De levensfases van de mens

Ver vóór de conceptie

De mens is van oorsprong geest, een soort lichtbron, een goddelijke vonk.
Door begeerte heeft er een afsplitsing vanuit deze lichtbron plaatsgevonden, ontstaan uit verlangen méér, bewuster, te zijn.
Dit heeft afscheiding tot gevolg gehad.

De Levenskernen zijn inmiddels zo verdicht dat er bijna geen herinnering meer aan de oorsprong is. Men is nog wel verbonden met de lichtkern, die men in wezen is. De totale sterkte zou het stoffelijk zijn echter niet meer kunnen verdragen. Men zou verbranden.
Daarvoor is nu een soort katalysator (trechter) nodig, een overgangsgebied dat de geestkracht en dus ook de geestelijke waarden als het ware vertaalt naar de ziel toe; deze maakt weer op haar beurt een eenvoudige vertaling naar de stof, de persoonlijkheid.
In de persoonlijkheid ligt het werkterrein van nu.

Door wrijvingen, botsingen kortom door lijden, ontstaat door schade en schande inzicht, bewustzijn in de persoonlijkheid.
Van de wonden die hierbij ontstaan dienen we ons te bevrijden en dat leidt tot inzicht. Dan ontstaat in de ziel het weten.
En dan komt er bewustzijn tot nu toe.

In deze nieuwe tijd is echter “het licht aangegaan”.
Dwz nu kunnen we bewust naar onze wonden kijken en ons zo ook bewust bevrijden.
We behoeven niet langer door pijnlijke wrijvingen heen om bewust te worden.

Laten we vanuit dit weten eens kijken naar de gang die een menselijke ziel gaat naar het aardse leven.

De conceptie

De mens komt steeds opnieuw naar de aarde toe om een bewustwordingsproces door te maken in zijn hele evolutionaire gang. Door het besef dat deze evolutiegang nog niet voltooid is ontstaat een gevoel van leegte. Deze leegte vraagt om invulling. 

Dit leidt tot een innerlijke drang om een evolutieperiode op aarde te maken. Wanneer de mens voelt of ervaart dat tijdens zijn proces er een invulling van deze leegte plaatsvindt, weet hij dit ook op een diep niveau. 

Dit geeft hem de kracht dwars door alle verdriet en lijden heen te gaan. Hij wil en zal toegeven aan de drang om tot invulling van die leegte te komen. Hierdoor ervaart hij de vervulling van zichzelf. 

Hij leert buiten zichzelf wat hij in zichzelf moet vinden. Het leven is dus een uiterlijke weg die naar binnen leidt. 

Allereerst is het belangrijk te weten dat mensen zich niet identiek ontwikkelen. Sommigen ontwikkelen sneller; hun innerlijk weten heeft versneld invloed op hun uiterlijk handelen. Anderen houden zich aan een bepaald stramien, d.i. de gewone ontwikkeling. 

Dikwijls hebben mensen die een versnelde ontwikkeling doormaken ook een dienende opdracht naar anderen op zich genomen. Belangrijk voor elk mens is dat men trouw aan zichzelf is, dat wil zeggen dat men zich niet beter ziet dan men is, maar ook zichzelf niet onderwaardeert, waardoor men zich minderwaardig voelt. 

Dit is zelftrouw. 

Door trouw te zijn aan zichzelf krijgt men contact met wat men in dit leven wil doen; waarop men zich wil richten; te doen wat men zich innerlijk had voorgenomen. Dit is geen egoisme. De mens moet immer zichzelf volgen in wat hij wezenlijk wenst.

Waardoor komt de mens tot het aangaan van een nieuw leven?

De mens komt steeds opnieuw naar de aarde toe om een bewustwordingsproces door te maken in zijn hele evolutionaire gang.
Door het besef dat deze evolutiegang nog niet voltooid is ontstaat een gevoel van leegte. Deze leegte vraagt om invulling.
Dit leidt tot een innerlijke drang om een evolutieweg(-reis) te maken.

Wanneer de mens voelt of ervaart dat tijdens zijn proces er een invulling van deze leegte plaatsvindt, weet hij dit ook op een diep niveau. Dit geeft hem de kracht dwars door alle verdriet en lijden heen te gaan.

