Tagarchief: Marieke de Vrij

Orgaandonatie en -transplantatie belicht vanuit de ziel

  • door Marieke de Vrij

cirkel1Nu wordt een gedeelte van de tekst weergegeven..
In de komende Nieuwsbrieven  komt het vervolg  hiervan.
“Het zij u gezegd dat de inhoud van de tekst vergaand is en uw eigen toetsing verdient.”

De teksten die hier deels verwerkt zijn, werden in 1998 ontvangen door Marieke de Vrij  door middel van bijeenkomsten met de Stichting Bezinning
Orgaandonatie, door vragen vanuit het publiek tijdens themabijeenkomsten, bij lezingen en door interviews. In een later stadium is meer kennis betreffende
dit onderwerp tot stand gekomen. Marieke hoopt medio 2003 in samenwerking met Ger Lodewick een genuanceerd boek over dit thema aan te kunnen bieden.

Inleiding
In de mens is een sterke hang gaande tot vernieuwing. Deze vernieuwing wordt menigmaal te eenzijdig beleefd, namelijk vernieuwing van het uiterlijk schoon, de verfraaiing van de eigen identiteit, maar wordt  niet zorgvuldig wezenlijk doorgetrokken naar het eigen zijn. De diepere persoonsbewuste zelf-aanname en zelf-acceptatie kunnen daardoor achterwege blijven.

Wij bevinden ons hier in de westerse wereld in een cultuur waarin reïncarnatie en leven na de dood geen algemeen geaccepteerd gedachtegoed is. Dit houdt in  – doordat er collectief, al of niet bewust, veel angst is voor verval – dat we voortdurend nieuwe technieken ontwikkelen om verval te voorkomen. We denken namelijk dat verval onomkeerbaar is en op een dieper niveau de eigen identiteit zal aantasten. We durven onvoldoende ons eigen wezen te accepteren binnen menselijke beperking.

Vanuit een meer spiritueel standpunt is dit ongegrond. De mens is in wezen niet zijn lichaam maar d·t wat hem doet begeesteren?. Hiermee wordt bedoeld zijn innerlijke vonk, zijn geest, die via een zielsafsplitsing geïncarneerd is om een bepaalde spirituele persoonseigen opdracht te vervolmaken hier op aarde. Deze innerlijke vonk overstijgt het aardse leven en evolueert geestelijk bestaanszeker. Er is hier geen sprake van verval, de eigen identiteit blijft gehandhaafd en vervolmaakt zich.
De angstbeleving voor verval maakt echter dat men steeds nauwkeuriger oplettend wordt in deze tijd hoe men verval kan voorkomen, niet alleen door cosmetische verfraaiing of door opsmuk van de psyche, door niet doorleefd gedrag ten toon te spreiden, maar ook door het vernieuwen van organen die ernstig aan verval onderhevig zijn en daarmee nog onvoldoende levenskracht vrijgeven.

De essentie
Ieder orgaan beeldt een complexe specifieke individuele psychologische gesteldheid uit, daarin ligt de neerslag van de complexiteit van jouw individuele innerlijke levensopdracht, daarin ligt eveneens opgeslagen jouw opgedane levenservaring.
Met andere woorden:  jouw diepere wezen, jouw zijn, wordt aards onder meer vertolkt en vertaald door verscheidene organen. Elk orgaan bevat andere specifieke herinneringsopslag en kwaliteiten. Bepaalde organen, mede soms afhankelijk van grootte en complexiteit ook in relatie tot andere organen, zijn veel welsprekender? in energie-uitdrukking dan andere organen.  Bijvoorbeeld het hart wat direct bemiddelend is naar alle organen toe. Alle organen zijn immers primair afhankelijk van het hart

Organen en datgene waar het orgaan psychologisch voor staat, kunnen door verscheidene levens heen te weinig aandacht gehad hebben. Dat wil zeggen dat
er te weinig bewust geaccepteerd contact is geweest tussen de persoon, het orgaan en datgene waar het orgaan psychologisch voor stond. Hierdoor kan het orgaan al in een vroeg stadium zich in meer of mindere mate niet gezond gedragen, met als oproepende kracht om bewustwording te genereren vanuit een diepere zelfacceptatie.

