Archief auteurs

Voor het loslatingritueel maakte Pastor/dichter/schrijver

Marinus van de Berg het volgende gedicht voor en over Peter Lamb

Je denken
was nadenkend
gericht op wat echt,
zuiver en waar was

Je hart
wees af wat
opgelegd was
mensen onrecht deed

Je ogen hebben
geluisterd
Velen hebben zich
gezien geweten

Je voeten gingen
naar wie
om je vroegen
bij nacht en ontij

Je luisterde en keek
met je hart
om het zuivere te zien

Je handen werden
gezegend
Je handen waren
een zegen door
je trouwe toewijding

Word gezegend
door het licht van de Eeuwige
Word gedragen
op de handen van het licht

Marinus van de Berg

18  November 1933 – 7  November 2009

Peter Lamb is op 7 november 2009 overleden

Peter is in zijn actieve leven priester geweest.Eerst vanuit de R.K.kerk zijn opvattingen uitdragend later als voorzitter van de stichting Bewustwording Integratie Spiritualiteit. Wat een transformerend leven heeft deze bijzondere man gehad!

Peter, een rustige aimabele man. Zich wat op de achtergrond bewegend, zo leek het. Peter bleek een doordacht, kritisch, zeer erudiete man te zijn met een heel eigen levensvisie. Dat moet ook wel als iemand zo veel moed  en kracht toont om vanuit zichzelf, op eigen kompas een dergelijke koers in zijn leven te varen.

Hij volgde zijn hart, stapte uit zijn ambt, en later trouwde hij de vrouw die hij altijd heeft lief gehad. Hij is 40 jaar de steun en toeverlaat van Anna geweest waarmee hij een fijn en mooi leven, zo als hij het noemde, deelde.

Bij bijna alle mystiek bijeenkomsten en de gehele inwijdingsschool was Peter op de achtergrond aanwezig, maar altijd betrokken.

In de werkgroep de Laatste Levensfase was Peter structuur bewakend, tot de orde roepend en altijd weer richting gevend. Negen jaar lang is hij als voorzitter van de werkgroep actief geweest. Eerst met de opzet van thema -dagen later meer verdiepend in de werkgroep zelf.

In de laatste fase van zijn leven heeft hij voor zijn omgeving veel betekend. De heldere gedachten over zijn eigen naderende sterven heeft hij met velen gedeeld en hij nodigde zijn dierbaren uit om met hem over zijn dood na te denken. Er werd  in deze periode met hen terug gekeken naar de goede en mooie dingen die er waren geweest..

Met pijn in ons hart nemen we afscheid van een goede vriend.

Brigitte Timmer

Mede namens de werkgroep de Laatste Levensfase


Boekbespreking:

Titel: Rouwen in de tijd

Schrijver: Marinus van den Berg

Ondertitel: Een zoektocht in het landschap van afscheid en verlies.

In dit boek heeft de schrijver zijn professionele ervaring geordend rond thema’s als tijd en zingeving. Een boek voor wie zelf rouwt en voor wie rouwende mensen beter wil leren begrijpen.

M. van den Berg:” Ik denk dat de mens altijd weer de glans van licht zoekt, vooral als het leven kwetsbaar is.”

Titel: De Glans van licht

Schrijver: Marinus van den Berg

Illustraties: Glaskunstenares Annemiek Punt

Een prachtig boekje met poëzie die het hart diep raakt.

Anna

Bewerkte inspiratieve tekst:

V.Wat zijn engelen precies en hebben zij een andere functie dan begeleiders?

A.Engelen zijn boodschappers. De energieën die hen bereiken, sturen hen naar die gebieden waar er sprake zou kunnen zijn van ontvangst.

Zij zijn verbonden met één energiespoor en ontvangen de afstemming die zij distribueren naar gebieden op aarde, centra, mensen die hiervan kennis willen nemen.

Engelen bevinden zich in een niemandsland. Het gebied rond de aarde waar niemand aanwezig is en waar niemand wordt verstaan. Geen persoon, geen wezens met een persoonlijkheid, of die een persoonlijkheid gedragen hebben of gaan dragen en die nog restanten van een persoonlijkheid in zich dragen. Het is een totaal geestelijke wereld. Te vergelijken met de wind in onze wereld. De wind die onzichtbaar is maar wel aanwezig.

