Tagarchief: Anna Lamb

Schuld

Anna Lamb

Spiritualiteit in het onderwijs. (1991)

“Boem”

Met een klap botste Roy door een onverwachte beweging tegen Chrysta op. Zij verloor haar evenwicht en viel op haar beurt tegen de stoel, die de schoonmakers onderste boven op haar tafel hadden gezet. Even leek de stoel te aarzelen om vervolgens met een harde klap eerst het hoofd van Reinbert en daarna de grond te raken.

“Dat deed jij, stommerd!”riep Chrysta. “Nietes, jij bent de schuld; jij hebt de stoel eraf gestoten”. en woedende hand schoot uit. Ondertussen zat de gewonde Reinbert op de grond te huilen. De andere kinderen in de klas begonnen zich met de ruzie te bemoeien. De “jij deed ‘t”, “nietes, zij deed Ot “, waren niet van de lucht. Ik, als onderwijzeres, ontfermde me over de hevig kermende Reinbert. De beide “boosdoeners” kwamen met angstige gezichten hun onschuld betuigen en werden wat rustiger toen ik resoluut zei: “Niemand heeft schuld.v.

Wat onzeker gingen de kinderen naar hun plaats. Dit werd het onderwerp voor het kringgesprek, voelde iedereen. “Wat is schuld?”, vroeg ik de groep, en een nasnikkende Reinbert incluis. Als je iets fout doet zei er een. “Nee”, zei een ander, “Dat doe je niet altijd expres.” “Dus je hebt schuld als je iets expres fout doet?”, vroeg ik. Iedereen was het hiermee eens. “Roy, botste jij expres tegen Chrysta? Opgelucht schudde Roy nee met zijn hoofd. “Ja maar juf, toch moeten ze uitkijken” vond er een. “Zeker”, antwoordde ik. “Roy, zal je nu wat voorzichtiger zijn?” “Ja juf, vooral als er stoelen op de tafels staan.” “En Chrysta?” Ook Chrysta beloofde voortaan beter uit te kijken.

“Dan hebben jullie nu een les geleerd”, riep ik vrolijk. “Maar die arme Reinbert, wat heeft hij aan die les overgehouden?” Een bult”, riepen enkelen. “Ja en jullie hebben hem niet geholpen; jullie gingen ruzie zoeken in plaats van Reinbert te helpen. Dat maakte ’t nog een beetje akeliger voor Reinbert.” Iedereen knikten wat verbaasd. “Dus fouten mag je maken als je ze maar weer zo goed mogelijk herstelt en .. er van leert…” De klas was doodstil. Je zag iedereen denken.

“Wie van jullie heeft ook wel eens een fout gemaakt, waarvan hij de schuld kreeg zonder dat hij het expres deed?”

Een tiental vingers schoot de lucht in. Arjan kreeg de eerste beurt. “Mijn oma heeft toen ze op sterven lag mijn zus een heel mooi beeldje gegeven. Toen mijn zus niet thuis was, ben ik haar kamer ingegaan om ’t beeldje eens goed te bekijken en toen….(even moest hij slikken) heb ik ’t beeldje laten vallen. De scherven heb ik onder haar bed geschoven. Ik kon die nacht niet slapen. Eerst heeft mijn zus overal gezocht. Toen ze de scherven vond, wist ze natuurlijk dat ik ’t gedaan had. Voor straf mocht ik die week geen TV kijken en kreeg ik drie maanden geen zakgeld. Met de klas keken we naar de schuld van Arjan en kwamen we tot de conclusie dat hij het beeldje niet expres gebroken had. Dat luchtte hem onbeschrijfelijk op.

“Wat heb je er van geleerd Arjan”, vroeg ik. “Dat ik niet stiekem moet zijn” gaf hij grif toe, “en voorzichtig zijn vooral met de spullen van een ander” riep er een. Er ontstond een massale drang in de klas om misstappen op te biechten.

Een van de verhalen was van Vinny. “Toen mijn tante op bezoek kwam, was mijn neefje nog maar een baby. Ik was toen ongeveer zeven jaar”vertelde ze. “Toen iedereen even weg was, heb ik de baby uit de kinderwagen gehaald en ben ik met hem gaan spelen. Ik heb hem zelfs boven mijn hoofd gehouden, zoals mijn oom dat dikwijls deed en toen heb ik de baby laten vallen.” Dikke tranen stroomden over Vinny’s gezicht. De klas luisterde ademloos. Ook Vinny kon zichzelf op deze mooie, bijzondere, ochtend in ’n gewone klas van een Rotterdamse school, vergeven en zich de les bewust worden, die aan deze ervaring verbonden was. Een zucht van verlichting ontsnapte aan haar keel. En ik mocht even zien hoe een grauwgrijze nevel loskwam uit haar aura en verdween.

Pesten en gepest worden

Door Anne Lamb

Onderstaand artikeltje is met toestemming overgenomen uit de Nieuwsbrief van de ( toenmalige) Landelijke Werkgroep Spirituele Pedagogiek (1984 – 1993) en bevat een verslag van de vraag en antwoorden na een lezing van Anna Lamb.

