Tagarchief: schuld

Schuldig zijn vanuit de universele waarden van menszijn

Anna Lamb

(Uit de bijeenkomst Mystieke Verkenning van 23 februari 2002.)

Universeel betekent basaal; waarden die voor iedereen gelden.

We dienen alle aangeprate zaken, zoals veel van onze schuldgevoelens, hierbij los te laten. Hoe komen we dan tot innerlijk onderzoek in relatie tot onze medemens om onderscheid te maken in aangeleerde schuldgevoelens en wezenlijke misdragingen van onszelf?

Laten we eens stil staan bij de vraag hoe onze visie naar bijv criminelen is? Ik neem dit voorbeeld omdat de maatschappij zo duidelijk vindt dat zij fout zijn, dus schuldig aan misstappen. Daar hebben we normen voor gecreëerd: wetten. Maar deze normen halen ons weg bij onze eigen verantwoordelijkheid. De wetten bepalen onze mening over goed en kwaad. Maar misschien zijn wij wel meer crimineel dan degene die we crimineel noemen. Meestal aanvaarden we elkaar niet in de universele waarde van menszijn en proberen we via, zelfs ten koste van de ander eigenwaarde te krijgen. Dat is natuurlijk heel triest, want als we dat doen, sluiten we onszelf op in beperkt bewustzijn. Dan vindt groei in onszelf langzamer en moeizaam plaats via het lijden We verheffen onszelf hierbij ten opzichte van andere mensen die ook feitelijk niet weten hoe het moet. In feite stellen we de ander dan buiten de universele waarde van menszijn, die in ieder mens aanwezig is en waar we ons eigenlijk altijd op af moeten stemmen. Doen we dat niet, dan sluiten we onszelf eigenlijk ook af van de universele waarde en moet dat inzicht opnieuw verworven worden, maar dan via het lijden.

Dat is nu het bijzondere van deze nieuwe tijd; in deze tijd kunnen we opnieuw leren bewust te kiezen. Willen we ons leven in halve droomtoestand steeds maar weer opnieuw beleven, dus via het lijden, dan zullen we ook via het lijden onze inzichten moeten ontwikkelen. Maar wanneer we werkelijk kiezen voor groei en bewustzijn en leven vanuit een ruimer bewustzijn, dan alleen maar vanuit automatisme, dan worden we daardoor werkelijk geestelijk volwassen en gaan we onze eigen ontwikkelingsgang bepalen.

Dat is geestelijk volwassen zijn!!!

Wat bedoel ik precies met de universele waarden van menszijn?

De universele waarde van menszijn is het weten diep in onszelf, dat we deel uitmaken van een groter geheel;  dat we in dit besef afdalen, daar in gaan staan totdat we wezenlijk innerlijk ervaren dat het geheel door ons heen speelt, door ons heen werkt. De mensheid is een totaliteit. Afkomstig uit de goddelijke eenheid waar we allen nog steeds deel van uit maken. Op een gegeven moment ontstond er immers de begeerte ons los te maken en door ons los te maken hebben we ons natuurlijk zelf buiten die eenheid geplaatst. Moedig van ons, overigens. We deden dit ook niet voor niets.

Wij wilden dat wat we daar waren ons bewust worden. Dit heeft ook tot gevolg dat wat er aan de een gebeurt tevens zijn nut heeft voor het geheel. Zoals bij een boom. Als hem water wordt gegeven, zal hij daardoor in z’n geheel floreren en als er een tak wordt afgesneden zal ook de hele boom daar onder

lijden.  In dat eenheidsgevoel, de universele waarden, zijn we allemaal gelijk. Of we nu over lichamelijk of verstandelijk gehandicapten spreken, psychiatrische patiënten en bejaarden, of het over buitenlanders of “de arme negertjes in Afrika” gaat, noem maar op, Als we ons op dit besef iedere keer afstemmen worden we eenvoudig en bescheiden. Komen we echt bij onszelf. Dat geeft wezenlijke kracht.

Het hangt af van de mate waarin we open zijn hoe we begrijpen, wat hier precies mee wordt bedoeld. Als een mens zich afsluit voor het geheel, beperkt hij zijn eigen kracht en verbreekt hij de verbinding met het geheel, dat door hem heen leeft; dan sluit hij zichzelf buiten. Dat brengt met zich mee, juist omdat het geheel door hem heen speelt, dat hij niet vrijblijvend kan handelen.