Engelen zijn dus eigenlijk niets. Ze worden datgene waardoor ze worden gestuurd. Ze hebben directe verbinding met de bron. Dus zij worden gevormd door een gestuurde energie vanuit de bron naar daar waar het nodig is.

Wij, mensen, kunnen geen engelen oproepen;. Een innerlijke oproep wordt a.h.w. ook innerlijk door hen verstaan.Zij worden door een innerlijke oproep aangetrokken en dat is dan de drijfveer en de sturing die ze ervaren van de energie die zij vertegenwoordigen om zo’n oproep als doel te ervaren. Zij drijven naar het doel toe. Er volgt dan een proces van aansluiting.

V.Onze engelen worden vaak afgebeeld als heilige wezens met

vleugels en prachtige gestaltes.

Hoe komt het dat de mens dit zo ervaart?

A.De energie die zij vertegenwoordigen ondergaat verdichting wanneer zij de aardse gebieden bereiken. En die verdichting krijgen zij de vorm op geestelijke wijze. De gestaltes die zij ontwikkelen beantwoorden aan vormen die wij innerlijk herkennen en het toont ons de vorm van datgene wat zij vertegenwoordigen.

Je zou kunnen zeggen. Er is een zeer hoge geestelijke energie en die energie wordt waargenomen door ons. Wij herkennen dit, wij geven daar onbewust vorm aan.Daarom zijn afbeeldingen bv van de engel Gabriël zo verschillend.

Een engel is geen wezen. Het is een goddelijke projectie. Het is een energie die iets kan bewerkstelligen. Het is een aspect van de totaliteit van Godzijn en zij/hij vertegenwoordigt hierin een plaats binnen de hiërarchie. De hiërarchie is het totaal van stralen vanuit het goddelijke.

De mens ontvangt een bundeling van energieën die ook afgestemd is op het geestelijk ontwikkelingsniveau van deze mens. Het thema daarvan komt overeen met de ontbrekende aspecten.

Maar de engelenstraal is alleen maar goddelijk, dus wordt niet gebroken maar is sturend naar de mensen toe om als het ware in hen wat zij vertegenwoordigen tot herkenning te brengen en  te versterken.

Voortgekomen uit de bron.

A.Ik zie de goddelijke vonk in ons als een kern. Een medium tussen onze wereld en hen. Maar ook niet meer. Wij worden meer goddelijk dan een engel doordat wij bewustzijn ontwikkelen.Wij zijn in oorsprong als engelen maar door onze evolutiesprong verstoffelijkt.

Toch zijn we wezenlijk verschillend.

De engel is in wezen goddelijk maar op een bepaald gebied, en daarin volledig goddelijk. De mens heeft al het goddelijke in zich maar zal dit goddelijke nog moeten verkennen en het zal zich in facetten tot engel verheffen. Je zou kunnen zeggen, t.z.t. worden we engelen maar alle aspecten tegelijkertijd. Dus met het totaal van aspecten die de engelen vertegenwoordigen. Je zou kunnen zeggen, je krijgt door hun aanwezigheid een injectie van het meest zuivere van het goddelijke op een bepaald gebied. En daarmee wordt dit specifieke aspect in je, in ons aangeraakt en bewust gemaakt. Het is de bedoeling dat we door alle engelen uit de hiërarchie geleid gaan worden. Om uiteindelijk als totaal, zoals een diamant met al zijn facetten, elk vlak zal uiteindelijk z’n goddelijkheid moeten tonen. En de engelen zijn ons hierbij behulpzaam. Het maakt ons daardoor meer goddelijk dan de engel.

Wij zullen ook groeien in de geestelijke wereld. Daar zullen vele levens op aarde aan vooraf gaan. Die weg maakt ons van mens tot bewuste engel. We zullen uiteindelijk dan niet meer op aarde komen. Wij zullen dan nog verder moeten groeien in de geestelijke wereld tot dat wat alle engelen tezamen vertegenwoordigen. Zij zijn een afsplitsing maar wel goddelijk in hun aspect.

Wordt vervolgd

door Joanne Lamb

Ik stap de kamer van zorghotel Cadenza binnen.

Mijn vader zit in elkaar gedoken voor de openslaande deuren van zijn kamer in zijn rolstoel.

In amper twee weken is hij heel hard achteruit gegaan.