Vraag:

Ik wil een vraag stellen over school, over groepen kinderen, waarbij de ene groep pest en de andere gepest wordt. Ik word op het moment heel erg geconfronteerd met zo’n groep, waarbij ik geneigd ben me meer met de slachtoffers te identificeren, om die te beschermen. Ik heb het heel moeilijk met het macho-gedrag van de pesters. Hoe kan ik daar nu mee omgaan?

A: Wat ik zal doen is eerst even naar die klas kijken om te zien wat ik daar voor energie ervaar.

Het merkwaardige is dat ik de pesters als kwetsbaarder ervaar dan de slachtoffers. Het is alsof de pesters nog machtelozer zijn dan de slachtoffers. Zij spiegelen in die slachtoffers hun eigen machteloosheid. Zij keren als het ware een onbewust besef van geen zelfacceptatie te hebben, naar buiten.

De slachtoffers; slachtoffer zijn heeft te maken met dat je jezelf opoffert. Opoffert aan wie? Je offert je op aan krachten waarvan je vindt, dat je ze moet laten domineren boven je eigen krachten. Slachtoffer-zijn spiegelt ons het ongenuanceerd aanvaarden van overwicht van anderen. De pesters worden daarin aangeraakt in zichzelf.

“Ik ben nu natuurlijk naar een speciale groep aan het kijken, dus het is een gemiddelde.” De pesters worden aangeraakt in een heel diep schuldgevoel (*) in henzelf. Dat schuldgevoel wordt opgeroepen door de slachtoffers. En dan kom je weer in zo’n zig zag vorm terecht. Zij slaan als het ware de slachtoffers om hun oren met de pijn die zij in zichzelf voelen.

Kun je je dat voorstellen?

De slachtoffers roepen dus iets op. Waar is het begin? Het heeft dikwijls al te maken met een karmisch verleden in de hele klas. Want als ik nog verder kijk dan zie ik bijvoorbeeld dat bij de pesters mensen zitten die voortkomen uit vroegere tijden, waarin zij mensen gedood hebben. Nu krijgen ze een nieuwe kans om vanuit vernieuwing op een andere manier om te gaan met het fanatisme van toen.

Wat je nu als schooljuffrouw in zo’n klas kunt doen?

Je bewust worden van wat er gaande is.

De slachtoffers wijzen op de kracht die ook in hen is. Spiegel ze niet dat ze op dezelfde wijze met de aanvallers moeten omgaan, maar wel dat zij moeten blijven staan voor wat zij vinden dat rechtvaardig is.

Bij de pesters stem je je af op het gevoel van liefdeloosheid, dat zij in zichzelf dragen. Deze liefdeloosheid is er de oorzaak van dat zij zich gedragen zoals zij zich gedragen, waardoor er een negatieve spiraal ontstaat. Want met het gedrag dat zij nu vertonen wordt hun karma steeds groter.

Daar praat je natuurlijk met hen niet over. Je laat hen weten en ervaren, dat wat zij doen zeer schadelijk voor henzelf is. Zij zullen daarover heel verrast zijn. Laat hen voelen en ervaren dat het pesten in henzelf een akelig gevoel teweeg brengt. Zeg tegen hen dat zij, door te gaan pesten, zich steeds akeliger zullen gaan voelen en wijs hun daarop, juist op de momenten dat zij het weer doen. Zo kunnen zij zich bewust worden van die momenten waarop dat gevoel weer in hen bovenkomt. Je zult merken dat ze dan heel verrast reageren. Zij zijn immers gewend met hun gedrag beschuldigingen te moeten aanhoren. Zo was dat in het verleden en zo is het nu nog. En het is het vastzitten in dat mechanisme waarom zij doen zoals zij doen.

Wil je er nog iets over vragen?

Misschien een kind er uit lichten zodat ik daar even naar kan kijken, want – weet je wat het is – denk maar aan alle mogelijke excessen, die we in slachtofferrollen kunnen ervaren. Het slachtoffer-zijn heeft ook iets van macht. Het is gekeerde macht.  En kijk vooral naar het slachtoffer in jezelf.

Antwoord: daar was ik al bang voor

A: Het onderwijs is een grote leerschool om bewust te worden. Daarom is het een ontzettend interessant vak.

Vraag: Dat machogedrag. Ik voel dat ik de neiging heb om tegen degene die het doet, te gaan dreigen: Denk eraan, als je het nog een keer doet!

A: Het macho gedrag roept eigenlijk macho gedrag in jou op. Machogedrag is eigenlijk naar buiten uiten wat je naar binnen wilt voelen, maar daar dus niet voelt. Eigenlijk is machogedrag, zeg maar, je schouders optrekken om je hart te beschermen tegen afwijzing, eenzaamheid.  Als je als leerkracht dit weet, ga je daar anders mee om. Je moet heel goed kijken naar kinderen/volwassenen, die jou aanraken met hun machogedrag. Die doen jou pijn in je miskenning als leerkracht. Want je voelt je vaak door hun gedrag geminacht, maar wat ze spiegelen is minachting die zij naar zichzelf hebben en dat raakt jouw minachting aan.