Laat ons vanuit deze visie kijken naar de rechtspraak, naar schuld, boete en straffen. Op het ogenblik is dat wat men criminaliteit noemt een bron van ergernis. Dikwijls legt men hier z’n eigen onverwerkte, niet doorwerkte ergernissen neer. Maar wij die bewust wensen te leven moeten voor alles eerlijk zijn. We kunnen nu niet zomaar meer vrijblijvend oneerlijk zijn. We zijn dit verplicht aan onszelf en aan het geheel. Dus zullen we onszelf moeten onderzoeken binnen het hebben van bv. ergernissen naar wie dan ook en in dit voorbeeld naar hen die wij de criminelen in onze maatschappij  noemen, zoals zakkenrollers, inbrekers, vandalen.

Hoe vaak hebben we niet een vanzelfsprekende veroordeling naar hen toe. Waar het werkelijk om gaat is, als we eerlijk zijn, dat we gewoon geen vertrouwen hebben in de zin van het bestaan. Wat heeft dat er nu mee te maken, zul je denken. Dat we niet in overgave komen aan datgene wat op ons pad komt en wat nodig is om tot groei en bewustzijn te komen;  en dan bedoel ik niet dat we flegmatisch moeten afwachten en ondergaan al wat er gebeurt, maar wel de vaak zelfs zinloze angst onder ogen zien, die ons dikwijls zelfs overweldigt, die ons handelen en onze relaties beïnvloedt, die ons niet meer open doet staan naar het leven; die angst bedoel ik. Ons gedrag naar bv. criminelen heeft heel veel te maken met projecties van die angst vanuit ons zelf naar buiten, naar junks, naar inbrekers. Regelmatig hanteren we hierbij inzichten die voor onszelf vrijblijvend zijn en waarmee wij onszelf vrijpleiten van handelingen, die we verricht hebben.

Dat kan niet meer. We kunnen niet meer vrijblijvend onze projecties van bv. angst op criminelen afwentelen. Dat kan niet meer omdat inbrekers en andere criminelen, ook deel van het geheel zijn.

We kunnen ons beter afvragen: Hoe kan het dat een medemens van ons geworden is tot wat hij is? Het is niet alleen zijn probleem en niet alleen het probleem van mijn gestolen tasje. Maar mijn probleem is hoe ga ik met een junk om. Ik ben immers ook een beetje junk door dat geheel heen. Er is ons gezegd, dat de mens de komende tijd geconfronteerd zal worden met de donkere kant van zichzelf, zijn schaduwzijde. Als wij ons niet echt inleven in hen die crimineel, zijn houden wij een scheiding in stand en ontdekken we niet wat crimineel gedrag werkelijk is.

Wij herkennen daardoor ook niet wanneer crimineel gedrag in onszelf doorbreekt.  Niet dat wij raampjes in slaan en inbreken.Crimineel gedrag is iets anders dan wat daarover in de wet verteld is. Wanneer wij kijken naar onze schaduwzijde ontstaat er een grote uitzuivering van onszelf. Maar als je je eigen schaduwzijde niet wilt aanzien, of niet wilt erkennen dat je er een hebt, onderdruk je op die momenten dat de schaduwzijde wordt aangeraakt: de emoties die het gevolg hiervan zijn. En in de schaduwzijde van ieder van ons zitten criminele tendensen. Door ze te onderdrukken wordt ons handelen beïnvloed. Deze onderdrukking kan soms zelfs leiden tot een grote escalatie. Door deze schaduwzijde te onderdrukken zal men niet herkennen dat deze schaduwzijde in onszelf gelegen is. Dan wordt het ook niet herkend als een proces van bewustwording. Men gaat dan ‘n wat onbestemd en ?n wat algemeen gedrag vertonen, dat leidt tot onmacht en die onmacht richt zich weer naar buiten.

Crimineel zijn is schuldig zijn.. maar wat is criminaliteit?

Criminaliteit is het opleggen aan een ander wat jij wilt, waardoor de ander belemmerd wordt  in zijn vrijheid.

Je merkt dat door deze definitie het aantal misdadigers toeneemt Hoe dan?