Hij wil en zal toegeven aan de drang om tot invulling van die leegte te komen. Hierdoor ervaart hij de vervulling van zichzelf. Hij leert buiten zichzelf wat hij in zichzelf moet vinden. Het leven is dus een uiterlijke weg die naar binnen leidt.

Allereerst is het belangrijk te weten dat mensen zich niet identiek ontwikkelen. Sommigen ontwikkelen sneller; hun innerlijk weten heeft versneld invloedop hun uiterlijk handelen.
Anderen houden zich aan een bepaald stramien, d.i. de gewone ontwikkeling.
Dikwijls hebben mensen die een versnelde ontwikkeling doormaken ook een dienende opdracht naar anderen op zich genomen.

Belangrijk voor elk mens is dat men trouw aan zichzelf is, dat wil zeggen dat men zich niet beter ziet dan men is, maar ook zichzelf niet onderwaardeert, waardoor men zich minderwaardig voelt.
Dit is zelftrouw. Door trouw te zijn aan zichzelf krijgt men contact met wat men in dit leven wil doen; waarop men zich wil richten; te doen wat men zich innerlijk had voorgenomen.
Dit is geen egoïsme.
De mens moet immer zichzelf volgen in wat hij wezenlijk wenst.

Zwangerschap    

De voorschouw.

Veel zielen zijn angstig, voor de geboorte een nieuwe incarnatie aan te gaan.
De ziel ziet vóór de conceptie in hoeverre zij vooruitgang boekt tijdens de komende incarnatie.
Dit maakt haar vaak angstig. Waarom?

Als de ziel klaar is om geboren te worden, ontstaat er een moment om actie te ondernemen.
Eerst is er een moment van stilstand.
De ziel ziet wat haar te doen staat om in haar bewustzijn te groeien.
De ziel overziet het toekomstige leven.

Kort vóór de geboorte gebeurt dit weer, zodat het kind de kracht krijgt zich te ontwikkelen.
Het krijgt een zeer gedetailleerde voorschouw.
Het kind doorloopt innerlijk de fasen van ontwikkeling die het leven hem zal brengen.

De inzichten die het kind dan ontvangt helpen hem in de diverse levensfasen.
Het ziet dan hoe diep het geraakt zal worden.
Zo kan het tot overgave aan zichzelf komen.

De mens dient enerzijds voor zichzelf op te komen en dit niet te laten uit angst voor conflicten; maar anderzijds ook de ander te respecteren in zijn of haar ontwikkeling.
Men moet de moed ontwikkelen zichzelf te worden in wat men is.
Pas dan kan men zich belangeloos inzetten voor de belangen die anderen aangaan.

We dienen ook een ander te respecteren in zijn/haar ontwikkeling.
Elke levensfase heeft een neergaande en een opgaande lijn, met in het midden een dieptepunt van de meest essentiële beleving.
In de opgaande lijn is sprake van integratie in de ontwikkelingsaspecten tot nu toe.

0 – 7 jaar

Dan komt het kind op aarde; het beleeft zichzelf nog als deel van een eenheid. Het kent zichzelf nog niet als een IK; onderscheidt zichzelf ook nog niet van de omgeving en is nog direct verbonden met de aura van moeder en vader.
Het is afhankelijk (liefde, warmte en voedsel).

In deze fase is oogcontact heel belangrijk, alsook non-verbale communicatie.
Gaandeweg ontwikkelt zich in het kind een eerste Ikbesef, waardoor een eerste losmaking en onderscheid ontstaat tussen de eigen aura en die van de moeder.
Na 7 jaar heeft het de eigen(zelfstandige) aura gevormd; aangeraakt door de eigenheden van de ouders, maar ook in concept aanwezig in de ziel van het kind zelf; in relatie met de levensopdracht.

Het toekomstig werkmateriaal is zo zichtbaar geworden en het gevoel tot ontwikkeling gebracht in een zich ontplooien van het begin van de persoonlijkheid.
Algemeen is dat deze ontplooiing zich tot in het 28ste jaar voortzet. 

De wijze waarop en de mate waarin is afhankelijk van de levensopdracht.
Het kind is kind en volwassene tegelijkertijd: * kind op aarde, * volwassene in de ziel.