Door je eigen minachting te weten en te voelen, kun je het loslaten, iedere keer tussen de bedrijven door of ’s avonds in een moment van verstilling. Door los te laten en door dat loslaten in jezelf te accepteren, zul je merken dat die spanning die er in je ontstaat even ‘uit te halen’, ‘een dreun te verkopen’ snel weer afneemt. Dan ga je pas echt naar zo’n kind kijken. Dan zie je een heel ander kind.

Het is de pijn in jezelf, waardoor je er zo’n moeite mee hebt.

*In deze klas was dit schuldgevoel, in andere klassen kan dit angst en/of miskenning zijn.

Pesten en slachtoffer zijn heeft meestal te maken met dieper liggende gevoelens van miskenning.

Rode strepen

Door Anna Lamb

Dinsdagochtend, rekenles.
Dionne staat naast mijn bureau en haar lip gaat steeds meer hangen als ik onder bijna al de door haar gemaakte sommen een rode streep zet.

‘Begrijp je ze niet, Dion?’ vraag ik zacht.
Met vochtige ogen schudt zij haar hoofd.
‘Dan leg ik ze gewoon nog eens voor je uit.’

Op een oefenblaadje zet ik wat voorbeelden en ik laat de berekeningen zien.

Daarna maakt zij met veel moeite zelf enkele voorbeelden.

Zuchtend gaat ze zitten. Ik ga verder met de andere kinderen die een voor een bij mijn tafel komen om hun werk te laten controleren.

Als laatste komt Dionne weer met de ‘verbeterde’ sommen en weer verschijnen onder alle sommen rode strepen.
We kijken elkaar aan.

Ik zie de trieste blik in haar anders zo vrolijke gezicht.

Heel haar zelfvertrouwen is verdwenen.
Dit is te gek, flitst het door me heen.

Wat doen we onze kinderen aan?

Ik leg een paar eenvoudigere vormen van de sommen uit.

En weer gaat ze naar haar plaats om enkele sommen nu zelf te proberen.

Met tegenzin zet ik even later opnieuw rode strepen onder bijna alle door haar gemaakte sommen.

Ze krimpt bijna ineen.

We kijken elkaar aan. Ik voel hoe er heel langzaam een lach in me opwelt.

‘Het staat wel fleurig al dat rood, Dionne’ fluister ik.
En verder: ‘Je bent wel een wonder, maar geen rekenwonder. Je zult het in je leven waarschijnlijk met een rekenmachientje moeten doen.

Je hebt geen 1 maar een 2..Het lijkt wel een mars!’

Dan schiet ik in de lach.

Voorzichtig komt er ook een glimlach op het gezicht van het kind. We beginnen allebei uitbundiger te lachen.

De andere kinderen stoppen met hun werk en grijnzen met vragende ogen mee.

Als altijd is de klas wel in voor een lolletje.

Nog even aarzelt Dionne: ‘Juf ik kan het echt niet’

‘Ach kind, het is maar rekenen’, schokschouder ik.

Ze knikt opgelucht en met rechte rug en geheven hoofd gaat ze naar haar plaats.

Van weten naar bewustzijn is komen tot wijsheid

Door Anna Lamb

Het denken

In deze tijd wordt het denken vergroot en geactiveerd.
Hoewel velen daar bezwaren tegen hebben (zij wijzen het rationele af door de verarming die een te veel gericht zijn erop tot gevolg heeft) kunnen we dit toch zien als een noodzakelijk onderdeel binnen de hele evolutionaire ontwikkelingsweg die we gaan.
Een te sterke ontwikkeling van het analytisch denken alleen verhardt en sluit ons af. Het sluit ons af voor ons gevoel, waardoor bij velen het hart niet meer kan spreken.
Het zijn diepe angsten die ons analytisch denken zo doet beheersen. De angst in een diep gat te vallen, in een niets. Dit is een grote onvrijheid.

Maar weten is geen wijsheid, kennis is nog geen inzicht. De mens van nu dreigt overspoeld te raken door kennis, maar dan ook door kennis alleen. Gelet op de snelle ontwikkeling van computers en de daar aan gerelateerde werkvormen, zou men trots kunnen zijn op de ontwikkelingssnelheid, die de mensheid lijkt door te maken. Deze ontwikkeling is slechts gestoeld op kennis en kennisoverdracht en is verbonden aan een snelheid van denken, die zelfs bijna onmenselijk schijnt. Toch is de mens, die deze ontwikkeling mogelijk maakt en doormaakt, maar op een geestelijk zeer beperkte wijze bezig. Binnen de ontwikkelingsgang, die de mensheid dient te gaan, is deze overmaat aan ontwikkeling van het denken slechts een kleine sprong. De snelheid waarmee processen vorm gegeven worden in de computerwereld toont ons wat in de stof kan en dus ook mogelijk moet zijn op geestelijk niveau.
De vormgeving in onze computerwereld echter is zeer stoffelijk gericht met weinig begeestering, en hierdoor niet in staat verdergaande ontwikkelingen op te vangen, wanneer deze zich aandienen. Ook de technische kennis is gericht op lineaire kennis, d.w.z.kennis,die zich kenmerkt door een aaneenschakeling van processen. Spirituele kennis is overkoepelend; bestaat uit meerdere dimensies tegelijkertijd! Vooral  Nieuwe tijdskinderen en hun verontwikkelde intuïtie geven er blijk van deze vorm van ‘denken’ op een natuurlijke wijze te hanteren,  en dat op diverse niveaus en doordringend in alle delen. (Dit om enigszins aan te geven waarin deze tijd doorschiet op een wijze, die niet gericht is op de toekomst, omdat niet de stoffelijke resultaten toonaangevend zouden moeten zijn, maar geestelijke doelen.
Deze overmaat aan kennis zonder wijsheid is vooral een Westerse aangelegenheid. Andere volkeren leven vaak meer gevoelsmatig,maar worden steeds meer betrokken bij deze ontwikkelingsgroei.

