch te bevragen. Want niet alleen werd wat mensen in geloof ervoeren door de jaren heen in onwrikbare begrippen vastgelegd, maar zelfs als maatgevend ( van buitenaf dus) anderen ter beleving voorgehouden.

Deze veruiterlijking werd ( wordt nog) bij uitstek verbeeld in vormen van machtsvertoon in instituten als de kerk. Voor beweging en verandering,  inspiratie en vernieuwing was geen plaats meer en maakte kerkleden onmondig en op z’n minst apathisch.

Alles wat sindsdien daaruit en daarna voortgekomen is leidde uiteindelijk zelfs tot de vraag of er voor God, van oudsher hét mysterie, nog wel plaats is. (de polemiek heden ten dage over de ontpersoonlijking van ?t godsbeeld illustreert dit duidelijk) Het gaat er nu om de bronnen van de theologie opnieuw te lezen en in te stappen in een traditie van mystiek, die eeuwen lang in geloofsbeleving aanwezig was.

Mystici van alle tijden hebben op de mogelijkheid gewezen het oude – door opvoeding, frustratie en ambitie vernauwde – ik te laten sterven om plaatste maken voor een nieuw besef, van zelfbesef, van individualiteit in verbondenheid.  Dit kan niet zonder ’n eerlijke en kritische manier van kijken, naar jezelf en de wereld. Ook met niet-weten; de bereidheid alles waarvan je dacht dat het waar was los te laten en opnieuw te bezien en je door anderen te laten voeden.

Dit in een zoektocht naar het hogere Zelf of naar de goddelijke vonk Ìn ons, dus niet buiten ons. Ik heb wel eens gezegd dat christenen, met hun de wereld overstijgend godsbeeld, atheïsten bij uitstek kunnen zijn.

Het mag bekend zijn dat door de eeuwen heen spirituele stromingen en bewegingen steeds weer een ommekeer in de geschiedenis hebben veroorzaakt. Of het nu kerkhervormers waren dan wel denkers en dichters, zij allen reageerden  op de gevestigde vorm van religie.

Duidelijk werd in de vorige eeuw hoe met ‘spiritualiteit’ een brug geslagen wordt ook naar tradities in het verre Oosten. En in onze dagen krijgt ‘spiritualiteit’, zij ‘t  met andere accenten, wereldwijd, weer opnieuw aandacht.

Ook in het nieuwetijdse denken is een aantal impulsen te ontdekken die te belangrijk zijn om er geen gebruik van te maken, zoals het idee dat het goddelijke binnen de aardse werkelijkheid te ervaren is. Wat wij nu doen is de inhoud van de bijbel te verstaan met behulp van wetenschappelijk verworven kennis en eigentijds beleven.

Menig verhaal in het Oude en in het Nieuwe Boek blijkt dan b.v. een ( nu verzwegen) visie op geloof in reïncarnatie te bevatten. Hiervan zijn voorbeelden te over.

Menigmaal wordt erkend, dat menselijke wezens niet pas bij hun geboorte ontstaan. Waarom zou een leven voor de geboorte ook niet een periode op aarde kunnen zijn? ( zoals ook verondersteld wordt dat er een leven na dit leven is).

Wij kunnen niet aanhouden dat wat niet in de bijbel staat, d?s onwaar is.

Wil de theologie meer zijn dan het aanreiken van gestolde waarheden, maar vertolken wat gelovig onder mensen leeft dan dient zij daarvoor dus ook open te staan en tot  “vertaling” te brengen.

Om te beginnen met:  Stel nu eens dat het waar is dat …. Is er een andere wetenschap te noemen, die niet eerst van een veronderstelling uitgaat om daarna  een theorie te formuleren die een praxis mogelijk maakt?

In de natuurwetenschap kennen we sowieso niet anders. Alles wordt juist, vanuit een hypothese,  proefondervindelijk bewezen. En ook dan loopt men nog tegen grenzen aan waarachter het grote onbekende ligt.

Dat de wereld zich in een stormachtige ontwikkeling bevindt ( letterlijk en figuurlijk) is een open deur intrappen. Maar ik ben er van overtuigd dat een antwoord op en betekenis van vele vragen ( b.v. racisme en geestelijk armoede,
de waarde van een leven van 2 dagen of een van 91 jaar, om er maar twee te noemen) mede ge vonden en   bekeken kan worden vanuit het gegeven van reïncarnatie en wedergeboorte.