Onvoorstelbaar eigenlijk.

Hij kan niet meer lopen en zijn stem is weg. De koortsaanvallen zijn langduriger en hij is nog maar nauwelijks verstaanbaar.

Met regelmaat bekruipt mij het gevoel van angst wanneer ik mij realiseer dat ik nooit meer zijn stem zal horen.

En ik realiseer mij bij binnenkomst dat hij steeds minder de man is die hij was.

Mijn vader begroet mij met “Hallo kind.” Hij strekt zijn arm naar mij uit en knijpt stevig in mijn hand.

Ik geef hem een knuffel en voel zoveel liefde voor hem.

Ik probeer met regelmaat dankbaar te zijn voor deze momenten. Omdat ik vind dat het een voorrecht is. Ik weet heel goed dat sommige mensen “ineens” iemand verliezen en dat mijn vader dankbaar is voor het leven dat hij heeft gehad. Maar toch. Het liefst zou ik heel hard willen huilen en schreeuwen dat ik niet wil dat hij gaat …

Ik slik mijn verdriet weg en kijk mijn vader in zijn ogen.

- “Gaat het met je pap?”

- “Ja hoor kindje” … “Ik mankeer niks”.

Gevolgd door een cynische blik en een grinnik.

Ik weet even niets te zeggen. Voel mij intens verdrietig worden, leg mijn hand op zijn schouder en zeg;

- “Kom pap, ik ga lekker koffie voor ons halen” ….

Joanne Lamb heeft op haar side op hyves het verloop van de ziekte van haar vader bijna dagelijks beschreven.

Een van de eerste bezoekers na het overlijden van mijn man Peter was onze dierbare vriendin: Marieke de Vrij

( Red: Zij is een bekende mediamieke vrouw)

Zich verdiepte zich samen met ons en ontving de boodschap dat Peter in zijn nieuwe leven als voornaamste taak zou krijgen het inspireren van geestelijken in allerlei religies om hen de vernieuwing van spiritualiteit door te geven.

Hierbij volgt een artikel van hem uit een nieuwsbrief van 2007 dat hierover gaat….

Theologie en nieuwe spiritualiteit

door Peter Lamb( theoloog)

Wat in het artikel “Hoe een brug te slaan tussen het reguliere denken en de

vernieuwende spirituele kennis?”, elders in de Nieuwsbrief beschreven,

ervaar ik ook, zij het op een ander vlak.

Vorig jaar plaatste ik een boekbespreking in een landelijk tijdschrift voor

theologie. Voor een studiegroep van psychologen, theologen, politicologen

e.a. te Utrecht een aanleiding mij uit te nodigen van hun groep lid te

worden. Daar ben ik op in gegaan.

In een bijeenkomst om de twee maanden wordt een thema aangesneden dat – voor mij aanvankelijk onverwacht – relatie zou kunnen leggen tussen theologie en nieuwe spiritualiteit. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Ook hier gaan ”

heilige huisjes” tegen de vlakte

Tot ver in de middeleeuwen gold de natuur en de bijbel als een open boek

waaruit de zin van het leven gelezen kon worden. Nieuwe inzichten, vanuit de

natuurwetenschap als eerste, maakten het echter noodzakelijk een religieuze

duiding van mens en wereld kritisch te bevragen. Want niet alleen werd wat

mensen in geloof ervoeren door de jaren heen in onwrikbare begrippen

vastgelegd, maar zelfs als maatgevend ( van buitenaf dus) anderen ter

beleving voorgehouden. Deze veruiterlijking werd ( wordt nog) bij uitstek

verbeeld in vormen van machtsvertoon in instituten als de kerken. Voor

beweging en verandering, inspiratie en vernieuwing was geen plaats meer en

maakte de gelovige onmondig en op z’n minst apathisch.

Alles wat sindsdien daaruit en daarna voortgekomen is leidde uiteindelijk

zelfs tot de vraag of er voor God, van oudsher hét mysterie, nog wel plaats

is. ( de polemiek heden ten dage over de ontpersoonlijking van ‘t Godsbeeld

illustreert dit duidelijk)

Het gaat er nu om de bronnen van de theologie opnieuw te lezen en in te

stappen in een traditie van mystiek, die eeuwen lang in geloofsbeleving

aanwezig was.