In het westen bepaalt het rationeel denken ons leven in grote mate, maar wel los van het gevoel.
Het gevoel doet verbindingen ontstaan. Het denken onderscheidt het een van het ander, richt zich op de delen, kan de delen zelfs los van het geheel bezien, dus ook uit zijn verband gerukt.

We leven naar wat we weten. Natuurlijk zijn ontwikkelingsmomenten als deze noodzakelijk binnen het ontwikkelingsproces van de mensheid. De mens leefde voor deze periode hoofdzakelijk vanuit gevoelsimpulsen.
Maar dit veroorzaakte overal weer verwarring. Zo kon men bijv. niet loskomen van machtsstructuren. Het respect voor de mens, als uniek wezen, met een eigen identiteit en een eigen geestelijk niveau, kon zo geen vorm krijgen. De mensheid moest naar een hogere bewustwording gebracht worden. En dit vond en vindt plaats doordat het denken de mens bracht en brengt tot zeer uitdijende grenzen. Het proces van vergroting van het denkvermogen is dus een noodzakelijk en belangrijk proces, omdat de mens zo in staat wordt nog meer en dieper geestkracht te laten incarneren in de stof. We zijn net over de drempel van een nieuwe fase  in de evolutie van de mensheid als totaal gegaan. De eerste stappen naar een ruimer en meer overkoepelend inzicht zijn genomen. Het zelfbewustzijn van de mens wordt meer en meer tot ontwikkeling gebracht. Hij gaat zijn eigen innerlijk doorzien en zijn eigen bewustzijnsontwikkeling.

De laatste eeuwen heeft de mens zich in het westen daarom steeds meer gericht op een ontwikkeling die de mensheid brengt tot helderheid en begrip: nl. de ontwikkeling van het rationele!  Onderzoek, studie en zelfreflectie brachten onderscheid en grenzen aan. De ontwikkeling van de linkerhersenhelft vond plaats, steeds meer en steeds sneller. Wij zijn dan ook gekomen in een tijd waarin we zelfs overspoeld worden door kennis, technisch, economisch enz. Het is een explosie in de ontwikkeling van het lagere mentale binnen de evolutie van de mens tot aan de grens van zelfvernietiging toe. (Kijk naar onze omgang met bv. het milieu, de uitvinding van de atoombom.)
De rationele ontwikkeling is een belangrijk aspect  binnen onze evolutiegang, maar deze ontwikkeling lijkt te escaleren in zijn eenzijdigheid. Het strikt rationeel denken heeft ons denken beperkt  en verzakelijkt.
In deze nieuwe tijd zullen we niet langer het rationele denken naast het dieper voelen plaatsen, maar wij zullen ons denken steeds meer en directer gaan toetsen in ons gevoel, waardoor onze meningen,beslissingen en keuzes gebaseerd zullen zijn op de integratie van ons verstand en ons diepste gevoel. Hierdoor  komt  men in een steeds diepere verbinding met zijn innerlijk.

Het nieuwe bestaat hieruit, dat dit zich niet naast en buiten het bestaan zal ontwikkelen, maar dat deze ontwikkeling van binnenuit  zal plaats vinden, door een diepe, bewuste transformatie van het individu.

Dit is een van de redenen waarom er o.a. een stichting B.I.S. bestaat!

Paranormale vermogens bij kinderen en volwassenen

Door Anna Lamb

De paranormaal begaafde mens, dus ook het kind, ervaart direct verbindingen met etherische of wel fijnstoffelijke gebieden. Hieronder wordt verstaan de onzichtbare wereld, die in ons en ook om ons is.Voor mensen met paranormale vermogens is deze wereld voelbaar, zichtbaar en/of verstaanbaar. Op zo’n moment van verbinding is dit kind, deze mens afgestemd op een bepaald bewustzijnsniveau.Voor sommigen is dit blijvend door de dag heen, voor anderen is dit wisselend per moment of in een bepaalde  periode in het leven.

Zo zijn er waarnemingen die zich alleen voordoen gedurende de prille jeugd of in de puberteit, maar ook kunnen deze vermogens zich pas later manifesteren bv. op middelbare leeftijd en zelfs op het sterfbed.
Zeer kleine kinderen hebben duidelijk nog contact met deze onzichtbare wereld. Een goede waarnemer kan zien hoe de blik van een baby zich gedurende langere tijd focust op iets buiten het gezichtsveld van andere aanwezigen.