7de t/m 12de jaar

 
Het kind is nu schoolrijp; er komt een scheiding tussen de mentale en de gevoelswereld; het kind hunkert naar informatie; is van nature leergierig, nieuwsgierig, ondernemend. In het Westen worden de kinderen vooral op het mentale aangesproken, waardoor zij al zeer jong van hun gevoel vervreemden.

Hierdoor gaan zij of verstandelijk de levensvragen beantwoorden of zij leren de levensstroom gevoelsmatig te volgen.
Hopelijk komen beide weer tezamen en gaan zij voelen met het hoofd en denken met het hart.

Het kind leert in deze periode de sociale rangorde kennen en leert zich van de groep te onderscheiden. Ben ik een doener, een kunstenaar, een genezer, bouwer of dromer?
Dit ben ik wel, dat ben ik niet; het bevestigt zijn individualiteit ten opzichte van de buitenwereld.

Rond het elfde jaar zijn meisjes meisjes en jongens jongens; bestaande contacten verdwijnen; de eigenheid neemt steeds meer vorm aan.

Op 12 jarige leeftijd kijkt het kind terug en vooruit; leert, als het goed is, om niet perfect te hoeven zijn.

Op 13 jarige leeftijd is het kind zeer absoluut: je bent voor of tegen hem.

De puberteit, tot 21 jaar

De periode van absolute heroriëntatie.

Wat gebeurt er in de puberteit? In deze levensfase ontwaakt in het kind het zicht op de realiteit van de totale wereld.
Een dramatisch gebeuren. De vaak mooie kinderwereld verandert in een wereld die kaal en grauw is.
De ene keer geeft het kind zich over aan de illusie uit de kindertijd, een andere keer valt het in de leemtes in zijn eigen ziel.
Dit heeft grote onevenwichtigheid tot gevolg.

Tijdens de jaren van de basisschool heeft het kind ontdekt dat er een scheiding is tussen het IK en de wereld; in de puberteit bemerkt de jongere dat het alleen in die wereld staat; alleen is wat het is. Dit roept diepe gevoelens van eenzaamheid op.

De puber kan deze leemtes slechts vullen als het zijn eigen identiteit leert ontdekken.

Het menselijk individu is opgebouwd uit verschillende aspecten, lagen, die onderling met elkaar verbonden zijn.
In de puberteit komt raakt die verbinding los; zo kan op een bewuste manier verruiming van bewustzijn ontstaan.

Als het kind zijn ontwikkeling tot dan heeft doorgemaakt op basis van zelfrespect, kunnen deze aspecten versneld bewust gemaakt worden; is er geen zelfidentificatie dan wantrouwt de jongere uiterlijke omstandigheden.
Hij kan zich hierin niet herkennen.

In de puberteit is een kind op weg naar zelfherkenning.
Tijdens dit proces komen persoonlijke aspecten (eerst slapend) wisselend naar boven en worden zo op afzonderlijke wijze bewust gemaakt.

Zo kan een kind tot een sterke IK-identificatie komen.

21 jaar en adolescentie

De jonge mens is in deze periode gevoelig voor indrukken van buitenaf; ongekende eigenschappen worden nu zichtbaar.

Het is een goede zaak hiervoor mogelijkheden te scheppen en toe te laten: zodat er ruimte gecreëerd wordt, om zelfstandig vanuit eigen initiatief deze kwaliteiten naar boven en naar buiten te laten komen; zo herkent men deze en wordt men zichzelf bewust.

In deze fase dienen zij te ervaren dat ieder mens gelijkwaardig is, juist omdat ze de neiging hebben zich naar anderen te richten.

In deze periode moeten zij ook leren samen naar buiten te treden in herkenning van wat zij zelf zijn….

Adolescentie (21-28)

In de puberteit moet de jongere zich van al die aspecten bewust worden; in de tijd van adolescentie gaat hij al die aspecten serieus nemen.

Dit heeft rust tot gevolg. De adolescent weet nu met al die stromen beter om te gaan.
Het is de tijd van voorbereiding op de volwassenheid.

In de adolescentie moet de jongere leren aan wat hij van zichzelf heeft leren kennen vorm te geven. Dit doet hij door tot overgave aan het leven te komen. Zo kan ook de kosmische begeleiding in hem vorm krijgen.

