PUBERTEIT

De jonge mens

puber

De puberteit is een periode van absolute heroriëntatie.
In de voorgaande periode is – afhankelijk van de levensopdracht – een begin gemaakt van de persoonlijkheidsontwikkeling.
De meeste kinderen in het Westen worden aangesproken op het mentale; het gevolg is dikwijls een vervreemding van het gevoel. Studiekeuze wordt vaak niet gemaakt op basis van interesse of talenten, maar met redenen als “het betaalt goed”, “is er werk in te vinden”.
Anderen volgen gevoelsmatig de levensstroom.
De puberteit is een periode waarin er een nieuwe kans ligt om voelen en denken te integreren.
Het kind heeft al veel over zichzelf geleerd binnen groepen en zo zijn individualiteit bevestigd.

Nu ontwaakt een reëler beeld van de buitenwereld: Dit leidt tot verstoring van de mooie kinderwereld. Onevenwichtigheid bij pubers wordt veroorzaakt door enerzijds in de illusie van de kindertijd te leven en anderzijds zijn daar de aanwezige kwaliteiten die nog om ontwikkeling vragen.

In de basisschoolleeftijd wordt de scheiding tussen ik en de wereld geleerd; in de puberteit bemerkt het kind zijn uniciteit, maar ook: ik sta er alleen voor! Het ontdekt in deze fase de leemtes in de eigen identiteit en wanneer zij deze leemtes vullen zorgt dit dat diepe gevoelens van eenzaamheid uitblijven.

Wat is eigen identiteit?
Als menselijk individu zijn we opgebouwd uit verschillende lagen en in die lagen liggen weer diverse aspecten.
B.v. in de laag zelfstandigheidsontwikkeling zitten de aspecten: doordrammerigheid, eenvoud, egoïsme en afhankelijkheid.
Als mens dienen we tot een diep doorvoeld inzicht te komen echt onszelf te zijn naar de ander toe, zonder argwanend te zijn voor de tegenreactie. 
(Dit is een van onze inwijdingspoorten.)
Alleen zo kan de angst zichzelf te zijn verdwijnen.
Met jezelf niet volledig in vrijheid geven uit zelfbescherming, doe je jezelf en de ander tekort. Anderen houd je zo op een afstand.

Onze levensopdracht is om door een aantal ontwikkelingspoorten te gaan. Aspecten in de lagen van het onderbewuste zijn hiermee verbonden. In de kindertijd zijn die lagen meer een eenheid, onderling verbonden en in een gelijkmatige stroom.
In de puberteit raakt de verbinding los. Hierdoor ontstaat verruiming van het bewustzijn.
Is de ontwikkeling van het kind gebaseerd geweest op zelfrespect, dan kunnen deze aspecten versneld bewust gemaakt worden. Bij geen of onvoldoende zelfidentificatie wantrouwt de jongere de wereld buiten zichzelf. Het herkent zich daarin niet omdat het zichzelf daar geen afzonderlijke plaats kan geven.

Zelfherkenning is het kenmerk van de puberteit. Alle lagen komen tot bewustzijn door sterke kosmische energieën (parallel lopend met hormonale ontwikkeling) wisselend boven.  Wat eerst in mooie, afgescheiden lagen aanwezig was, loopt nu volledig door elkaar heen.
Kenmerken zijn in deze tijd dan ook: onevenwichtigheid, eenzaamheid, wispelturigheid.

Het doel van de puberteit is via bewustwording van alle afzonderlijke aspecten tot zelfherkenning te komen. 
Jongeren komen te weinig tot ik-identificatie door grote druk, veelvuldig afwijzen van bepaalde karakterkenmerken, te veel tijd en aandachtvragende bezigheden.
Dit leidt tot een belemmerende ontwikkeling in hun leven. Ongekende aspecten blijven dan op een kinderlijk niveau benaderd worden; ze blijven een onbewuste rol spelen en leiden tot onnodig verdriet en pijn.          Herstel treedt op door lering, inzicht of therapie.

Puberteit is de drempel naar het leven.

Jongeren en druggebruik

foto

Jongeren van nu voelen zich vaak niet gehoord.
Hierdoor kunnen zij onvoldoende gehoor geven aan hun diepliggende wensen, bijvoorbeeld wat zij willen bereiken.
Het niet gehoord worden leidt dan tot het loslaten van kontakten die zij eigenlijk zinvol vonden. Zij gaan zwijgen tegenover hen die zij aanvankelijk wilden laten horen wat zij wensten en zoeken anderen bij wie zij hopen aanzien te verkrijgen. Dit gebeurt vaak ongewoon luidruchtig.

Als zij nu opnieuw geen wezenlijke aandacht krijgen, kunnen zij de pijn die dit geeft niet meer in zichzelf toelaten. De kans is groot dat zij zich dan aan genotsmiddelen vergrijpen ter compensatie van gemis aan eigendunk.
De bedwelming door middelen geeft aan dat de gebruikers de situatie waarin zij zich bevinden voor gezien houden. Zij wensen geen wezenlijk contact meer met hen die hen omringen. Zij schermen zich af binnen eigen belevingswereld, gevangen in hun eenzaamheidsbesef.