Menig klein kind, onder de drie jaar of ook ouder, praat met speelvriendjes; noemt hen zelfs bij de naam.
In veel gevallen treedt er na het zevende jaar een vermindering van paranormale waarnemingen op; niet omdat dan het vermogen verdwijnt, maar omdat het dagelijkse leven meer en meer dwingend de aandacht vraagt.
Belangrijk is dat kinderen waarbij dit niet het geval is, gedurende de eerste periode zo vertrouwd zijn geraakt met deze waarnemingen dat zij ze daardoor een plek kunnen geven als een natuurlijk iets dat bij hun leven hoort. Dit is dikwijls niet het geval, doordat kinderen al jong alleen gelaten worden tijdens deze ervaringen.

Ouders, opvoeders en hulpverleners voelen zich veelal onmachtig deze kinderen te begeleiden doordat zij onvoldoende op de hoogte zijn van kenmerken van deze verschijnselen of omdat er angst voor is vanuit henzelf. Ook heerst er bij ouders menigmaal de zorg, al of niet gestimuleerd door de houding van de maatschappij, dat er sprake is van psychiatrische problemen. Hierdoor kan men het kind dwingen deze ervaringen te ontkennen door ze bv. fantasie te noemen of door het kind er toe aan te zetten deze ervaringen te onderdrukken. Ook worden paranormale waarnemingen onderdrukt door het toedienen van medicijnen. Maar juist dan kunnen ze ‘een eigen leven’  gaan leiden doordat ze op onverwachte momenten naar boven komen; al of niet gekleurd door emoties als angst.

Anderen verliezen zich weer in hoogmoed. Zij ontlenen een vorm van zelfbevestiging door het hebben van paranormale vermogens van hun kind of van henzelf. Zij zien dit als een teken van een meer geestelijk ontwikkeld zijn. Dit aanzien projecteren zij dan op hun kind waardoor het ego van het kind wordt vergroot. Dit kan weer tot sociale problemen leiden.
Juist in deze tijd waarin al veel aandacht is voor het nieuwe tijdskind, het zg. indigokind, dat in zo grote getale is geboren, is het belangrijk dat kennis rond paranormale waarnemingen wordt verspreid, omdat deze kinderen dikwijls ook paranormale vermogens hebben.

Hoe komen we tot het ontwikkelen van paranormale vermogens bij het kind, op een wijze die hun leven zal verrijken en verdiepen?

Over het algemeen kunnen paranormale ervaringen een leven verrijken, en verdiepen, maar de ervaringen vragen om een goede begeleiding om te voorkomen dat het kind problemen krijgt. Het sleutelwoord is eenvoud.

Het is van belang dat we het kind bevestigen en centraal zetten en niet zijn gave. Dat zal het helpen zijn gave te ontwikkelen zoals het heeft leren spreken.
Het ervaart hierbij zijn gave als natuurlijk en dit beschermt hem tegen negatieve invloeden. Het kind moet zich krachtig en oprecht naar de buitenwereld kunnen richten vanuit een volledige acceptatie van o.a. zijn paranormale vermogens.

Wanneer er teveel accent gelegd wordt op zijn innerlijke begaafdheden zal het kind zich onvrij voelen en zijn eigen capaciteiten niet meer vrij onder ogen kunnen zien. Het zal dit dan ervaren alsof de buitenwereld bepaalt wat deze te betekenen hebben. Daarmee ontkracht het zijn innerlijke, zuiver gevoelde verbinding met zijn bron, omdat het zich afhankelijk gaat opstellen van bevestiging buiten zichzelf.
Wanneer wij dit kunnen voorkomen kan het zich op natuurlijke wijze ontwikkelen binnen de grens, die zijn eigen ontwikkeling aangeeft. Ouders maken zich vaak onnodige zorgen. Deze kunnen zij het beste uitspreken naar anderen, zodat zij het kind niet belasten.
Veel van hun zorgen komen voort uit hun eigen angst.

De basisrichtlijnen om tot een zuivere ontwikkeling van de paranormale vermogens bij kinderen te komen.

#Het kind serieus nemen in zijn of haar ervaringswereld is de basis  om te komen tot zuivere ontwikkeling van paranormale vermogens.

#Richt het kind op zichzelf; op de eigen mening. (liever een 6 van jezelf dan een 10 van een ander, d.w.z  liever een beperkte waarheid van uit je eigen persoonlijkheid dan een niet bewezen, hoge wijsheid die je napraat. )

#Breng het kind tot het authentieke – ik, door het te stimuleren te zeggen wat het denkt. (door niet te praten over maar vanuit zichzelf,  ook door het zijn of haar keuzes te helpen maken)

Door de gave niet als een uitzonderlijke eigenschap te kwalificeren, maar als een natuurlijk goed.

Hoe gaan we om met ons verdriet ?

Door Anna Lamb

(Een gedeelte uit de lezing: ‘De zin van het lijden’ )

Open en toegedekt verdriet

Vele mensen sluiten zichzelf af zodat zij hun verdriet niet uiten naar de buitenwereld.

De “open” mens draagt zijn verdriet voelbaar, bijna tastbaar, met zich mee.