De adolescent moet zich beschermen tegen een te grote indringing; hij moet tot het besef van eigen identiteit komen.
Hij gaat zijn eigen beslissingen nemen, waardoor hij zich nog intenser van zijn eigen identiteit bewust wordt.

Sommigen zonderen zich af om zich op de toekomst te richten.
Het gebeurt dat de adolescent niet goed onderscheiden wat van hem is en wat van een ander door de grote beïnvloeding van de buitenwereld.

Het doel van de adolescentie is de voorbereiding op het volwassen zijn, zichzelf te verkennen en in zijn onvolmaaktheid te accepteren.

Daardoor komt hij tot heelheid in z’n beleving.

De echte volwassenheid

De echte volwassen mens voelt zich innerlijk onafhankelijk, op een krachtige wijze (zelfverkenning door ’t accepteren van zichzelf).
De volwassene ontdoet zich zelfstandig van problemen en lasten van buitenaf.
Hij blijft op een natuurlijke wijze eenvoudig; bewijst zich zelf zonder hoogmoed en ziet alles als deel van een groter geheel.

Naar de mate waarin een kind in zijn jeugd zelfstandig heeft mogen zijn, dat wil zeggen: heeft mogen luisteren naar zijn eigen innerlijk weten en deze heeft mogen uiten en serieus nemen, naar die mate, zal het, afhankelijk daarvan, zich eerder tot een volwassen mens ontwikkelen.

Volwassenheid ontwikkelt zich vanuit innerlijk weten tot zelfstandigheid naar buiten toe.
Tijdens de volwassenheid zijn er periodes waarin de mens zeer diepe ervaringen kan meemaken, die versnellend op de ontwikkeling werken èn periodes waarin het minder diep en langzamer gaat, b.v. kinderen krijgen; ’t huis uitgaan; scheiding.

Naast een periode die onder invloed van de hormonen wordt doorgemaakt, b.v. de menopauze, zijn er zo om de zeven jaar periodieke verdiepingsmomenten (halverwege vindt er dus meestal een kering plaats).

Op zo’n moment wordt de geestelijke vaardigheid dieper in de stof geïncarneerd en worden specifieke ontwikkelingen voor die leeftijd benadrukt, daar de gevoeligheid daarvoor op dit moment het grootst is.
De mens kan nu voor zichzelf spreken vanuit eigen doorleefde ervaring.

Zo toetst hij zichzelf aan de beleving van anderen; eigen beleving staat centraal.
Belangrijk is dat hij zich door eigen beleving laat leiden.
Het wereldgebeuren krijgt aandacht; er is een groot gevoel voor broederschap.

Men voelt zich sterk verbonden met anderen; voelt zich zelfstandig en minder afhankelijk; de individuele zeggingskracht is, in het groepsgebeuren, vergroot; men is hier in zichzelf bevestigd, waardoor men zich aan anderen kan geven: b.v. zich verbonden weten aan ’t wereldgebeuren.

35 jaar t/m 42 jaar

 
De middelbare leeftijd.

Men kent zichzelf steeds meer in wie men is; komt los van de ander.
Zo leert men zichzelf in deze periode zien als middelpunt binnen het leven in relaties; zo zal men zich in deze periode bij zichzelf prettig voelen, zonder daarvoor de bevestiging van anderen te krijgen; men ontwikkelt zich nu onafhankelijk en individueel (op 35jarige leeftijd begint menigeen aan een spirituele ontwikkeling).

42 jaar

Op deze leeftijd heeft men minder behoefte aan anderen.
Men wordt zichzelf genoeg; behalve als men zichzelf onvoldoende ervaren heeft, blijft men zichzelf zoeken bij een ander.
In het werk b.v. Dikwijls crises, door weinig voorarbeid (gevlucht in werk, relaties, verslaving, waardoor onvoldoende zelfstandigheid is ontwikkeld).

Voor sommigen is dit dan geen aangename leeftijd.
Men voelt dan zich innerlijk verouderen, terwijl men innerlijk nog geen rust behoeft; men tracht dan, naar buiten toe, inhaalmanoeuvres tot stand te brengen.

