Tagarchief: liefde

Hoe gaan we om met ons verdriet ?

Door Anna Lamb

(Een gedeelte uit de lezing: ‘De zin van het lijden’ )

Open en toegedekt verdriet

Vele mensen sluiten zichzelf af zodat zij hun verdriet niet uiten naar de buitenwereld.

De “open” mens draagt zijn verdriet voelbaar, bijna tastbaar, met zich mee.

Mensen die verdriet hebben, maar dit toedekken, kunnen dit soms niet aanzien. “Open” verdriet nodigt de ander uit ook zijn verdriet “open” te beleven. Mensen die zelf ook verdriet hebben maar dit toedekken, zijn wel met de ander begaan, maar willen toch dat de ander zijn verdriet voor zich, in zich houdt, omdat dat “open” verdriet hen als het ware uitnodigt ook hun verdriet “open” te beleven. Zij durven hun eigen, soms langdurig verdrongen verdriet niet los te laten en willen zelfs dat ook de ander zijn verdriet toedekt. Bijvoorbeeld door het weg te praten, of door te zeggen: “Vertel eens iets leuks.”

Belangrijk is dat je beide kanten in jezelf onderkent en je er voor behoedt.

De invloed van diep lijden op het collectief bewustzijn.

Wanneer iemand, bv door marteling of een ander grote ervaring, diepgaand, een groot stuk bewustwording is doorgegaan dan raakt dit direct åt collectief bewustzijn aan. Intense ervaringen van pijn openen het kanaal voor kosmische energie, waardoor diepgaande inzichten en geestelijk genezen ontstaan. En dit heeft direct invloed  niet alleen op het individu, maar ook op de omgeving.

Genezende energie draagt uit en neemt anderen daarin mee. Het raakt dus ook het collectieve veld. Als men zowel bij beperkt individueel verdriet als bij collectief lijden, zich mooier voordoet dan men zich feitelijk voelt, verloochent men zichzelf en onthoudt men ook de ander de kans zichzelf te zijn tijdens verdriet en lijden. Zo wordt een klimaat geschapen waarin men meer en meer opgekropt leeft. Waar het steeds weer op neerkomt is dat de mens zichzelf dient te zijn, zichzelf dient aan te zien, zichzelf diep in de ogen kijkt en zichzelf in zachtheid aanvaardt, meer dan de omgeving naar hem toe. De mens dient het meest op zichzelf betrokken te zijn, met zichzelf het diepst geraakt en bewogen te zijn. Doet hij dit onvoldoende dan geeft dit verwarring in relatie met anderen. Men  verwacht dan dat een ander verantwoordelijk is voor zijn welzijn.

Omgaan met pijn

Wanneer een mens pijn gedaan wordt, is het belangrijk dat hij de pijn voelt en zo vrijuit het verdriet kan loslaten. Pijn-beschadiging zal dan onmiddellijk verdwijnen.

Wanneer een ander mij pijn doet en ik ga dit vergelden dan geeft dit wel een tijdelijke ontlasting van het pijngevoel, maar ben ik nog niet vrij van pijn.

Het ontstaan van haat en wrok.

Vele mensen doen geen van beiden. Zij vergelden niet en tonen geen zichtbaar verdriet. Dan slaat de pijn naar binnen. Zo kan kilte ontstaan, verbittering, haat en wrok-gevoelens. Dat zijn allen vastgezette, koude pijnen. Maar mensen die hun verdriet laten stromen hebben mildheid en mededogen. Vastgezet verdriet vertaalt zich op boze wijze, bv als beul, treiteraar, agressor. De beul heeft dus eigenlijk meer pijn dan het slachtoffer. Hij ervaart lust in het vernietigen van de ander omdat hij zichzelf onvoldoende ervaart. Je zou kunnen zeggen dat hij innerlijk dood is. Daarom heeft hij zeer sterke prikkels vanuit de buitenwereld nodig om nog iets te kunnen voelen.

Haat is een verdedigingsmechanisme. Het maakt in een mens veel kracht los.

Wanneer deze naar de dader gericht wordt  blijft het slachtoffer vaak leeg achter.

Anders is dit bij mededogen. Dat omringt je, voorkomt onrecht.

Wanneer vanuit terechte boosheid eerlijke, gezonde woede getoond wordt  kan het helpen grenzen te laten zien. Wanneer iemand van jongs af aan boos heeft mogen zijn als er iets gebeurde dat hem werkelijk geen goed deed, dan heeft hij meestal een gezond afweermechanisme opgebouwd. Deze mens zal geen haat kennen.

Want haat ontstaat als men keer op keer zijn natuurlijke woede heeft ingehouden.  Dan ontstaat verbittering, wrok en uiteindelijk haat.

Iemand die in staat is door verdriet heen te gaan, pijnlijke ervaringen te verwerken, zal niet haten.Het vraagt moed het verdriet dat ons heeft aangetast zo diep te leren kennen. Haat, koude haat, komt voort uit het tekort aan moed hebben verdriet te leren kennen, te verwerken en zo actief te beleven.

Haat is een opeenstapeling van verdriet dat niet doorleefd is en van woede dat niet tijdig getoond is.

Liefde is een opeenstapeling van aanvaarding en acceptatie van eigen volmaakt- en onvolmaaktheden.

Waar kiezen we voor?