Mystici van alle tijden hebben op de mogelijkheid gewezen het oude – door

opvoeding, frustratie en ambitie vernauwde – ik te laten sterven om plaats

te maken voor een nieuw besef, van zelfbesef, van individualiteit in

verbondenheid.  Dit kan niet  zonder ‘n eerlijke en kritische manier van

kijken, naar jezelf en de wereld. Ook met niet-weten; de bereidheid alles

waarvan je dacht dat het waar was los te laten en opnieuw te bezien en je

door anderen te laten voeden. Dit in een zoektocht naar het hogere Zelf of

naar de goddelijke vonk ín ons, dus niet buiten ons. Ik heb wel eens gezegd

dat christenen, met hun de wereld overstijgend godsbeeld, atheïsten bij

uitstek kunnen zijn.

In het nieuwetijdse denken nu is een aantal impulsen te ontdekken die te

belangrijk zijn om er geen gebruik van te maken, zoals het idee dat het

goddelijke binnen de aardse werkelijkheid te ervaren is. (Dat hiermee ook

een link wordt gelegd naar andere levensbeschouwingen, zoals het boeddhisme,

laat ik  nu even buiten beschouwing)

Wat we nu doen is o.m. de bijbel naar zijn inhoud niet aan te passen aan de huidige tijd, wél de tekst, met behulp van wetenschappelijk verworven kennis en eigentijds beleven in begrijpbare taal te formuleren.

Menig verhaal in het Oude en in het Nieuwe Boek blijkt dan b.v. een ( nu verzwegen) visie op geloof in reïncarnatie te bevatten. Hiervan zijn voorbeelden te over.

Menigmaal wordt vóór de geboorte erkend, dat menselijke wezens niet pas bij

hun geboorte ontstaan. Waarom zou een leven vóór de geboorte ook niet een

periode op aarde kunnen zijn? ( zoals ook verondersteld wordt dat er een

leven na dit leven is).

Wij kunnen niet aanhouden dat wat niet in de Schriften staat, dús onwaar zou zijn.

Wil de theologie méér zijn dan het aanreiken van gestolde waarheden, maar

vertolken wat gelovig onder mensen leeft dan dient zij daarvoor dus ook open

te staan en tot  “vertaling” te brengen. Om te beginnen met:  Stel eens dat

het waar is dat ……

Is er een andere wetenschap te noemen, die niet eerst van een

veronderstelling uitgaat om daarna een theorie te formuleren die een praxis

mogelijk maakt? In de natuurwetenschap  kennen we sowieso niet anders. Alles

wordt juist proefondervindelijk bewezen. En ook dan loopt men nog tegen

grenzen aan waarachter het grote onbekende ligt.

Dat de wereld zich in een stormachtige ontwikkeling bevindt ( letterlijk en

figuurlijk) is een open deur intrappen. Maar ik  ben er van overtuigd dat de

betekenis en oplossing van vele vragen ( b.v. racisme en geestelijk armoede,

de waarde van een leven van 2 dagen en een van 91 jaar, om er maar twee  te

noemen) mede bekeken en gevonden kan worden vanuit het gegeven van

reïncarnatie en wedergeboorte.

Een groeiende aandacht voor het spirituele, met allerlei valkuilen evenwel,

is duidelijk aantoonbaar en niet langer te veronachtzamen. Het is alleen te

betreuren hoe geloofsgemeenschappen zich daar tegen zo afwerend opstellen.

De nieuwetijds gedachte zouden zij als een opstapje kunnen zien als de brug tussen de oude naar een nieuwe theologie te overspannen.

door Anna Lamb

(Gedeeltelijke herhaling van een artikel uit de nieuwsbrief van 2006)

Hoe ontstaat levenskracht?

De mens komt opnieuw naar de aarde om een bewustwordingsproces door te maken in zijn hele evolutionaire gang.Wanneer hij na een leven in de geestelijke wereld tot verwerking is gekomen van wat hij heeft ervaren  in dit leven ontstaat er op een bepaald moment opnieuw een gevoel of besef dat de evolutiegang nog niet voltooid is.Hij ervaart dit als een leegte in hem.(zoals bij honger) Deze leegte vraagt om invulling.Dit heeft een innerlijke drang om een evolutiereis dus een nieuw leven te maken tot gevolg. Wanneer de mens tijdens het aardse leven voelt of ervaart dat tijdens zijn proces er een vulling van deze leegte plaatsvindt, weet hij dit op diep niveau. Dit geeft hem de kracht

dwars door alle verdriet en lijden heen te gaan.Hij wil aan de drang om tot invulling van die leegte te komen, toegeven.Daardoor ervaart hij vervulling van zichzelf.Hij leert buiten zichzelf wat hij in zichzelf moet vinden.