Onze eigen verantwoordelijkheid is stilgelegd door de dienstinstellingen. Ook denken we nog steeds dat we zelfbesef krijgen, door ons ik te vergroten. Dat besef van jezelf, die oproep tot ‘ik’ is goed;  maar het wordt verkeerd verstaan en we maken een soort duplicaat van zelfbesef, in de vorm van materieel eigenbelang. Een soort placebo voor zelfbesef en wanneer we dat maar groot genoeg maken, dan is het even rustig hier binnen. Maar dat is dan ook zo weer weg, dus het doet niet iets wezenlijks in onszelf aan zelfbesef. Zo komt criminaliteit ook voort uit de hunkering om te komen tot zelfbesef,  dit is feitelijk een zeer hoogstaand doel.

Maar doordat we niet door eigenwaarde tot zelfbesef komen, ontwikkelen we het op een andere manier; op een manier die er op lijkt Alleen wanneer je jezelf ontwikkelt krijg je eigenwaarde, maar wanneer je jezelf dingen toeeigent, lijkt dat er alleen maar op. Een placebo effect; het geeft geen wezenlijk gevoel van vervulling, en zeker niet op diep niveau, het heeft ook geen blijvende waarde.

Het is eigenlijk een noodhandeling. Het is eigenlijk eerder een losraken van je zelfbesef. Het is losgeraakt zijn van je eigen waardering.

Criminaliteit komt dus veel vaker voor dan we denken.

Ik zal een aantal voorbeelden geven:

Afgunstig zijn naar een ander toe, op datgene waar een ander blij mee is. Iemand die blij is met zichzelf, wil je een kopje kleiner maken, want dat kun je niet hebben.  Wat verbeeldt die zich wel?

Sensatie ervaren bij een ongeluk of bij een brand,  en suggereren dat men bezorgd is.

Het nalaten iemand te helpen die in nood is, een kind bijvoorbeeld dat gevaarlijk oversteekt; door te denken:  dan moeten de ouders maar op het kind letten!

Mensen die eerlijk zijn niet geloven, en dan zonder dat daar een negatieve ervaring van oneerlijkheid aan is vooraf gegaan.

Uit berekening iemand benadelen, dit werkt vooral negatief uit naar jezelf. Dat gevoel snijdt ook in je eigen wezen, en dat gevoel dat daar zo snijdt, dat moet je weer tot zwijgen brengen.

‘t Goedpraten van dingen waarvan je weet dat ze fout zijn, en deze verdoezelen..

We hebben de neiging mensen die wij crimineel noemen, te sturen. Ik denk dat we nu al een heel ander beeld krijgen  van wat werkelijk crimineel zijn is en dat we niet door de maatschappij kunnen laten bepalen, wanneer en bij wie er sprake van criminaliteit is.

We hoeven niet volmaakt te zijn om bemind te worden.

Laten we onszelf en elkaar liefhebben, ondanks  onvolmaaktheden. Streven naar het licht is iets heel moois, maar je kunt het licht niet vinden als je het donker niet erkent. Want wie je nu bent is een noodzakelijke trede op weg naar wie je zult worden.  En je mag geen trede overslaan. Door bewust te zijn, gun je jezelf een kans te veranderen en te groeien. Wat geeft pas echt een schuldgevoel in ons?

Het idee dat onze gebreken verantwoordelijk zijn voor het verdriet van anderen geeft een afbrekend, een remmend, zinloos gevoel van schuld. Het brengt ons tot stilstand.Het verblindt en het maakt ongelooflijk eenzaam.

Wanneer je zo het goddelijk licht in jezelf verloochent, verloochen je het verlangen Een te worden met het goddelijk plan, met de goddelijke bron.

Als we dat verloochenen krijgen we schuldgevoelens.

Dan pleegt de ziel verraad aan zichzelf. Als we ons bewust worden van onze vergissingen, van te snel genomen, ondoordachte handelingen, meningen en als we onze woede, onze wrok onder ogen willen zien, en ze door ons nieuwe inzicht bewuster kunnen aanpakken en onszelf zo kunnen veranderen,  dan is het licht in ons aangegaan.

En dat we in het donker niet konden zien
het zij ons vergeven.

Schuld

Anna Lamb

Spiritualiteit in het onderwijs. (1991)

“Boem”

Met een klap botste Roy door een onverwachte beweging tegen Chrysta op. Zij verloor haar evenwicht en viel op haar beurt tegen de stoel, die de schoonmakers onderste boven op haar tafel hadden gezet. Even leek de stoel te aarzelen om vervolgens met een harde klap eerst het hoofd van Reinbert en daarna de grond te raken.