Doordat wij op dit moment in een maakbare maatschappij wensen te leven, zijn we bovenmatig genegen om van zaken die niet voldoen, afscheid te nemen zonder te komen tot bewustzijn en aanvaarding over wat ze ons gebracht hebben. We willen ze vervangen door iets nieuws? zonder de waarde van dat oude geheel te doorgronden.
De vraag is echter wat het nieuwe? ons wezenlijk te bieden heeft. Door de orgaantransplantatie neemt een ontvanger eigenlijk afscheid van dat wat hij onvoldoende heeft leren beminnen door acceptatie van een innerlijk leerproces. Aan de andere kant wordt een enorm verlangen gewekt naar een gezond orgaan. Dit is eigenlijk ook heel symbolisch: dat wat jou belast wil je overstijgen, zowel op psychologisch als op lichamelijk niveau. Dan zie je de orgaantransplantatie als de kans tot vernieuwing. Niet de doorleving van de oude levensprocessen maar het nieuw gewenste staat  op de voorgrond.

Je kunt je voorstellen dat de vitale organen door de hoeveelheid indrukken die er in zijn opgeslagen  zeer essentiële organen zijn. Bij de uitname van je eigen organen om plaats te maken voor de donororganen, ontstaat een gemis van je eigen specifieke herinneringsfrequentie om plaats te maken voor de herinneringsfrequentie van de donor die aan het donororgaan gekoppeld is. Vervolgens krijg je heel veel subtiele overdracht van zielsenergie van die ander in jouw lichaam.

De Organen
Ik zal nu in het kort enige afzonderlijke organen belichten, zowel in hunesoterische functie als in combinatie met transplantatie. Dit is een korte niet volledige versie.
Organen hebben onderling een bepaalde verhouding, een codering die weergeeft hoe ver ze elkaar ondersteunen. Door donatie worden deze onderlinge verbanden verstoord. Ook zijn zij dragers van onverwerkte herinneringssporen van eerdere levens.

Hart
Het hart bevat de unieke individu-gebonden informatie die de specifieke levensweg van elk mens persoonlijk aangeeft. Het bevat als het ware een totaalopbergplaats van de wezenlijke herinneringen van voorafgaande
incarnaties en deze geven het hart een soort blauwdruk mee voor de levensweg.

Het hart is hiermee de drijvende kracht – het letterlijke en figuurlijke  hart – in de geïncarneerde mens en vormt als zodanig ook het verbindingsorgaan met het hele lichaam, met alle plaatsen die doorbloed moeten worden en van levenskracht dienen te worden voorzien. De innerlijke opdracht van elk mens is zichzelf waar te maken, dat wil zeggen in waarheid zichzelf te manifesteren op basis van zijn eigenheid. De levenskracht van het hart neemt toe wanneer de mens zichzelf daadwerkelijk mag manifesteren vanuit zijn eigenheid. Het hart kan echter worden aangetast wanneer dit onvoldoende gebeurt. Met name in de westerse wereld worden mensen veelal gedwongen overhaast te reageren waardoor zij innerlijk weinig voldaanheid ervaren op hun levensweg. Zichzelf manifesteren vanuit de innerlijke waarheid wordt daarmee bijna onmogelijk. De veerkracht verdwijnt langzaam uit de mens en een zekere moedeloosheid is het gevolg. Zichtbare uitputtingsverschijnselen zijn vaak het gevolg en de hartfunctie neemt alsmaar verder af.

Een harttransplantatie verstrengelt de energiehuishouding van de donor met die van de ontvanger. Dit kan voor de ontvanger onder andere de volgende consequenties hebben: zijn andere organen worden belast met vreemde
energieën, hij kan zich niet meer uitdrukken in overeenstemming met de oorspronkelijke levensintentie, zijn levensopdracht, zijn levensvreugde neemt af, zijn levensmoed taant. Immers zijn persoonlijke levensopdracht raakt in verval en de levensopdracht  van de donor werkt door hem heen.

Longen
De longen hebben zowel fysiek als esoterisch te maken met inademing, uitademing en doorademing. Zij halen naar binnen wat de mens inspireert en creëren als zodanig verruiming van bewustzijn. Vanuit de longen genereert de mens zijn levensruimte, de plaats die hij durft in te nemen. Hierin ligt ook de mogelijkheid of onmogelijkheid het eigen etherveld te bewaken. Dit gebeurt via de auraverdichting aan het uiteinde van het optimale functionering van de longen wordt het auraveld verstevigd, veerkrachtig en worden de inkomende en uitgaande energiestromen schoon gefilterd.

Als de mens de laatste adem uitblaast, wordt hij  pas echt totaal doorlaatbaar?. Dan trekt hij zijn auraveld mee op naar de onstoffelijke gebieden toe.  Hij doorademt? zijn hele zielewezen zonder de aardse beperking en de
weerstand van het stoffelijk lichaam.