Het leven is een uiterlijke weg, die naar binnen leidt.

Allereerst is het belangrijk te weten dat mensen zich niet identiek ontwikkelen.

Belangrijk voor elk mens is dat hij trouw is naar zichzelf toe; dat wil zeggen dat hij zich niet beter wil zien dan hij is of zichzelf niet onderwaardeert,waardoor hij zich minderwaardig voelt.

Door trouw aan zichzelf te zijn, krijgt men contact met wat men in dit leven wil doen; waarbij men zich richten wil op wat men zich innerlijk had voorgenomen te doen.Dit is geen egoïsme. Men moet de moed ontwikkelen zichzelf te worden pas dan kan men zich belangeloos inzetten voor de belangen die anderen aangaan.

Wat betekent de periode van ouderdom tijdens een leven?

In de tijd van nu worden ouderdom-verschijnselen vaak te eenzijdig negatief gekoppeld aan verval van geestelijke en lichamelijke mogelijkheden.

En hierbij wordt het spirituele vaak helemaal niet gezien.

De ouderdom is, gezien vanuit een spirituele achtergrond, een voorbereidende fase om te komen tot het opnieuw contact maken met de geestelijke wereld,

waar men oorspronkelijk van afkomstig is.Kleine kinderen komen van het licht en zij gaan zich langzaam verbinden met de stoffelijke wereld, maar de oudere mens gaat de weg weer terug dus juist over naar de geestelijke wereld toe.

Dit vindt plaats doordat men ervaringen krijgt via lichtende energieën die de grovere materie helpen af te breken om deze naar een verfijndere frequentie toe te brengen.

Want na 60 levensjaren ontstoffelijken we meer en meer.

Onze levensopdracht, dat wat we wilden leren in dit leven, gaat steeds fijngevoeliger doorwerken en wordt minder stoffelijk zichtbaar.

Het leven richt zich meer naar een innerlijk gericht zijn.

Grove structuren van bepaalde stoffen worden bij het ouder worden dan ook minder goed verdragen en verwerkt. De menselijke structuur verijlt bij het ouder worden steeds meer en steeds verder. Opgedane ervaringen bv. onverwerkte emoties, die in het lichaam als grove energieën liggen opgeslagen, moeten verwerkt worden, zodat zo min mogelijk onverwerkte zaken achter blijven.

Belangrijk is als we gaan doorzien dat het nodig is ons leeg te maken van herinneringen uit het verleden voordat we dood gaan zodat er zo min mogelijk bagage mee hoeft.

Na het 70e  levensjaar is het zelfaanzien in wijsheid groter geworden.Dat betekent dat men nu liefdevol tot zelfbeoordeling kan komen.Men overziet bewust het doel van zijn leven en wat men er van ontwikkeld heeft. Dit is tevens de aanzet tot het sterven, dat na verloop van tijd zich zal aandienen.Men heeft het zelfde overzicht dat na de dood onder geestelijke begeleiding nogmaals gezien zal worden. Het is de tijd van echt zichzelf aanzien.Men ziet ook wat men binnen zijn levensbestemming heeft laten liggen.

Deze fase is dus zeer belangrijk en kan verstrekkende gevolgen hebben.

Mensen die alles uit het leven gehaald hebben wat zij als hun levensopdracht in zich hadden, kunnen op die leeftijd sterven

In de fase na het 70ste jaar wordt de mens opnieuw herinnerd aan voorafgaande fases en krijgt hij de kans om stukken die niet zijn opgepakt als nog op te halen en te verdiepen.

Er wordt een langere levensduur genomen om ruimte te krijgen bepaalde levensprocessen die tijd behoeven te doorlopen. Zo is het niet nodig overhaast door processen heen te gaan.Ook is het mogelijk een opdracht te hebben

waarbij men als leermeester voor anderen functioneert.

