MIJN LAATSTE LEVENSFASE (ANNA LAMB)

november 2013

Onder narcose…….

Met de armen om elkaar heen lopen we over een smal pad.
De liefde en de warmte die er was tussen ons toen mijn man nog leefde,
is ook nu diep en indringend voelbaar.

” Ik ga mee met je tot aan de grens” zegt hij.
We spreken telepatisch.
“Ik kan niet door de geleiwand” vervolgt hij.
Een laatste omhelzing, waarbij we beiden huilen.
Mijn man blijft achter….
Ik loop zonder moeite door de wand van een soort gelei
En open snikkend mijn ogen op een brancard.

Verpleegkundigen en artsen staan om me heen.
” De operatie is goed verlopen, mevrouw Lamb”

Ik ben zojuist geopereerd aan een kwaadaardige tumor in mijn baarmoeder….

januari 2014

Chemokuren

” U kunt nog fijn bij het raam zitten, mevrouw Lamb.”
Met een brede zwaai wees de vriendelijke verpleegster naar een grote ligstoel bij het raam. In de totale ruimte stonden 6 van dezelfde stoelen, met patiënten van diverse leeftijden.

Moeizaam liep ik naar mijn plek.
Moeizaam….
De zware operatie, met daarna een 12 dagen durende darmafsluiting hadden me bijna het leven gekost en zeer verzwakt. En nu nog de chemokuren. Mijn hele weerstand, geestelijk en lichamelijk, leek te moeten verdwijnen.
Ik volgde heel bewust de processen die zich aandienden.

Zodra het gif dan ook mijn lichaam instroomde, voelde ik een diepe loomheid ontstaan. Zelfs het lezen van een simpel krantje werd me te veel.
Als laatste werd ik die middag door lieve vrienden opgehaald.
Het zou 4 dagen duren voor ik weer wat uit de dodelijke vermoeidheid zou ontwaken.
Ik zonk weg in een diepe, verloren schemertoestand.
Op weg naar genezing?

Er bleef me alleen een stil aanvaarden..

Waarom heb ik deze ziekte gekregen?

 
“Kind, je moet ergens dood aan.” lachte mijn moeder kort voor ze in 1986 stierf aan galkanker, na ons gesprek over hoe ze toch aan die galkanker was gekomen.
Een antwoord bleef uit.

Maar waarom ben ik nu op mijn 71e zelf ziek door baarmoederkanker?

Ik besluit het mijn begeleiding te vragen……

Al jaren word ik tijdens verdiepingsbijeenkomsten woordelijk geïnspireerd door een geestelijke begeleiding. De antwoorden en teksten gaan uitsluitend over geestelijke onderwerpen, soms over persoonlijke problemen van mensen, maar bijna nooit krijg ik antwoorden op zaken die mijn eigen leven betreffen.

Ik besluit het toch nog eens te proberen.
“Kunt u me zeggen waarom ik deze ziekte heb gekregen?” vraag ik tijdens een moment van stilte.

“U bent als een moeder voor vele mensen, vindt u dat niet wat veel?”
Is het enige antwoord dat ik krijg.

Dit vraagt om uitleg.

“U bent moeder van vele mensen, vindt u dat niet wat veel?”

Na deze uitspraak van mijn begeleiding, besluit ik me hier op te verstillen.Het eerste dat in me opkomt zijn de jaren waarin ik een praktijk had voor spirituele hulpverlening. Mijn kinderen zijn dan nog jonge pubers, ik sta parttime voor de klas en heb 3 dagen in de week praktijk; van zo’n 6 cliënten per dag, bovendien geef ik lezingen en cursussen. Op een bepaald moment heb ik voor mijn praktijk een wachttijd van een jaar, wat een vreselijke druk op me legt.
Ik voel menigmaal hoe de soms zware problemen, zorgen en verdriet van de cliënten in me achterblijven.Ik vroeg me wel eens af waar deze energieën bleven in mij.
Dan waste ik mijn handen goed en liep even een blokje rond. Natuurlijk was dat niet voldoende om me te ontdoen van wat achter was gebleven.Menigmaal vroeg ik me dan ook af: “Waar blijft dat wat ik in me voel eigenlijk”.

Ik spreek er over met een vriendin, die ook een jarenlange spirituele praktijk heeft gehad en nu ook door kanker is getroffen. Haar begeleiding zegt dat door onze vergaande empathische vermogens, negatieve energieën als droesem in ons lichaam achter zijn gebleven. Ik herken dit onmiddellijk, maar bedenk dat ik daar zelf een bodem voor moet geboden hebben.Waarom ben ik b.v. altijd zo te bepalen door mensen die slachtofferig doen? Soms zelfs te manipuleren.Dat eeuwige gevoel van medelijden, wat is dat toch in mij?