Als je een longtransplantatie ondergaan hebt, ga je jezelf anders beleven. Deze beleving wordt mede bepaald door de kwaliteit van leven die de persoon uitdrukte van wie je de longen hebt ontvangen. De denkbeelden van de donor kunnen de ontvanger in hun greep gaan houden, want denkbeelden
(luchtkwaliteit) worden via de longen binnengehaald of juist buiten gesloten. Bepaalde gedachten roepen spanningen op en deze opgehoopte spanningen die de donor via de longen geen uitweg heeft kunnen bieden worden mee overgedragen op de ontvanger.

Lever
De lever heeft een specifieke functie in verwerkingsprocessen. Eerst wordt opgeslagen wat nog niet verwerkt is en wat als het ware huiswerk voor de toekomst is. De lever kan symbolische beschouwd worden als een keldergewelf waarin een voorraad spijzen ligt opgeslagen die nog geproefd en genuttigd dient te worden. Na de opslag dient dan in de tijd de verwerking plaats te vinden. Hoe bewuster iemand contact onderhoudt met het leven, hoe makkelijker de lever kan werken en in deze verwerking wordt de lever tijdig geschoond. Als het keldergewelf vanwege blokkades te vol is met onverwerkte zaken is er te weinig ruimte beschikbaar om nieuwe energie te genereren en raakt de lever zijn balans kwijt, waardoor hij zijn functie van doorbloeder ook niet meer goed uit kan oefenen.
De lever is gevoelig voor alle psychologische verwerkingen. De lever bevat als het ware  de agenda voor het leven dat qua verwerking geleefd dient te worden.
Na een levertransplantatie gaan de agenda?s van donor en ontvanger fors door elkaar lopen. Je kunt bijna geen contact meer krijgen met je eigen herinneringsopslag. Je leeft verder met de voorraad uit het keldergewelf van
een ander. Je kent die vreemde spijzen niet die je nu te nuttigen krijgt. Het is niet het voedsel dat jouw leven nodig heeft en je raakt het spoor bijster: je herkent je eigen leven niet meer.

Nieren
De nieren symboliseren het communicatieaspect: het durven delen met anderen wat je oprecht bezighoudt, je durven verbinden met iemand of iets, gemeenschapszin. De wisselwerking tussen jou en de ander vindt in de nieren zijn weerslag. Zij hebben als het ware behoefte aan een open en gemoedelijke
dialoog. Als zij goed functioneren, scheppen zij evenwicht en een bewogen zuivere communicatie maakt hun doorstroming vloeiend van aard. De nieren kunnen ook spanningen van eerdere levens herbergen die bijvoorbeeld veroorzaakt zijn doordat je toen niet goed hebt kunnen functioneren in gemeenschapszin door druk van buitenaf of in jezelf.

Enerzijds hebben de nieren er onder te lijden wanneer een mens zich niet verstaan weet, zich niet voldoende kan uitdrukken, zich niet voelbaar in gemeenschap kan begeven, zich ongezien voelt en diepe eenzaamheid ervaart.
Evenals bij ingehouden spreken waardoor je veel gedachten in jezelf ophoopt die je niet met anderen durft te delen, belast dit de nieren.

Anderzijds als iemand  te gemakzuchtig communiceert – onzinnig, niet wezenlijk – kan dat de nieren ook ernstig doen verzwakken.

Als de mens te individualistisch wordt waarbij de gemeenschapszin nauwelijks meer aan bod komt, kunnen de nieren gaan verschrompelen want hun functie wordt niet meer gewaardeerd. Een niertransplantatie kan een sterke invloed hebben op de communicatie van de ontvanger. Het is heel goed mogelijk dat je gaat ervaren dat je gaat communiceren op een wijze die niet eigen? is, dat jouw gezien worden plotseling anders beleefd wordt, dat je wijgevoel zich sterk wijzigt.

Verwarring kan het resultaat hiervan zijn.

Zielsverstrengeling.
Als de donor is overleden, is hij etherisch nog wel op jou aangesloten. Het etherisch lichaam van de ander kan immers niet honderd procent functioneren want de zielskwaliteit die in zijn stoffelijk lichaam geaard was, heeft niet volledig mogen overgaan naar het onstoffelijk lichaam. Immers zijn hart klopt nog terwijl  het orgaan of  meerdere organen verwijderd worden. Zolang het hart klopt, kan de ziel zich nimmer volledig terugtrekken in de geestelijke wereld en al zijn zielsenergie daarvoor verzamelen. Een deel van zijn zielskwalititeit is nog in het donororgaan aanwezig  en leeft voort in het lichaam van de ontvanger en wordt in de loop van de tijd steeds sterker vermengd met de energie van de donor. Er ontstaat zielsverstrengeling.