Een groeiende aandacht voor het spirituele, met allerlei valkuilen evenwel, is duidelijk aantoonbaar en niet langer te veronachtzamen. Het is alleen te betreuren hoe geloofsgemeenschappen zich daar zo afwerend tegenover opstellen.

Nieuwetijdse spiritualiteit is te zien als een brug die de kloof tussen oude en nieuwe theologie kan overspannen.

De geboorte van de innerlijke Christus

Door Peter Lamb

Was het een komeet, een supernova of een conjunctie van planeten?

Gloedvol zou de ster van Bethlehem hebben getuigd van de geboorte van Christus.

Maar tot nu toe is het niet gelukt dit teken aan de hemel te duiden, ook al hebben Babylonische en Chinese astrologen alle veranderingen aan de

sterrenhemel voor en na het begin van de christelijke jaartelling geobserveerd en geregistreerd.

Maar tastbare historische gebeurtenissen, zoals een volkstelling, het “officiële” geboortejaar van Christus en de dood van Herodes, kloppen niet met de opmerkelijke hemelverschijnselen. Op zich is dat ook niet zo belangrijk

Misschien moeten we de kerstster zien als een visioen of als een voor christelijk (heidens) symbool dat het kerstverhaal is binnengeslopen. Want Kerstmis is uiteindelijk het oudste feest van de mensheid

Veel religieuze feesten  hebben te maken met licht en duisternis, het komen en gaan van de seizoenen in een nooit eindigende kringloop. In december is de duisternis, de nacht, de natuurlijke metgezel van de mens.

De natuur is een continue-bedrijf, met een grote dagploeg en een kleinere, niet minder belangrijke nachtploeg. De nacht maakt duidelijk, hoe allerlei

met het daglicht samenhangende zekerheden het werkelijkheidsbeeld van de mens bepalen. Zonder die ervaring beleven we de waarheid maar ten dele.

De nacht is dan ook favoriet bij geliefden, dromers en dichters. Niet voor niets vinden veel wonderen en sprookjes plaats in de nacht. Datzelfde geldt voor de grote mysteries van het christendom, met name de kerstnacht.

Wie de nacht en het duister weghaalt uit zijn leven en zijn bewustzijn, leeft in een enkelvoudig, onttoverende werkelijkheid, waarin het gevoel voor mysterie verdwenen is en wonderen uit de wereld zijn. Onze innerlijke antennes hebben duisternis, de luwte van de schemerzone nodig om gevoelig te kunnen zijn voor die andere werkelijkheid; om ’t even of deze zich presenteert via een bepaalde gemoedstoestand, een verhelderend inzicht, een droom of een teken  zoals de kerstster.

Zo kunnen we ook het kerstfeest zelf beschouwen, als een symbool voor het moment waarop de christus-kracht in de mens actief wordt.

Dat is het onderscheid tussen de historische en de innerlijke Christus.

Voor die laatste moeten we eigenlijk meer belangstelling hebben dan voor de historische figuur die 2000 jaar geleden in Palestina leefde. Want ’t gaat niet zozeer om de geboorte van Christus in de wereld, maar wel om diens geboorte in ons. Die geboorte is de wedergeboorte, wat niet hetzelfde is als reïncarnatie. Reïncarnatie en terugkeer is voor het lichaam, maar de wedergeboorte is de innerlijke geboorte, de geboorte van de innerlijke Christus.

Dit kunnen we elkaar toewensen.