“Dat deed jij, stommerd!”riep Chrysta. “Nietes, jij bent de schuld; jij hebt de stoel eraf gestoten”. en woedende hand schoot uit. Ondertussen zat de gewonde Reinbert op de grond te huilen. De andere kinderen in de klas begonnen zich met de ruzie te bemoeien. De “jij deed ‘t”, “nietes, zij deed Ot “, waren niet van de lucht. Ik, als onderwijzeres, ontfermde me over de hevig kermende Reinbert. De beide “boosdoeners” kwamen met angstige gezichten hun onschuld betuigen en werden wat rustiger toen ik resoluut zei: “Niemand heeft schuld.v.

Wat onzeker gingen de kinderen naar hun plaats. Dit werd het onderwerp voor het kringgesprek, voelde iedereen. “Wat is schuld?”, vroeg ik de groep, en een nasnikkende Reinbert incluis. Als je iets fout doet zei er een. “Nee”, zei een ander, “Dat doe je niet altijd expres.” “Dus je hebt schuld als je iets expres fout doet?”, vroeg ik. Iedereen was het hiermee eens. “Roy, botste jij expres tegen Chrysta? Opgelucht schudde Roy nee met zijn hoofd. “Ja maar juf, toch moeten ze uitkijken” vond er een. “Zeker”, antwoordde ik. “Roy, zal je nu wat voorzichtiger zijn?” “Ja juf, vooral als er stoelen op de tafels staan.” “En Chrysta?” Ook Chrysta beloofde voortaan beter uit te kijken.

“Dan hebben jullie nu een les geleerd”, riep ik vrolijk. “Maar die arme Reinbert, wat heeft hij aan die les overgehouden?” Een bult”, riepen enkelen. “Ja en jullie hebben hem niet geholpen; jullie gingen ruzie zoeken in plaats van Reinbert te helpen. Dat maakte ’t nog een beetje akeliger voor Reinbert.” Iedereen knikten wat verbaasd. “Dus fouten mag je maken als je ze maar weer zo goed mogelijk herstelt en .. er van leert…” De klas was doodstil. Je zag iedereen denken.

“Wie van jullie heeft ook wel eens een fout gemaakt, waarvan hij de schuld kreeg zonder dat hij het expres deed?”

Een tiental vingers schoot de lucht in. Arjan kreeg de eerste beurt. “Mijn oma heeft toen ze op sterven lag mijn zus een heel mooi beeldje gegeven. Toen mijn zus niet thuis was, ben ik haar kamer ingegaan om ’t beeldje eens goed te bekijken en toen….(even moest hij slikken) heb ik ’t beeldje laten vallen. De scherven heb ik onder haar bed geschoven. Ik kon die nacht niet slapen. Eerst heeft mijn zus overal gezocht. Toen ze de scherven vond, wist ze natuurlijk dat ik ’t gedaan had. Voor straf mocht ik die week geen TV kijken en kreeg ik drie maanden geen zakgeld. Met de klas keken we naar de schuld van Arjan en kwamen we tot de conclusie dat hij het beeldje niet expres gebroken had. Dat luchtte hem onbeschrijfelijk op.

“Wat heb je er van geleerd Arjan”, vroeg ik. “Dat ik niet stiekem moet zijn” gaf hij grif toe, “en voorzichtig zijn vooral met de spullen van een ander” riep er een. Er ontstond een massale drang in de klas om misstappen op te biechten.

Een van de verhalen was van Vinny. “Toen mijn tante op bezoek kwam, was mijn neefje nog maar een baby. Ik was toen ongeveer zeven jaar”vertelde ze. “Toen iedereen even weg was, heb ik de baby uit de kinderwagen gehaald en ben ik met hem gaan spelen. Ik heb hem zelfs boven mijn hoofd gehouden, zoals mijn oom dat dikwijls deed en toen heb ik de baby laten vallen.” Dikke tranen stroomden over Vinny’s gezicht. De klas luisterde ademloos. Ook Vinny kon zichzelf op deze mooie, bijzondere, ochtend in ’n gewone klas van een Rotterdamse school, vergeven en zich de les bewust worden, die aan deze ervaring verbonden was. Een zucht van verlichting ontsnapte aan haar keel. En ik mocht even zien hoe een grauwgrijze nevel loskwam uit haar aura en verdween.