Na het overlijden dient enige tijd in acht genomen te worden voordat de persoon zijn gehele zielseenheid uit zijn organen en stoffelijk lichaam heeft teruggetrokken. Per persoon is de tijd die hiervoor nodig is verschillend, van enkele seconden tot enkele dagen. Dit vraagt aandacht en bewustwording naar hoe wij met de overledene om wensen te gaan. Ook in relatie tot donatie na definitieve hartstilstand, is dit belangrijk.

Werkelijke bewustwording zou praktisch en emotioneel ingezet kunnen worden als de ontvanger zeer bewust afscheid genomen heeft van het oude orgaan en de ontvanger zich wezenlijk bewust wil zijn wat de mogelijkheden en onmogelijkheden geweest zijn die dit orgaan hem geschonken heeft op het niveau van innerlijke bewustwording en persoonlijke leeropdracht voor zover als dit tot zijn mogelijkheden behoort. Vervolgens zal men het ‘nieuwe’ orgaan moeten zien als een hulpmiddel dat verkregen is door mededogen van een ander mens en men zal oog moeten hebben voor het proces waarin de donorziel nu verkeert. Hiermee wordt de belasting die wederzijds is opgetreden niet ongedaan gemaakt, maar bewuster tegemoet getreden. De zielsverstrengeling, die al of niet in grote mate, heeft plaatsgevonden wordt onder ogen gezien.

Het aannemen van nieuwe organen, zoals dat nu regelmatig gebeurt, verlengt wel het levensresultaat in dit huidige leven, maar het risico bestaat dat in een ander tijdsmoment – een andere levensgesteldheid, een nieuwe incarnatie
–  dit energetisch teruggenomen wordt. Je verlengt het leven vanuit het gevoel dat je een bijzondere betekenis daaraan wilt geven om langer te mogen blijven, maar het kan daardoor ook hindernissen scheppen binnen een andere levensomstandigheid.

Als een orgaan niet meer te opereren valt, dan is dat het tijdslot, dan is dat ook de begrenzing van het aards bestaan omdat je dan in een andere vorm dient door te leven. Als je die grens kunstmatig oprekt – want dit is echt tegennatuurlijk grensverleggend – wordt de ziel onnodig lang vastgehouden in de aardse dimensie.

In het algemeen gesproken is de lichamelijke en psychologische gesteldheid van een mens aangepast aan het draagvermogen dat nodig is om een innerlijke opdracht of  meerdere opdrachten te vertegenwoordigen voor zover als in dit leven raadzaam geacht werd. Als je doet aan levensverkorting of aan levensverlenging grijp je in op basis van je eigen vrije wil in een kosmisch patroon. Dat is dan wel je eigen keuze, maar het punt is – het woord ongerijmdheid voel ik daar dan ook bij – dat je ingrijpt in het raadselachtige, in het wonder van het leven
zelf.
Er is een bepaalde marge van vrijwilligheid waarmee de vrije wil hierin mag oefenen. Als je bij voortduring jezelf als het ware wilt hernieuwen zonder doorleving naar dat wat je achterlaat, is het een heel gekunsteld proces: in feite mensoneigen op een dieper spiritueel niveau. Dat werkt dan uiteindelijk ook heel verzwakkend door in delen van je persoonlijkheidstructuur. Want als je te eenzijdig jezelf wenst te ontwikkelen en niet durft te oefenen met acceptatie maar voortdurend gedesillusioneerd bent als zaken aan verval onderhevig zijn, dan ben je niet in balans met het leven zelf. Want het leven is een afnemende en een gevende gebeurtenis en dat houdt elkaar op natuurlijke wijze in balans. Geboorte en dood, de seizoenen in de natuur, eb en vloed.

Het is iets heel anders als je vanuit bewustzijn probeert het orgaan te ondersteunen, op een persoonseigen wijze, met aandacht en zorgvuldige handelingen, zodat het orgaan niet onnodig snel in verval behoeft te geraken. Je werkt dan op basis van jouw vrije keuze zonder dat je daar anderen op zielsbestemmingsniveau mee hindert.