Een lang leven kan ook bedoeld zijn om gedetailleerd terug te kunnen kijken op je leven.

Wanneer de geest helemaal tot “ aarde” is geworden,                                                                 is hij als het ware klaar met zijn bestemming; dan is het weer tijd  te vertrekken.

Lichamelijk verval

De mens die ouder wordt ondergaat geestelijk maar ook lichamelijk veranderingen. Naarmate de geest zich zuivert, trekt de geestelijke energie zich stelselmatig terug uit het fysieke lichaam.Het lichaam verstoffelijkt meer en meer. Dat heeft tot gevolg dat wanneer de geestkracht zich teruggetrokken heeft, er slechts wat stoffelijke resten overblijven. In aanvang van dit geestelijk terugtrekkingsproces zullen vele veranderingen het lichaam een stigma van verval geven. Echter het is belangrijk ons te realiseren wat zich lichamelijk onttrekt zich bij de ziel voegt. Immers vele lessen zijn geleerd, inzichten zijn doorzien….Maar de mens is meestal vervuld met weerzin tegen lichamelijk verval.Dit komt door het idee dat verval en vernietiging één zijn.Verval roept associatie op met minderwaardigheid. Dit geeft bij zowel de oude als de jonge mens, als zij met elkaar te maken krijgen, gevoelens van onbehagen, waarbij de oudere zich op deze lichamelijke beperkingen aangekeken voelt en de jongere zich afstandelijk gedraagt.

De oude mens zou zich kunnen realiseren wat het lichaam werkelijk is en

de jonge mens dient voorbereid te worden hoe hiermee nu en later om te gaan.

Het kruinchakra wordt een zeer open verbinding met de kosmos.

Stel je voor: een oude mens, kwetsbaar en teer, met een bijna vormloos lichaam:

maar…via de kruin is er sprake van een zeer open verbinding met de kosmos…

Het lichaam is uitgeput, ook innerlijk is deze persoon afgemat. Deze mens is niet meer in staat zich te verbinden met allerlei zaken, die buiten hem staan.

Het lichaam valt stil; de energieën trekken zich meer en meer terug en worden

naar de geestelijke gebieden getrokken en afgestaan.

maar……het kruinchakra wordt verbreed; wordt een lichtgloed.

Zo verteert de oude mens dan reeds de restanten van zijn aanwezigheid op aarde.

Dit heeft een zeer oplichtende werking voor de aarde, daar deze mens

zijn reiniging zelf ter hand neemt en dit hem een diep gevoel van vervulling geeft. Hij is zichzelf genoeg. Dan verlaat ’t leven deze mens…..

Geen stoffelijke en energetisch beperking blijft meer achter en zijn herinneringen neemt hij mee.Niets blijft achter; de organen zijn verteerd,

waarin wellicht nog negatieve trillingen heersten.Deze worden de aarde onthouden en zullen aarde en ether niet meer belasten.Het lichaam laat zo geen negatieve resten meer achter. De geestelijke bestemming wordt zo al voor men dood is moeiteloos ingegaan.

Lichtende gestaltes

De mens in deze fase kan zich moeizaam bewegen.Hiervoor wordt hij geholpen door lichtende gestaltes.Deze helpen de mens los te komen van het stoffelijk lichaam, door middel van allerlei zuiverende handelingen die het losmakingproces versneld op gang brengen. Deze persoon is reeds klaar om het geestelijk leven te betreden.Ook verkrijgt men uitleg en meer duidelijkheid door middel van inspiratieve influisteringen of verbindingen.

Het sterven: Wanneer deze mens overlijdt met zo min mogelijk resten van onverwerkte zaken, maakt men de overgang naar de geestelijke gebieden hierdoor gemakkelijker.

Het sterven is als het uittrekken van een te strak pak.Je gaat levend over de drempel van de dood. Er verandert niets aan je bewustzijn.Je komt in een reële werkelijkheid waar het groeiproces doorgaat. Sterven is meer een begin dan een einde. Je gaat het ware leven binnen. Door de geestelijk liefde die de mens zo ervaart, wordt hij gesterkt in het verlangen het aardse leven te verlaten en hierdoor haast vanzelfsprekend los te laten.