Hoe kunnen we omgaan met ons lijden?

door Anna Lamb

(Een deel uit de inleiding van de workshop “De zin van het lijden”, op 03-11-01

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat we ons afsluiten voor het leed van anderen; ook moeten we onze eigen pijn niet verdringen.Of dit nu geestelijke of lichamelijke pijn betreft. We hebben bij ervaringen van lijden rustpauzes nodig en momenten van vreugde, anders kunnen we zelfs ten onder gaan aan ‘t leed.
Lijden heeft soms zelfs een bepaalde aantrekkingskracht, hoe vreemd ons dat ook lijkt. Dit kan zijn zowel in ons denken als in ons voelen. We kunnen ons bv. verliezen in zelfbeklag en in gevoelens van zinloosheid en negativiteit. Je zou dan kunnen zeggen dat de duisternis ons licht bedekt in plaats
dat de duisternis doorlicht wordt. Daarom hebben we dit leven toch gekozen: Om onze innerlijke duisternis, ons niet weten; ons niet bewustzijn  van het wezen van de dingen, bewust te worden, te doorlichten.
We hebben dit leven niet gekozen om door het lijden gekweld te worden en er in weg te zinken noch om de pijn te ontvluchten, maar om uit het lijden de kracht te putten hoger op te komen.

Alle soorten pijn, of we nu spreken over lichamelijke dan wel geestelijke pijn, is een ons gegeven of zelfgekozen leerschool. We zullen echter niet dienen
te berusten in het noodlot. Ook komt men niet dankzij hulp uit de geestelijke  wereld tot bevrijding van pijn en/of lijden, want dan worden we ontdaan van onze eigen verantwoordelijkheid. Ons lijden wordt
getransformeerd door onze eigen bewustzijnsontwikkeling.
De weg van het lijden duurt zolang wij mensen ons identificeren met onze aardse persoonlijkheid.
Maar wanneer we ons lijden benaderen via de weg van inzicht, wanneer we kiezen voor een leven van groeiend bewustzijn en liefde, pas dan zal het lijden
worden getransformeerd. Eerst zullen we moeten komen tot het inzicht en begrip voor wat in ons
gaande is, dan kunnen we ons zelf helpen. Tot nu toe is het grootste deel van de mensheid op onbewuste wijze tot groei gekomen. Dit gebeurde door te leven vanuit de emoties. Daardoor was er nog steeds veel lijden nodig; want door ervaringen van lijden kwamen en komen we uiteindelijk tot inzicht, tot groei, tot verlossing.

Nu is men op een nieuwe weg gekomen, de weg die velen reeds betreden hebben; de weg waarop we tot begrip zijn gekomen, waarom we dit alles ondergaan.
Door dit begrip kunnen we onze emoties reguleren en daarmee ook ons lijden. Wij zijn nu gekomen tot het ons openen  voor een derde weg. Hierbij openen we ons voor de invloed van onze grote ik, ons eigen Hogere Zelf. Wij openen ons nu bewust en laten het bewustzijn neerdalen in de persoon die we nu zijn. Hierdoor gaan we ons lijden, ons leven, onze emoties vanuit een hele andere hoek bezien en hanteren. Zo wordt ons lijden ontdaan van zijn destructieve werking op onze persoonlijkheid; geeft het ook niet die diepe krassen in ons energieveld; ons auraveld.
Willen we tot de eenheid met ons Hoger Bewustzijn komen dan zullen we eerst tot de erkenning dienen te komen van dat Hogere, voor sommigen dat Goddelijke
in onszelf. Daarna kunnen we komen tot de erkenning, dat in ieder ander wezen, wel in gradaties van niveau, ditzelfde basaal in alles aanwezig is.

Wij moeten beginnen met ons lijden, dit zijn ook onze emoties, totaal te accepteren; zo totaal dat we uiteindelijk in harmonie komen. Hiermee ontstijgen we al de duisternis van pijn, lijden en wanhoop.
Als we tot acceptatie wensen te komen, zullen we moeten leren opnieuw te vertrouwen.

We hebben ons tijdens onze ontwikkelingsweg zo druk bezig gehouden met bevestiging van onze persoonlijkheid in de materie, dat we geen ruimte meer
overhielden voor contact met ons innerlijk zijn, ons Hogere Zelf. Hierdoor hebben we de herkenning van het vertrouwen, het wezenlijke vertrouwen in de zin van ons bestaan, verloren. Wij hebben in onze persoonlijkheid de neiging steeds met zichtbare bewijzen te werken, voordat we vertrouwen wensen te schenken.
“Eerst zien en dan geloven” is een bekend gevleugeld woord. Hierdoor konden we veel van wat in ons onverwoord werd ervaren en geweten niet langer bevestigen in de stof en tenslotte niet meer herkennen.