Mensen die verdriet hebben, maar dit toedekken, kunnen dit soms niet aanzien. “Open” verdriet nodigt de ander uit ook zijn verdriet “open” te beleven. Mensen die zelf ook verdriet hebben maar dit toedekken, zijn wel met de ander begaan, maar willen toch dat de ander zijn verdriet voor zich, in zich houdt, omdat dat “open” verdriet hen als het ware uitnodigt ook hun verdriet “open” te beleven. Zij durven hun eigen, soms langdurig verdrongen verdriet niet los te laten en willen zelfs dat ook de ander zijn verdriet toedekt. Bijvoorbeeld door het weg te praten, of door te zeggen: “Vertel eens iets leuks.”

Belangrijk is dat je beide kanten in jezelf onderkent en je er voor behoedt.

De invloed van diep lijden op het collectief bewustzijn.

Wanneer iemand, bv door marteling of een ander grote ervaring, diepgaand, een groot stuk bewustwording is doorgegaan dan raakt dit direct åt collectief bewustzijn aan. Intense ervaringen van pijn openen het kanaal voor kosmische energie, waardoor diepgaande inzichten en geestelijk genezen ontstaan. En dit heeft direct invloed  niet alleen op het individu, maar ook op de omgeving.

Genezende energie draagt uit en neemt anderen daarin mee. Het raakt dus ook het collectieve veld. Als men zowel bij beperkt individueel verdriet als bij collectief lijden, zich mooier voordoet dan men zich feitelijk voelt, verloochent men zichzelf en onthoudt men ook de ander de kans zichzelf te zijn tijdens verdriet en lijden. Zo wordt een klimaat geschapen waarin men meer en meer opgekropt leeft. Waar het steeds weer op neerkomt is dat de mens zichzelf dient te zijn, zichzelf dient aan te zien, zichzelf diep in de ogen kijkt en zichzelf in zachtheid aanvaardt, meer dan de omgeving naar hem toe. De mens dient het meest op zichzelf betrokken te zijn, met zichzelf het diepst geraakt en bewogen te zijn. Doet hij dit onvoldoende dan geeft dit verwarring in relatie met anderen. Men  verwacht dan dat een ander verantwoordelijk is voor zijn welzijn.

Omgaan met pijn

Wanneer een mens pijn gedaan wordt, is het belangrijk dat hij de pijn voelt en zo vrijuit het verdriet kan loslaten. Pijn-beschadiging zal dan onmiddellijk verdwijnen.

Wanneer een ander mij pijn doet en ik ga dit vergelden dan geeft dit wel een tijdelijke ontlasting van het pijngevoel, maar ben ik nog niet vrij van pijn.

Het ontstaan van haat en wrok.

Vele mensen doen geen van beiden. Zij vergelden niet en tonen geen zichtbaar verdriet. Dan slaat de pijn naar binnen. Zo kan kilte ontstaan, verbittering, haat en wrok-gevoelens. Dat zijn allen vastgezette, koude pijnen. Maar mensen die hun verdriet laten stromen hebben mildheid en mededogen. Vastgezet verdriet vertaalt zich op boze wijze, bv als beul, treiteraar, agressor. De beul heeft dus eigenlijk meer pijn dan het slachtoffer. Hij ervaart lust in het vernietigen van de ander omdat hij zichzelf onvoldoende ervaart. Je zou kunnen zeggen dat hij innerlijk dood is. Daarom heeft hij zeer sterke prikkels vanuit de buitenwereld nodig om nog iets te kunnen voelen.

Haat is een verdedigingsmechanisme. Het maakt in een mens veel kracht los.

Wanneer deze naar de dader gericht wordt  blijft het slachtoffer vaak leeg achter.

Anders is dit bij mededogen. Dat omringt je, voorkomt onrecht.

Wanneer vanuit terechte boosheid eerlijke, gezonde woede getoond wordt  kan het helpen grenzen te laten zien. Wanneer iemand van jongs af aan boos heeft mogen zijn als er iets gebeurde dat hem werkelijk geen goed deed, dan heeft hij meestal een gezond afweermechanisme opgebouwd. Deze mens zal geen haat kennen.

Want haat ontstaat als men keer op keer zijn natuurlijke woede heeft ingehouden.  Dan ontstaat verbittering, wrok en uiteindelijk haat.

Iemand die in staat is door verdriet heen te gaan, pijnlijke ervaringen te verwerken, zal niet haten.Het vraagt moed het verdriet dat ons heeft aangetast zo diep te leren kennen. Haat, koude haat, komt voort uit het tekort aan moed hebben verdriet te leren kennen, te verwerken en zo actief te beleven.

Haat is een opeenstapeling van verdriet dat niet doorleefd is en van woede dat niet tijdig getoond is.

Liefde is een opeenstapeling van aanvaarding en acceptatie van eigen volmaakt- en onvolmaaktheden.

Waar kiezen we voor?

De Oudere mens


Door Anna Lamb

Het eindexamen van het leven

In deze tijd worden ouderdomsverschijnselen vaak te eenzijdig negatief gekoppeld aan verval van geestelijke en lichamelijke mogelijkheden.

Hierbij wordt de spirituele dimensie niet waargenomen.