Men dient zich echter innerlijk te richten en zo bij zichzelf te komen; alleen zo wordt men vrij in zichzelf, anders verstaat men die innerlijke oproep niet juist.
Bij een man doet zich dan een carrièrecrisis voor; dan wel een crisis m.b.t. eigenheid.

49 jaar t/m 56 jaar

Men kent zichzelf innerlijk en in uiterlijk gedrag. Dat wat men hierbij geleerd heeft, kan men weloverwogen uitdragen. Alles wat men wilde leren is nu aan de orde geweest; de ontwikkeling van de karaktervorming is beëindigd.

Men gaat zich nu opnieuw op de etherische gebieden richten: dit is de geestelijke integratie in de persoonlijkheid.

56 jaar

Personen die onvoldoende zelfliefde hebben ontwikkeld doordat zij zichzelf niet accepteerden, hebben niet toegestaan zich te ontwikkelen; zij lijden aan identiteitsverlies; zij missen innerlijke vrede en voelen zich onrustig.

Het gevolg is dat zij zich ook naar anderen onzorgvuldig gedragen.
Zij zijn zichzelf tot last en dwalen daardoor nog meer van zichzelf weg.
Alleen zelfacceptatie kan hen weer tot rust brengen.
Anderen die hun geestelijke lessen hebben geleerd en zelfkennis hebben ontwikkeld, integreren dit nu in zichzelf.

Daardoor kunnen zij ook anderen ondersteunen; de geest is klaar; deze fase wordt dan een fase van rust.

Via allerlei vormen van creativiteit kan men de innerlijke gesteldheid naar buiten richten; zo ondersteunt men zichzelf en anderen.

63 jaar tot het sterfbed

Men vindt het nu niet meer nodig zich naar buiten toe te presenteren.  Men laat nu anderen voorgaan.
Dit is belangrijk omdat velen zich in de samenleving slecht gehoord voelen: weinigen geven anderen voorrang vanuit wezenlijk doorleefde rust.

Deze vorm van voorrang verlenen werkt bemoedigend op hen die dit aangereikt krijgen. De 63-jarige leert nu de diversiteit aan personen en gedragingen kennen op een doorleefde wijze. Zo krijgt hij een overzicht van gradaties van verschillendheid op aarde.

70 jaar

Het zelfaanzien is in wijsheid groter geworden; zo kan men liefdevol tot zelfbeoordeling komen. Men overziet nu bewust zijn levensbestemming en wat men er van ontwikkeld heeft. Dit is tevens een aanzet tot het sterven, dat na verloop van tijd zich zal aandienen.

Maar nu al heeft men het overzicht dat na de dood onder geestelijke begeleiding nogmaals gezien zal worden.
Het is de tijd van echt zichzelf aanzien; men ziet wat men binnen zijn levensbestemming heeft laten liggen.

Alles echter wat in dit leven zelfbewust is geworden, zal een volgende incarnatie vergemakkelijken. Deze fase is zeer belangrijk en kan verstrekkende gevolgen hebben.

De leeftijdsfase na het 70ste jaar

Tijdens deze fase wordt de mens herinnerd aan voorafgaande fases en krijgt hij de kans om stukken die niet zijn opgepakt alsnog op te halen en te verdiepen. Mensen die alles uit het leven gehaald hebben wat zij in opdracht in zich hadden, kunnen op die leeftijd sterven.

Lange levens
Een langere levensduur wordt genomen om ruimte te krijgen bepaalde levensprocessen die meer tijd behoeven te doorlopen. Zo is het niet nodig overhaast door processen heen te gaan. Ook is het mogelijk een opdracht te hebben als leermeester voor anderen te functioneren.

Men kan dan vele mensen op het vlak van uiterlijke dienstverlening nog aanraken.

Een lang leven kan ook bedoeld zijn gedetailleerd terug te schouwen.

Het sterfbed
Het doorgegaan zijn van processen op het sterfbed is genezend voor de stervende. Dit brengt een versnelde afwikkeling van het stervensproces op gang en daardoor duurt het sterven korter. Nu duurt het sterven vaak langer, ondanks dit voor het lichaam bijna niet te dragen is; de stervende moet echter deze processen doorgaan.

Vooraf dit te weten is belangrijk om langdurig stervensnood te voorkomen!

Bewustwording en integratie van spiritualiteit