Het is van het grootste belang te begrijpen waar het nu eigenlijk ten diepste om gaat. Het zou een zegen zijn als men zich durft te  realiseren dat het eeuwige leven vertolkt wordt door de mensenlevens heen. En dat wanneer men niet slechts opkijkt naar de fysiek waarneembare materiële vorm waarin alles zich aards manifesteert, men ook inziet dat het leven op een onstoffelijke, niet waarneembare, wijze zich voortzet. Hiervan hebben vele mensen, die sterk fijnzintuiglijk ontwikkeld zijn, door alle tijden heen getuigenis  van afgelegd.

Het is niet de bedoeling deze uiterlijke aardse lichamelijke vorm, koste wat kost, los van andere dimensies van bestaan in stand te houden. Wanneer men niet wezenlijk toegenegen is zichzelf binnen het tijdloze te
bezien, dan kan men onvoldoende afstand nemen van het stoffelijk lichaam. Daardoor gaat men zich vereenzelvigen met onderdelen van dat aardse lichaam en zichzelf gelukkig prijzen alleen met het behoud hiervan. Men dient verder te kijken om de wezenlijke betekenis van het leven zelf te gaan begrijpen. De ziel is eeuwigdurend voorbestemd.  Men is ondeelbaar verbonden met al wat is.

Concluderend: je bent niet alleen een op zichzelf staand, afgezonderd mens. Je bent opgenomen in een veel ruimere werkelijkheid waarvan je een onmisbaar onderdeel vormt. En jouw specifieke incarnatie in dit leven is een onderdeel van dat wat is en wat zich uitbreidt middels dit leven en door opeenvolgende levensgesteldheden die jouw geest bevruchten. Het is een troost vanuit dit perspectief te weten dat de ziel steeds weer hernieuwde groeimogelijkheden aangeboden krijgt en dat de personen die wezenlijk met jouw (ziels)leven verbonden zijn,  zowel in de onstoffelijke levensvorm als wel binnen aardse betrekkingen hervonden zullen worden.

Wetenschappelijk gezien is het belangrijk oog te ontwikkelen voor de beperkingen van het huidige wetenschappelijk waarnemen. Wanneer onderwerpen als orgaandonatie teveel benaderd worden vanuit het mentaal denken, wordt er een grote kans gemist om vanuit meer wezenlijke benadering overstijgend te
schouwen. Bepaalde takken van de  huidige wetenschap leggen  dit gebied ook steeds meer bloot.

Het goed? doen aan elkaar middels donatie, wat maatschappelijk om diverse redenen aangeprezen wordt, hoe begrijpelijk ook in relatie tot hen die psychologisch en lichamelijk in innerlijke nood verkeren, wordt bezien vanuit het zielsaspect niet wezenlijk gewenst. De organen worden afgestoten, niet natuurlijk geaccepteerd in het lichaam van de ontvanger. Immers alleen middels zware medicatie kan het orgaan (tijdelijk) doorleven in het lichaam van de ontvanger.
Orgaandonatie cultiveert onze angst voor verval en staat de acceptatie in de weg, die veel vraagt van onszelf of van de geliefde ander, om uiteindelijk met zware lichamelijke klachten verder te leven en uiteindelijk te  sterven.

Orgaandonatie geeft op een beklemmende wijze te zien hoe een leerproces aan de mensheid gegeven is. Er zijn al vele jaren experimenten gaande waarbij apen onthoofd worden en de hoofden getransplanteerd worden op het lichaam
van andere onthoofde apen. Dit als vergevorderde voorbereiding om personen te voorzien van een geheel nieuw lichaam, bijvoorbeeld bij verlammingsverschijnselen.
Ons denken staat voor niets en veel zal realiseerbaar zijn in de stof. Echter wanneer dit op een dieper niveau ons zielenleven verstoort en onze geestelijke evolutie, waartoe leidt dit dan? Wensen wij een dergelijke
vooruitgang? te bewerkstellig?en? Durven wij innerlijke leerprocessen niet meer vanuit doorleving in eenvoud te accepteren en wensen wij onbewust of bewust vanuit hoogmoed, op basis van organen gekoppeld aan de
zieleneigenheid van anderen, ons leven te verlengen?

Wij geven een overwaardering aan het zichtbare, meetbare, maar dit spiegelt slechts een deel van de werkelijkheid. Deze andere onstoffelijke werkelijkheid wordt door de eeuwen heen door velen fijnzintuiglijk ervaren en dient daarom ter bezinning meegegeven te worden.