De ouderdom is, gezien vanuit een spirituele achtergrond, een voorbereidende fase om te komen tot herstel van het contact met de geestelijke wereld, waar men oorspronkelijk van afkomstig is.

Waar kleine kinderen van het licht komende zich langzaam gaan verbinden met de stoffelijke wereld, is de oudere mens aan het overgaan naar de geestelijke wereld toe.

Dit vindt plaats doordat zich ervaringen via oplichtende energieën voordoen  die de grovere materie helpen af te breken om deze naar een verfijndere frequentie toe te brengen.

Na 60 levensjaren ontstoffelijken we meer en meer.

Onze levensopdracht gaat steeds fijngevoeliger doorwerken  en wordt minder stoffelijk zichtbaar.

Het leven richt zich meer naar een innerlijk gericht zijn.

Grove structuren worden bij het ouder worden minder goed verdragen en verwerkt. (zoals bij kinderen)

Zo heeft men eerder last van indringende geluiden, zwaar voedsel, heftige emoties, veelvuldige indrukken.

De menselijke structuur verijlt steeds meer, en steeds verder. Alles dient verwerkt te worden d.m.v. steeds ijlere mechanismen.

Opgedane ervaringen bv. emotioneel onverwerkte zaken,die in het lichaam als grovere energieën liggen opgeslagen, dienen verwerkt te worden, zodat zo min mogelijk onverwerkte zaken achterblijven.

Er is op dit moment over het algemeen in de ouderwordende mens sprake van het bezitten van onvoldoende levensmoed ten aanzien van de laatste levensfase.

We zullen onszelf nu al dienen toe te staan tevreden te zijn met eenvoudige dingen.

Simpele dingen waar we van kunnen genieten.

Ook zullen we eerst dienen te komen tot innerlijke zelfherkenning.

Belangrijk is dat we gaan doorzien hoe nodig het is ons leeg te maken van herinneringen uit het verleden voordat we dood gaan zodat er zo min mogelijk bagage mee hoeft.

Ouderen vinden het daarom vaak fijn om in herhalingen te spreken over wat zij eens meegemaakt hebben.

Hier in het westen is men de mening toegedaan dat als je oud bent je het wel gehad hebt, en dat de jongeren voorrang verdienen. Waardoor de ouderen zich vaak te inschikkelijk opstellen naar de jongeren toe en hun eigen behoeften onvoldoende uitspreken.

De jongeren worden hierdoor onvoldoende geïnformeerd vanuit de levenservaringen van de ouderen.

En de oudere voelt zich steeds minderwaardiger doordat hij zelf onvoldoende zijn eigenwaardig zijn beseft.

De kosmische Christus (Mystieke verkenning 2001)

Door Anna Lamb

De mens is een lichtwezen. Wij zijn gekomen vanuit het licht om het licht dat wij zijn tot een werkelijke stoffelijke manifestatie te maken. Wij hebben met ons allen de grote moed gehad die sprong vanuit het hoogste licht te maken. Het is een innerlijk beleefde sprong, maar dit hield heel veel in, namelijk: een groot aantal aspecten, zelfs tegenstellingen die in ons leefden, gaande van leven tot leven.

In de duizenden jaren die voorbij zijn gegaan, hebben wij individueel en met anderen, soms ook als een groep, veel van die aspecten kunnen doorleven en daarna kunnen doorzien in zijn essentie. Zo zijn we gekomen tot transformatie en transcendentie.

Maar veel is in ons nog niet verwerkt, niet doorleefd, niet getransformeerd, omdat wij in de afgelopen tijd, daartoe nog niet in staat waren.

Waarom dan niet?

Waarom nu wel en in het verleden niet?

In het verleden hadden wij nog  niet de beschikbaarheid over het optimaal functioneren van het denkvermogen. Wij maken een  nieuwe  sprong in onze gezamenlijke evolutie m.n door de grotere ontwikkeling van ons denkvermogen.

Door de ontwikkeling daarvan in de afgelopen tijd kunnen wij nu de hoge inspiraties, die in ons hoger bewustzijn verkregen werden, in ons dagbewustzijn, ons denkvermogen, ook werkelijk bewust een plaats geven. Ons denkvermogen werkt dan ook als een filter naar het onderbewustzijn toe.

In ons onderbewustzijn rusten, zoals we weten, onze nog niet verwerkte blokkades.Wij zijn op het punt aangeland dat wij ons deze blokkades, deze oude, onverwerkte herinneringstrillingen uit vorige levens, bewust kunnen worden. Dit is mogelijk door de ontwikkeling van ons denkvermogen, maar altijd gebaseerd op en in samenwerking met de liefde van ons hart. Ieder levend wezen, ieder bewustzijn in ons universum kan tot deze transformatie, deze transcendentie komen.