Dat eeuwige gevoel van medelijden, wat is dat toch in mij?

Ik spreek er over in een theologiegroepje waar ik lid van ben.
We komen niet verder dan: medelijden is niet goed, het moet mededogen zijn.
Aan het gevoel van medelijden ligt hoogmoed ten grondslag. Immers denkt degene die medelijden heeft vindt dat hij of zij weet wat goed is voor de ander…
Met nog meer vragen dan ik had kom ik thuis.

Ik moet naar mijn Hoger Bewustzijn voor een wezenlijk antwoord, weet ik. Mijn hart zal de waarheid herkennen.

De volgende morgen verstil ik in een diepe meditatie.
Eerst verbind ik me met het gevoel van medelijden dat me zo dikwijls beheerst. Ik open me steeds dieper voor het Hogere gebied in me en leg daar dit oude gevoel neer. Daarna maak ik me leeg en onderga het antwoord uit mijn ziel.
Ik zie hoe mijn diepste zijn me toont dat mijn totale lijden in mijn leven een evenwichtige plek met alle ervaringen moet hebben in aanvaarding en acceptatie vanuit het weten van de verdragende transformatie die dit in me geeft.
Ik zie hoe dan gevoelens van medelijden met de ander mee versmelten in aanvaarding, waarbij
Een ondersteunende handreiking genoeg is.

Terugkerend naar een moment van medelijden voel ik dat dit medelijden in me verzet is tegen het lijden in de wereld.
Die boosheid (oud schuldgevoel?) heeft me doen handelen zoals ik gehandeld heb. Tegen mijn eigen belangen in.
De neerslag ervan heeft de basis tot mijn ziekte toen al in me gelegd.Bewerken

Geluk lost verdriet op

In deze tijd van een naderend einde voor mij, kijk ik regelmatig terug op mijn leven…..
Zo ook deze ochtend.

1941
Geboren in het prachtige Plaswijckpark, begon mijn leven mooi, vol natuur en liefdevol, al was het oorlog.
Hillegaersberg.
In een deftige laan met mooie huizen en aardige mensen speelden mijn eerste 3 levensjaren zich heel gelukkig af. Tussen hertjes en andere dieren in het park en met zorgzame ouders, twee oudere broertjes en veel fijne buren en familieleden, had mijn leven een liefdevolle start.

Echter, we verhuisden kort na de oorlog naar een groot bovenhuis in Schiebroek.
Ik weet nog heel zeker hoe ik als 3 jarige voor het eerst de, voor mij, hoge trap opklom en innerlijk hoorde: “Het geluk is nu voorbij”.

Er brak een periode aan vol zorg, ook voor mij als kind.
Kort na de geboorte van het 9e kind, kreeg mijn vader een dwarslaesie en kwam op zijn 40e thuis te zitten.
Toen het jongste broertje bijna 3 jaar was verongelukte hij voor de deur….
Het was een periode van armoede, zorg en verdriet.

Het is deze jeugd die ik altijd als een sombere herinnering met me mee draag.
Dit en nog veel lijden dat volgde…

Ik laat deze herinneringen nu opnieuw de revue passeren. Dan hoor ik: ” Kijk ook naar je geluk”.
Als ik verstil, voel ik de niet-aflatende liefde en betrokkenheid van mijn ouders naar mij, ondanks hun zorgen en verdriet.
Daarna zie ik, hoe ik als kind al veel vreugde en plezier van mijn talenten heb gehad.

Ik mocht een prachtige studie volgen, voor die tijd ongebruikelijk voor ’n meisje en kreeg een heerlijk beroep.
Ik had een fantastische, liefdevolle man en fijne kinderen, later ook kleinkinderen.
Ik ontmoette Zohra en Psychosofia verdiepte mijn innerlijk leven.

Op latere leeftijd ontwikkelde zich nog meer talenten en mogelijkheden.
Ik had nooit geldzorgen of tekorten.
Ik word nog steeds omringd door veel vrienden en vriendinnen…..

Dit alles doet mijn hart vol stromen van vreugde en dankbaarheid.
Wat heb ik een waardevol, rijk leven gehad.
En ik kan nog steeds veel doen.

Ik vraag mijn begeleiding of ik niet wat langer kan blijven op aarde.
Dan klinkt het beslist:
“We hebben je hier ook nodig”.
Ik, nodig in de geestelijke wereld?
Hoezo eeuwige rust?Bewerken

Anna Lamb