18 november 1933-7 november 2009

Weggaan

Je moet geen afscheid nemen

Je moet het huis verlaten

Zonder om te kijken

Je draagt het warm en wakker

Bewoont het ook afwezig

Je moet geen afscheid nemen

In door tijd verkleurde bladen

Blijven woorden

Krachtiger dan daden

In mei bloeien de bomen

Ook de oudste boomgaard

Staat in gloed

Je moet geen afscheid nemen

Je moet het huis verlaten

Zonder om te zien

Door Bonhoeffer (Theoloog)

Als je van iemand houdt en hij ontvalt je kan niets de leegte van zijn afwezigheid vullen.

Je moet dat ook niet proberen, je moet eenvoudig aanvaarden en volharden.

Maar het is een grote troost want zolang de leegte werkelijk blijft, blijf je met elkaar verbonden

Hoe mooier en rijker de herinneringen des te moeilijker de scheiding.

Maar dankbaarheid verandert de pijn in stille vreugde.

De mooie dingen zijn geen doorn in het vlees maar een kostbaar geschenk dat je meedraagt.

Je moet zorgen dat je niet in je herinnering blijft graven en je erin verliest.

Een kostbaar geschenk bekijk je niet aldoor maar vooral op bijzondere momenten.

Buiten die ogenblikken is het een verborgen schat, een veilig bezit.

Dan wordt verleden een blijvende bron van vreugde.

De geest van de overledene blijft daarbij levend.


door Anna Lamb

We kijken elkaar aan, mijn man Peter en ik, onze harten in elkaar versmolten.

Zoals in alle ruim veertig jaar dat we samen zijn, zijn er ook nu weinig woorden tussen ons nodig om elkaar te begrijpen.

Onze vingers strengelen zich ineen op de kleine tafel in het ziekenhuiskamertje.

Het:”U kunt elk ogenblik of binnen een aantal weken sterven” klinkt nog na in onze oren. De diepe stekende pijn in mijn hart die toen ontstond is daar nog steeds.

Ik kijk naar zijn lieve, afgematte gezicht. De nachtelijke hoge koortsen hebben hun sporen nagelaten. Mijn lieve man; mijn maatje; mijn beste vriend; mijn hulp en steun; mijn geliefde, weg van me …..?

Ze zeggen dat ik dood ga, Anna! Ongeloof straalt me toe uit zijn ogen, daarna verzet. Maar in onze omarming voel ik een onverwachte bevestiging in de plotselinge broosheid van zijn lichaam!

Er volgen diepgaande gesprekken tussen ons en onze kinderen in de laatste weken in het ziekenhuis. Uiteindelijk is er alleen nog liefde tussen ons.

Maar het ongeloof over zijn naderende dood blijft voor hem….

In het zorghotel wacht hem veel liefdevolle en professionele ondersteuning hierover. De pastor voert urenlange gesprekken met hem, dikwijls samen met de arts en verpleging.

Zijn dagen zijn gevuld met heel veel bezoek; telefoongesprekken en hartverwarmende aandacht…De nachten echter met intensieve zorg en bezorgdheid om zijn zeer zieke lichaam.

Zijn geest blijft helder ondanks de morfine en slaapmiddelen.

We blijven praten. Hij blijft zorgen voor ons.

Zijn lichaam heeft het al bijna opgegeven; zijn geest niet.

Beide zitten niet op dezelfde lijn.

Hij is niet bang voor de dood maar ik weet dat vooral ónze liefde de belemmering vormt voor hem om zich over te geven. Ik tracht hem te overtuigen dat ik het ook zonder hem zal redden; dat ik zijn liefde voor mij altijd in mijn hart zal blijven voelen….

We houden samen met de pastor een indrukwekkend loslatingritueel. Daarna lijkt hij te berusten, dan vinden onze ogen elkaar en zie ik het verzet weer toenemen.

De artsen en de pastor zijn zeer bezorgd. Alleen pijn brengt zo’n sterke geest en zo’n ziek lichaam bij elkaar, weten zij uit ervaring en dat is wat gebeurt.

Een dag van ondraaglijke pijn brengt hem uiteindelijk tot overgave

en in de ochtend daarna zie ik hoe hij liefdevol wordt opgevangen door zijn overleden broer en mijn zus.

Enkele uren later lijkt zich een kleed van warmte en liefde uit me terug te trekken.

Mijn leven zonder hem is begonnen.