Het bewustzijn van de gehele kosmos is in zijn totaliteit zo ver gekomen op de lange weg van de evolutie, dat dit nu ook mogelijk is maar staan we dit ook toe? Nu, in deze en de komende tijd, zijn we zo ver gekomen, dat we bewust kunnen gaan werken met de dualiteit in ons: het mannelijke en het vrouwelijke, yin en yang, het luciferische en het michaelische, het denken en het voelen. Nu niet langer door deze tegenover elkaar te plaatsen, maar in samenwerking met elkaar werkzaam te laten zijn. Juist nu komen deze energieën, gestuurd door sterke kosmische impulsen, samen dieper in ons bewustzijn. Nu hebben wij een grote mogelijkheid tot de herkenning van deze twee-eenheid te komen.

Dit is wat wij het werkelijk Christusbewustzijn noemen. Nu kunnen wij komen tot de ervaring, de herkenning, de beleving ervan in onszelf. Dit gebeurt door flitsen van plotselinge herkenning en inzicht. Dit kunnen wij allemaal krijgen, ieder op ons eigen geestelijk niveau. Wij zullen moeten voorkomen dat deze krachten zich tegenover elkaar opstellen. Vanuit ons diepste innerlijk is er een oerverlangen om ons hoger bewustzijn in de stof te brengen. Wij durven het nu aan onze oude mentale beperkingen, waar we aan vastzitten, onze oude denkpatronen, tot verandering te brengen. Maar ook hoe wij liefde vormgeven; wat wij in liefde doen, wat we met liefde doen.
Dikwijls zijn onze liefdesuitingen ook gebonden; overheerst door emoties. Wij kunnen nu de liefde en de geestkracht in verbinding met  elkaar brengen en zo in onze persoonlijkheid vormgeven. Wij mensen staan op de kruising: de vuurkracht, de verticaal gerichte geestkracht; de vuurkracht van Lucifer samen met de kracht van Michael; het vrouwelijke aspect, de horizontaal gerichte liefdeskracht. Hierdoor kunnen wij tot een zo hoge liefdesverbinding komen, dat daardoor de  stof zich herstellen kan, waar dat nodig is, maar vooral ook  komen kan tot vernieuwing,  tot een hogere geestkracht.
Twee duizend jaar geleden heeft de historische Christus het Christusbewustzijn tot een totale integratie in de persoonlijkheid gebracht en verwerkelijkt. Zo werd via hem de liefde herkenbaar in z’n stoffelijk zijn. Wij hebben twee duizend jaar nodig gehad om tot dezelfde integratie in ons eigen wezen te kunnen komen.  Steeds heeft de mensheid dit gebeuren gezien als los van zichzelf, als een gebeurtenis ver weg en niet in zichzelf. Nu komt de tijd dat wij de historische Christus in zijn essentie in onszelf herkennen en zo in ons eigen zijn gaan brengen. Pas nu kunnen wij beseffen dat en hoe de historische Christus, de Heer van het licht, dit Christusbewustzijn tot werkelijkheid heeft kunnen brengen en dat dit behoort tot de mogelijkheden van elk mens, op ieders eigen niveau.
Dit besef heeft verstrekkende consequenties.
Het betekent dat niemand het recht heeft zijn medemens, man of vrouw, kind of volwassene, arm of rijk, lichamelijk en/of verstandelijk gehandicapt of niet, vanuit de lagere emotiegebieden en lagere mentale gebieden, te overheersen, te beoordelen of te bekritiseren. Wij, die deze leringen ook werkelijk willen integreren, zullen dan nu zeer liefdevol, vanuit de eigen verantwoordelijkheid, anderen in hun waarde laten. Dan zal in de ander en in ons het goddelijke herkenbaar worden.

Dat gaat niet zomaar. Dan zal men zich dienen af te stemmen op de eigen bron, de eigen inspiratie. Pas dan komen we tot een werkelijk beleven. Want deze kennis mag niet blijven steken op het niveau van het kennen, maar moet tot leven komen. En deze beleving zullen we moeten doorworstelen van niveau tot niveau, op alle aspecten in onszelf en zo komen tot integratie.
Al enige tijd is er in de mensheid dit verlangen, als een oproepende kracht, om tot nieuwe bewustwording te komen en deze inzichten tot een dagelijkse beleving te maken. De vernieuwing van geestkracht is de impuls die de aarde nu bereikt heeft. De integratie ervan, na de herkenning, doet deze verbinding boven ons persoonlijk beleven van liefde uitstijgen. Er is sprake van een liefde die vanuit geest komt, vanuit het hoogste en die in de verdichting via vele sferen tot in de stof opgevangen kan worden getransformeerd, zelfs getranscendeerd, dus totaal vernieuwd kan worden, waardoor het stoffelijke meer en meer wordt opgeheven. Dit is het witte licht, het universele, het hoogste zijn, het volmaakte wat in ons daalt. Dit is het werkelijke Christusbewustzijn, bij iedereen verschillend, maar wel vanuit dezelfde bron.
Laten we ons bewust zijn van de enorme kracht die wij in ons hebben, zodat wij de kracht, die meestal de vorm van macht kreeg om ons te bevestigen, nu gebruiken om ons in werkelijke liefdesintegratie in de wereld te plaatsen. Al deze lichtimpulsen voegen zich tezamen. Dit vormt dan het totale Christusbewustzijn. Zo kunnen we dan spreken van de geboorte van de kosmische, universele Christus.

(Literatuur: Christusbewustzijn door Zohra Noach.)