Gewaarwordingen van de genotsmiddelen luchten even op en geven tijdelijk een gevoel van gelukzalig zijn. De werkelijkheid heeft zijn glans verloren en de “gebruiker” voelt zich niet herkend en is dus niet genoodzaakt hier in vooruit te gaan.
De meeste jongeren gedragen zich teruggetrokken, al kunnen er momenten zijn van sterk luidruchtig gedrag. Zij trachten op die manier alsnog verstaan te worden.
Deze zelfontkenning mag uiteraard niet voortduren daar dit anders ziekelijk gedrag tot gevolg heeft. De jongeren moeten leren zich te richten op het aangaan van gewenst gedrag naar buiten toe, bijvoorbeeld door zich te identificeren met sterke persoonlijkheden, die deze ervaringen ook hebben meegemaakt. Vriendschap met dit soort mensen kan voorkomen dat zij te lang niet daadkrachtig voor zichzelf blijven. Dan wordt er faalangst ontwikkeld.

Jongeren moeten leren aan de slag te gaan en zichzelf te bevestigen zonder daarvoor anderen wezenlijk nodig te hebben. Het alleen doen leidt tot een krachtige persoonlijkheidsuitstraling. Zo leren zij dat alleen-zijn niet tot passiviteit behoeft te leiden. Daarvoor hebben zij krachtige voorbeeldfuncties nodig, die door hun zijn laten zien hoe je tot zelfbevrijding kunt komen.

Mensen die in hun eentje zich bevrijd hebben van pijnen en zo zichzelf ontwikkeld hebben zijn voor onze maatschappij heel belangrijk, met name in contact met jongeren bijvoorbeeld, die moeten leren tot eigen identificatie te komen Door identificatievoorbeeld creëren zij een beeld waar de ander zich in essentie naar kan richten. Het gaat dan om mensen die hun authenticiteit gevormd hebben door doortastend tot zelfonderzoek te komen.

Een kind moet bewust gemaakt worden voor zijn mening uit te komen. Dit is de beste bescherming om gebruik van genotsmiddelen te voorkomen. Want daardoor ontstaat zowel in het lichaam als in de geest verminderde weerstand.

Gebruikers van drugs hebben minder flexibiliteit in het weerstaan van processen die voor hen oneigenlijk zijn. Zij uiten zich dan minder direct en standvastig. Door geestelijke waarnemingen vermindert ook de lichaamsgevoeligheid. Zij kunnen te gevoelig reageren op dat wat zij waarnemen en zich daarvoor overdreven verantwoordelijk voelen. Hoogmoedswaanzin kan het gevolg zijn.
In aanvang wordt slechts bijvoorbeeld de spraakzaamheid vergroot doordat men gevoelsmatig onvoldoende wordt afgeremd. Helderheid van beleven is sterk. Dit kan plotseling omslaan door insluipende energieën van onwel-zijn, van niet controleerbare inhoud uit eigen geestelijke gesteldheid d.i. het onbewustzijn of door infiltraties uit onstoffelijke gebieden. Het lichaamsgevoel is verminderd.

De mens reageert normaal, als het ware geestelijk bewust, op lichaamsreacties. Deze prikkels zijn wel prettig, maar voorzien niet in een behoefte die het lichaam nodig heeft. Door ’t niet goed functioneren wordt men toegankelijk voor oneigenlijke ingevingen, daar de verbinding met het geestelijk functioneren vanuit behoeftes van het lichaam wordt losgemaakt. De impulsen die hierdoor worden afgegeven worden steeds vreemder, wat weer tot vreemde reacties leidt, zoals geen controle op eigen gemoedsgesteldheid op bewust niveau en/of kwetsbaarheid ten aanzien van inmenging vanuit de astrale wereld.

De adolescentie

foto

In de lagere schooltijd heeft het kind ontdekt dat er een scheiding is tussen ik en de wereld.

In de puberteit bemerkt de jonge mens dat het alleen in de wereld staat; alleen is wie hij is.
Wanneer hij de leemtes die hij in zichzelf ontdekt, vult door zijn identiteit te ontdekken, zal hij minder eenzaam zijn.
In de puberteit is het kind op weg naar zelfherkenning en worden de aspecten uit zijn onderbewuste wisselend in het bewustzijn gebracht. Daardoor is de puber vaak in zijn gedrag wisselvallig en warrig.

In de adolescentie gaat de jongere al de aspecten die hij in zichzelf zo snel heeft herkend serieus nemen. Dit heeft, om te beginnen, rust tot gevolg.
De adolescent weet met al die stromen in zichzelf al beter om te gaan. Dit is de tijd van voorbereiding op de volwassenheid.
In deze tijd moet de jongere komen tot vormgeven aan wat hij van zichzelf heeft leren kennen. Door tot overgave aan het leven te komen kan deze vormgeving ontstaan.

Zo kan ook de kosmische energie indalen en de geestelijke begeleiding in hem doorspelen. Ook impulsen uit zijn ziel, die verbonden zijn met zijn levensopdracht, kunnen helpen de jonge mens te vormen.

In deze tijd is het erg belangrijk dat de adolescent zichzelf beschermt tegen te grote indringing van meningen, wensen en eisen van buitenaf. Juist nu moet hij tot besef van zijn identiteit komen. Hij gaat nu zijn eigen beslissingen nemen, waardoor hij zich dieper van zijn eigen identiteit bewust wordt
Juist nu mag hij geen kwaliteiten van anderen blindelings overnemen. Sommigen zonderen zich af om zich op de toekomst te richten.

Als de jongere in de adolescentie zichzelf niet kan onderscheiden als een uniek individu, door te zien wat van hem is en wat van een ander binnen zijn gevoels- en ervaringswereld dan is er sprake van een te grote beïnvloeding vanuit de buitenwereld.

Het doel van de adolescentie is de voorbereiding op volwassenheid, waarin de mens leert zichzelf te verkennen in wie hij is en vooral te accepteren wat hij binnen die verkenning tegenkomt; dus ook zijn onvolmaaktheid.
Zo ontstaat heelheid in de belevingswereld!

Bewustwording en integratie van spiritualiteit